De orde der Tempelieren

1991-09-27
  • Jaargang 35
  • nummer 20
U weet natuurlijk, dat de oudste orden van ridders ontstonden tijdens de kruistochten.
Tal van adellijke personen, die om welke reden ook aan de kruistochten deelnamen, verenigden zich in ridder-orden. De oudste orde, gesticht te Jerusalem in 1119, was die van de Tempelridders, ook wel de Arme Ridders van Salomo genoemd.
Acht ridders verenigden zich in een geestelijke orde, met als doel: de pelgrims in het Heilige Land te beschermen tegen Turkse en Saraceense aanvallen. Een geestelijke orde van adellijke personen: vrijwillig verbonden ze zich bij toetreden tot levenslange kuisheid, soberheid en gehoorzaamheid. De orde groeide snel in aanzien en grootte; tal van Europese adellijke personen rekenden het zich een eer tot die orde te worden toegelaten.
Zaten strijd en toernooien de mensen niet in het bloed? Werd vroomheid niet synoniem met dapperheid?

De nieuwe leden brachten geld en eigendomspapieren in, en de arme ridders waren al spoedig niet arm meer; integendeel, werden rijk en in staat tot koophandel, beleggingen en grondbeheer. Ze stonden onder meesters en een grootmeesterl) en de paus zelf nam de orde onder zijn beleid, waardoor de tempelridders aan geen enkele wereldse of kerkelijke vorst gehoorzaamheid verschuldigd waren.
Ze hielden de wegen en toegangswegen van het Heilige Land schoon, zodat pelgrims zich veilig wisten. Dat nam niet weg, dat de tempelridders (tempiars, tempelieren) een enorme krijgskunst ontwikkelden en toepasten!
En wat hun bedrevenheid met aardse goederen betreft: ze hadden hun eigen .bank te Jerusalem, waar ze ingebrachte gelden stortten en hadden hun eigen bank in London, waar ze (tegen vertoon van hun persoonsbewijs en enkele geheime tekens) weer gelden konden opnemen. De bankwereld ziet hier het ontstaan van het chequeverkeer.

Kruistochten
Wat waren die kruistochten eigenlijk ook weer? Ze werden gehouden in de 11e tot 13e eeuwen golden aanvankelijk als afweer van de Islam, die al van de ge tot 11e eeuw Europa bedreigde.
In 1050 bezetten de Turken Jerusalem, het Heilige Land en Klein-Azië en dat deed de maat overlopen. Het Heilige Land in handen van goddelozen? Men dacht aan Psalm 79, aan de verwoeste tempel, aan de heilige plaatsen, door Constantijn 'herontdekt'. Men nam het Heilige Land in bescherming tegen de 'geweldenaren'. Wie niet vechten kon, ondernam een bedevaart. Intussen waren de doeleinden niet zuiver religieus, al moedigde de kerk de kruistochten zeer aan, door aflaat van zonden te beloven, vrijstelling van belastingen, opschorting van schulden, en aan horigen vrijheid van lijfeigenschap!
Zo werden de kruistochten een mengsel van religieuze, maar ook van politieke en economisch-sociale motieven, terwijl het avontuur lokte, de bevolking van Europa aanwies en veel mensen gebrek aan grond of vrijheid hadden. Alle vrije kruisridders droegen een rood kruis op de rechterschouder.
Ze lieten hun gezinnen in de steek, voorzagen hun vrouwen van een kuisheidsgordel, en bleven vaak jaren weg, waarbij we van hun buitenlands gedrag alleen het beste mogen hopen.

Ja eenmaal is er een kinderkruistocht georganiseerd. Klaas Heeroma heeft er een schoon gedicht aan gewijd - de kinderen zijn natuurlijk nooit teruggekomen. Sancta simplicitas.

Arme ridders?
De eerste van alle orden - zowel geestelijk als ridderlijk van opzet - beviel Bauduin I, koning van Jerusalem, zo goed, dat hij een vleugel van zijn paleis afstond als loçe ') - zeg maar hoofdkwartier - van de orde. Deze vleugel stond op het tempelplein, en wel op de fundamenten van Salomo's Galerij - zie hier de naam verantwoord: tempelridders of arme ridders van Salomo.

De Tempelridders droegen over hun harnas een witte pij met een speciaal tempelierskruis, een variant op het Maltezer Kruis. Ze knipten en schoren zich niet en hadden de opdracht zich dood te vechten tegen de heidenenmaar voordien wisten ze de vijand vrees in te boezemen door hun woeste uiterlijk, harde krijgstechniek, en meedogenloze zwaarden. Die zwaarden waren de Damascener klingen: van Damascus afkomstige zwaarden, waarbij de kern omwikkeld was door een stalen lint, in het vuur gehard; bij oude vuurwapens kunt u die 'damastlopen' nog duidelijk herkennen, al zijn ze uit de handel.

Zo combineerden deze vechtmonniken een westerse christendom met de reputatie van oosterse vechtjassen. Ze combineerden meer: op de lange duur kweekten ze een filosofie van westers christendom, oosterse mystiek en Joodse geheimleer, kabbala. Ook daarvan schijnt bij de Vrijmetselarij iets terug te vinden te zijn.

Toen de adel veel gronden, gelden en rijkdommen inbracht, bouwde de orde een eigen vloot, die eerst pelgrims vervoerde maar later het handelsverkeer diende. Hierdoor werd zij rijker en rijker en bezat talloze gronden. De orde had haar eigen wapensmeden, architecten, bouwkundigen, opzichters, steenhouwers, zelfs ziekenhuizen.
Koning David I had een aantal tempelridders naar Schotland genodigd, waar hij ze als zijn lijfwacht aanstelde: getrainde onvervaarde vechters en goed in de slappe was. Alleen al in Schotland verwierven de tempelridders meer dan 500 stukken land, zowel in stad als land - uitgezonderd in de westelijke Hooglanden. "Ze bewaakten dag en nacht het moreel", zegt een schrijver in 1128. Toen nog wel.

Ziehier de eerste band tussen de tempelridders en Schotland. De Schotse adel was arm, het was niet moeilijk grote eigendommen te kopen of te verwerven. Tot in latere eeuwen betaalden bijna alle Schotten (met uitzondering van de westelijke Hooglanden) feodale pacht aan de Tempelieren.
Het Schotse hoofdkwartier was in Balantrodoch, nu Temple genaamd, in Midlothian; andere plaatsen houden hun naam staande: Temple Liston (nu Liston), Temple ten NWvan Glasgow, Temple Denny bij Falkirk, Maryculter (komt van Kapel van Maria) in Aberdeenshire en tenslotte Tempiars Park.

Maar ook in Engeland waren de Templars goed thuis. Hun bank in London is al genoemd. In London vindt men ook nog hun oude
ronde tempel (w.s. aan het Temple Square, dacht u niet?) en in deze tempel werden in 1260 de Britse kroonjuwelen bewaard, die Henry 111 had beleend om zijn oorlogen te financieren. Betere bankiers kon de koning zich niet wensen.

Verval en vervolging
De tegenstand in het Heilige Land werd echter steeds sterker. Mogelijk ook raakte het enthousiasme van de kruisvaarders op. Maar toen in 1291 de Saracenen het laatste fort, Akko, in handen kregen, trokken de Tempeliers zich terug op Cyprus, in Frankrijk en Groot-Brittannië"). Daar zochten ze naar nieuwe bestaansredenen, die minder religieus, meer werelds en vooral stoffelijk van aard waren. In Akko kunt u nog enkele crypten van het fort van kruisridders bezien, waarschijnlijk van de Johanniter en Maltezer ridders, die zich terugtrokken naar Malta.

De nu rijke Ridders van Salomo maakten jacht op meer bezit, waarbij ze hun vechtkracht behielden. Van de kloosterbeloften, laat staan van het christendom, bleef niet erg veel over. De geschiedenis spreekt van brasserijen en dronkenschap, zodat we nog spreken van 'drinken als tempelieren'. Of de tempeliers zich inderdaad zo misdroegen blijft natuurlijk een vraag. Ook Paulus sprak van brasserijen en dronkenschap, maar nu onder christenen.
Er is weinig reden om te geloven, dat de tempelieren veel slechter waren dan de doorsnee burger van die tijd. En laten we denken aan de eeuwen van heksenjachten, waarin talloze onschuldigen ter dood gefolterd werden.
En dan nog even denken aan de geruchten, dat de eerste christengemeenten kinderen offerden; waarschijnlijk had men wel eens kindergeschrei gehoord in de catacomben, van jonge dopelingen.

Hoe dan ook, de Franse en Engelse vorsten zagen redenen om zich van hun gasten te ontdoen, waarbij zij de zeggenschap van de paus doorkruisten.
Philips IV van Frankrijk, zelf geen brave jongen, vluchtte in 1306te Parijs om uit handen van het gepeupel te blijven de Tempel binnen: hij was stomverbaasd over de rijkdommen en schatten die hij hier aantrof. Meteen verzocht hij als lid te mogen toetreden.
Dat werd hem niet vergund! Woedend over deze belediging beval hij in 1307 alle tempelridders in Frankrijk te arresteren.
Hun grootmeester en diverse aanzienlijke ridders werden te Parijs op een zacht vuurtje geroosterd; w,ellicht komt hier de naam van het zachtgeroosterde nagerecht 'arme riddertjes' vandaan. Maar verreweg de meeste tempelieren, met hun rijkdommen, verdwenen op eigen schepen naar Engeland.

Op dit spoor ging koning Edward 11 van Engeland verder. In 1308waren al enkele Ierse tempelieren ingerekend, maar die hielden daar vaste voet in eigen steden en loges, elf kastelen, eigen vloot en havens. In 1309begonnen zijn vervolgingen ook in Engeland.
En de paus, die de enige soeverein over de tempelieren was, volgde pas in 1312, toen hij de orde verbood, de tempeliers verbande, en opdracht gaf ze in alle christelijke landen te arresteren.
Er bleef weinig grond over, die de tempelieren niet onder de voeten brandde. Maar ziedaar: Schotland, dat zich nimmer onder het bewind van de paus had gesteld en alle pauselijke decreten onder tafel had gedeponeerd, wenkte naar de Engelse en Ierse tempelieren: kom bij ons en je bent in een vrij land!

(wordt vervolgd) ')

Bij grootmeesters en loge denkt u aan de Vrijmetselaars? Dat komt later.
2) Wie van onze historici of Haarlemmers kan mij inlichten, waaraan de Haarlemse Tempeliersstraat haar naam te danken heeft? Waren er tempelieren in Holland?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief