Diaconaat en bejaardenzorg

1991-09-27
  • Jaargang 35
  • nummer 20
Deze titel was door de organisatoren van de diakenen-conferentie aan de voordrachten meegegeven, met het verzoek om een ondertitel voor de afzonderlijke bijdragen.
Nu had ik even een poosje moeten nadenken over de volgende zin: "Definiëren wij het diaconaat als bediening van de barmhartigheid van Christus aan de gemeente, dan gaat het om de hulpbehoevendheid die voor velen in het oud-worden meekomt en wat diakenen praktisch zouden kunnen doen." Met het woord Barmhartigheid had ik een beetje moeite; dat moet in dit verband namelijk wel goed begrepen worden.
Indianen spreken over de ouden van dagen als over hen die de 'sneeuw van de bergen op het hoofd dragen'. Daar klinkt respect uit, ontzag, eerbied, maar ...

"Hoe waar is een indianenverhaal"
Laten we eens kijken naar de volgende aspecten:
- De kwaliteit van ouderdom in bijbels perspectief of (hoe verhoudt men zich tot de oudere)
- De noden van de ouderdom
- De zorgverlening
a. De rol van de overheid (voorwaarden scheppend)
b. De rol van de instituten (organiserend)
c. De rol van de familie (begeleidend)
- De specifieke plaats van de diaken

De bijbelse gegevens over de kwaliteit van de ouderdom
Er wordt in de bijbel op veel plaatsen gesproken over ouderdom, in verhalende trant; bijvoorbeeld m.b.t. Abraham, Jacob etc. Of ook in de zin van beloftes 'Gij zult uw kindskinderen zien' etc. Als we echter over de kwaliteit spreken, moeten we het hebben over de vraag hoe de verhoudingen liggen, van God tot de oudere, van andere mensen tot de ouderen, van de maatschappij tot de ouderen enz. Mij viel op dat er in ieder geval 4 typen teksten zijn die iets over die verhouding zeggen: 1 Het gebod. Eert uw vader en uw moeder. (Laatst hoorde ik een dominee tijdens het lezen van de wet bij dit gebod zeggen dat de kinderen extra moesten opletten, maar dat staat er in mijn bijbel niet bij.) Ook op andere plaatsen wordt dat gebod herhaald "Veracht uw moeder niet als zij oud geworden is"
Spr. 23:22 en in 1 Tim. 5:2 "wordt niet heftig tegen een oude man".
2 De generatiekloof. In Ezra 3 lezen we over de nieuwe tempel, het hele volk is enthousiast, maar de ouden zeggen zoiets als: "in de goeie oude tijd was het beter".
3 De reactie op de ouderen. In het verhaal van de tempelbouw bleef het volk in feeststemming en het geween maakte kennelijk niet zoveel indruk. Titus moet de gemeente vermanen: "oude mannen moeten nuchter zijn" (alcoholisme?).
4 De heilsbeloften. In Zach. 8 worden 10 heilsbeloften gedaan aan Israël, de derde luidt: "Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege zijn hoge leeftijd.
Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes die daar spelen."
Het is wel zeer opvallend dat juist de ouden, met de kinderen overigens, zo'n concrete plaats innemen bij deze geweldige heilsbeloften.
Samenvattend zien we dus dat de kwaliteit van de ouderdom in de bijbel wordt bepaald door het gebod, de harde feiten en tenslotte de droom van God, een tafereel zo vredig, zo goed, dat het werkelijk een heilsbelofte is.

De noden van de ouderdom
Ik denk dat ik nu heel concreet kan worden. De noden van de ouden zijn vele. Ik wil er een aantal opsommen in de veronderstelling dat uitbreiding van de rij merendeels precisering zou zijn:
1. Miskenning, niet serieus genomen worden, ondanks een rijke levenservaring.
2. Eenzaamheid, doordat vele vrienden, familie en kennissen weggevallen zijn.
3. Gebrek aan zingeving, men is gepensioneerd en heeft geen taak waar iemand op zit te wachten.
4. Afhankelijkheid, ten gevotge van ouderdomsgebreken, en slechte of te weinig hulpmiddelen.
5. Angst, o.a. voor dementie, maar ook voor het verkeer, voor schrikeffecten etc.
6. Rouw, om een overleden echtgenote bijvoorbeeld, maar ook omdat iemand door dementie is weggenomen.
7. Depressie. Uit onderzoek blijkt dat bij het klimmen der jaren zelfmoordgevallen gestaag toenemen, maar bij 65+ mannen neemt dit getal nog meer toe.
Doofheid wordt niet genoemd, niet meer kunnen lopen ook niet, meestal ligt niet daar het probleem, maar bij het feit dat men 'daardoor eenzaam is geworden of afhankelijk. Ga uzelf maar na, vroeger dook u nog van de hoge duikplank, dat doet u nu ook niet meer, maar daardoor bent u nog niet afhankelijk geworden of zo.
Miskenning. Ouderen kunnen soms lang van stof zijn, jongeren ervaren dat als prekerigheid en als ze even kans zien stappen ze op of over op een ander onderwerp, het weer bijvoorbeeld, daar hoef je tenminste niet over van mening te verschillen.
Eenzaamheid. Veel bekenden uit de jeugd zijn weggevallen, de kinderen hebben het zo goed met je voor, ze hebben je opgeborgen in huize 'Avondrust' , fijn in de bossen, rustig en stil, ze zouden daar zelf wel willen wonen, zo mooi als het er is. Maar moeder komt nooit meer in het winkelcentrum, opa zit nooit meer bij de kapper op z'n beurt te wachten, ze zien alleen maar groen en hooguit een nest jonge kraaien.
Zingeving. In het bejaardenoord is een bewonerscommissie, maar de directeur bepaalt toch wat er gegeten wordt, welke kleur de vloerbedekking in de recreatiezaal krijgt, enz.
Afhankelijkheid. En kon je nou zelf nog maar eens naar de kerk, maar je moet altijd opbellen of ze je komen halen, iedereen drinkt koffie in de zaal, maar die vriendelijke broeder die jou weer naar het bejaardenoord moet brengen, heeft haast, want hij wil graag thuis koffiedrinken.
Angst. Als je je dan eens goed voelt, en je wilt even met je looprekje naar buiten, dan lopen daar van die grote honden, zoals je ze zelf vroeger ook hebt gehad, je durft niet meer. Je wordt trouwens ook wat vergeetachtig, "ik zal toch niet dement worden hoop ik. Net als mijn vrouw, ze is nu in een verpleeghuis ..."
Rouw. " ... het is mijn vrouw eigenlijk helemaal niet meer, ze kent me niet en ik haar eigenlijk ook niet, ik ben alleen, en we hadden het zo fijn samen toen ze nog goed was. Het zou beter zijn als ze dood was, voor allebei. ..
Hoe kan ik dat nu denken."
Depressie. "Was ik zelf maar dood ..."

Zorgverlening
Ik denk niet dat het een vraag voor u is wat ik primair onder zorg versta.
Aan de ouden zult gij eer bewijzen.
Gij zult hen respecteren Gij zult hen eerbiedwaardig achten Gij zult hen gevoel van eigenwaarde geven, nee, ik zeg het verkeerd, u zult hen het gevoel van eigenwaarde niet ontnemen!

Daartoe dienen wij maatregelen te nemen, we dienen te zorgen dat de oudere zich niet afhankelijk voelt, maar zelf - zo mogelijk blijvend - het hoofd kan bieden aan de eerder genoemde noden.

Het konvooi
leder mens leeft in een konvooi van relaties die zich als concentrische cirkels om het individu bevinden, en die ieder een eigen rol vervullen. In de eerste ring zien we de familie, in de tweede de instituties en in de derde de overheid. We willen de
verschillende relatie- of konvooi ringen van buiten naar binnen bekijken.

De rol van de overheid
De overheid voert in ons land een beleid waar we naar mijn gevoel best blij mee mogen zijn.
Zij stelt de financiële middelen beschikbaar, zij creëert een wettelijk kader voor voorzieningen, ook organiseert zij met gebruikmaking van het particulier initiatief opleidingen. Maar daar moet het naar mijn gevoel echter ook wel bij blijven. (Soms wil de overheid nog iets verder gaan zoals in Z-Holland, waar men het aantal levensbeschouwelijke bejaardenhuizen wilde inkrimpen om ruimte te maken voor algemene bejaardenoorden. De provincie werd door de rechter teruggefloten, nadat de prot. en de kath.
verenigingen voor instellingen in de bejaardenzorg de zaak aanhangig hadden gemaakt.) Het bezwaar van de opstelling van de overheid is echter wel eens dat de bejaarde als een probleem van de huidige samenleving wordt gezien. Vanuit het standpunt van de overheid wel begrijpelijk, omdat het aantal bejaarden enorm toeneemt zoals uit onderstaande tabel van het CBS blijkt.

jaar bevolking leeftijdsgroepen in procenten
totaal 0-1920-6465+
1900 - 5179000 - 44,3 - 49,7 - 6,0
1920 - 6865000 - 42,2 - 51,7 - 5,9
1940 - 8923000 - 47,3 - 55,7 - 7,0
1960 - 11556000 - 37,9 - 53,1 - 9,0
1980 - 13899000 - 31,4 - 57,2 - 11,4
1990 - 14648000 - 27,2 - 60,5 - 12,3
2000 - 15201000 - 26,9 - 60,3 - 12,8
2010 - 15359000 - 24,9 - 61,2 - 13,9

Leeftijdsdiscriminatie is een woord dat u waarschijnlijk in de nabije toekomst nog wel eens zult tegenkomen.

De rol van de instituten
Het door de overheid mogelijk gemaakte beleid wordt in het hele land gestalte gegeven in de vorm van allerlei instituten. Uiteraard zijn er in ons land Algemene, Rooms Katholieke en Prot.Chr. instituten, en op veel plaatsen ook nog Joodse, Antroposofische en Gemeentelijke, die laatste zijn uiteraard ook algemeen, maar niet ontstaan vanuit het particulier initiatief.
AI deze instituten worden voor zover ik weet op gelijkwaardige wijze gefinancierd door de overheid.
Behalve m.b.t. de identiteit is er ook een onderscheid in de aard en de wijze van de zorg die wordt verleend.
Voor de thuiswonende bejaarde zijn er de gezinszorg en de thuishulp, de zogenaamde extramurale voorzieningen.
Voor de zorg die slechts binnen de muren van een instituut gegeven kan worden, de zogenaamde intramurale zorg, zijn er de verpleegtehuizen en de ziekenhuizen. AI deze voorzieningen vallen binnen de werkingssfeer van de AWBZ.
Tenslotte is er dan nog het bejaardenoord, of zo u wilt het verzorgingstehuis.
Bekostiging daarvan is geregeld via de Wet op de bejaardenoorden.
Overeenkomstig de plannen van Simons die ook al reeds in het rapport Dekker werden aangedragen zal waarschijnlijk in 1995de WBO (wet op de bejaardenoorden) als aparte voorziening verdwijnen en zullen ook de bejaardenoorden onder de AWBZ vallen.
U begrijpt dat dit zeer veel consequenties heeft, omdat het bejaardenoord eigenlijk vooral woonvoorziening is en pas in de tweede plaats verzorgingstehuis.
Het lijkt mij in het kader van dit artikel niet zinvol om hier al te diep op in te gaan, ik ben trouwens ook niet gespecialiseerd in deze materie.
Wel lijkt het mij goed om aan te geven welke diensten de verschillende instituten verlenen.
De gezinsverzorging verleent thuis hulp bij het huishouden. Overigens zoals u weet niet alleen bij bejaarden.
De wijkverpleging verleent thuis hulp bij de zogenaamde algemene dagelijkse levensverrichtingen. Te denken valt aan baden, aankleden etc. Ook verricht men verpleegkundige handelingen, zoals spuiten, zwachtelen etc.
Het verzorgingstehuis doet ook al deze dingen, voor zover noodzakelijk.
Het verpleeghuis biedt de bewoner geen eigen appartement, huishoudelijke hulp is dus niet van toepassing.
Wel kan men in het verpleeghuis net als in het ziekenhuis veel verder gaan met verpleegkundige handelingen.
Tenslotte kan men daar ook revalideren, bijvoorbeeld na een heupfractuur.
Op vele plaatsen in ons land heeft de kerkelijke gemeente in de persoon van de diakonieën het initiatief genomen tot het oprichten van instituten, zoals bejaardenoorden e.d. ten einde het door de overheid mogelijk gemaakte beleid daadwerkelijk institutioneel gestalte te geven. Naar mijn mening hebben de diakonieën die taak ook.

De rol van de familie
De rol van de familie van de bejaarde zelf. De kinderen zouden zoveel respect voor de ouders op moeten brengen dat het hen zelf pijn zou doen als vader, bij wie ze vroeger om raad kwamen, en moeder, die altijd klaar stond met thee en een luisterend oor als ze uit school kwamen, een eenzaam en zinloos bestaan zouden leiden.
De feiten liggen soms anders, kinderen laten het wel eens afweten, helaas, wel begrijpelijk, maar toch helaas.
Over de rol van de familie wil ik verder niet te veel zeggen. Wel lijkt het mij een goede zaak wanneer ambtsdragers er op toe zien dat kinderen zich gedragen overeenkomstig de door de bijbel aan hen gestelde eisen.

De specifieke rol van de diaken tenslotte
In het voorgaande heb ik de specifieke rol van de diaken reeds aangestipt.
Participeren in besturen van instituten lijkt mij gewenst. De kerkelijke gemeente mag niet volstaan met het opbergen van de bejaarde. Juist voor de kerkelijke gemeente geldt het gebod van God en dat gebod is de ouden eren, en niet opbergen. De diaconie zal dus goed moeten nadenken over de vraag of het werk in het instituut zo geschiedt dat daarmee aan het gebod gehoorzaamd wordt, dat de bejaarde in zijn waarde gelaten wordt, dat hij een eigen zinvolle plaats in de samenleving behoudt en dat hoeft niet per se huize Avondrust te zijn. Voelt u het nuance-verschil tussen dienst der barmhartigheid en iemand in zijn waarde laten?
Neem eens een bejaarde in gedachte, kan hij niet meer koken, regel dan de warme maaltijd voor hem via thuiszorg of een nabijgelegen bejaardenoord, zeg hem wat dat kost, en zeg hem ook dat de sociale dienst de kosten betaalt als hij dat zelf niet kan.
Tegenover de sociale dienst hoeft hij zich niet schuldig te voelen, niet afhankelijk, die is er voor en dat meisje dat hem eens per week komt wassen wordt ervoor betaald. Laat hem zolang en zoveel mogelijk zelfstandig zijn, laat hem zelf zijn boodschappen doen, of vraag iemand met hem mee te gaan en zich te laten trakteren op een kop koffie of een ijsje op een terras, alsof het zijn zoontje was. Organiseer de thuishulp en als het niet voldoende is kun je best zelf iets uit handen nemen of door iemand uit de gemeente laten doen, maar wees daar voorzichtig mee. Dank-je-wel zeggen is prima, maar altijd dank-je-wel moeten zeggen is heel vernederend. En als het dan tenslotte helemaal niet meer gaat met de thuishulp, breng dan het bejaardenoord rustig ter sprake, zeg hem dat hij daar andere mensen ontmoet, ga een keer met hem kijken, koffie drinken, wat kopen in het winkeltje, wijs hem er op hoe veel hij daar nog betekenen kan, vraag hem of hij de huwelijksbijbel wil kalligraferen, of hij het kerkblad in het bejaardenoord wil rondbrengen, er is zoveel te doen. En klaagt de goede man altijd, praat er.dan gewoon positief over heen, laat hem delen in uw levensvreugde, in uw geloof, is hij echt lastig, dat komt bij alle mensen voor, vermaan hem dan dat hij nuchter moet zijn. Is hij bang voor dementie, neem dan eens contact op met thuiszorg of de directie van het bejaardenoord, er zijn goede voorlichtingsprogramma's voor ouderen, hoe daar mee om te gaan. Rouwverwerking is heel moeilijk, vooral omdat dat vaak gepaard gaat met schuldgevoelens, een goed gesprek over het werk van Christus kan echt wonderen doen en depressies voorkomen, komt het toch zover, schakel dan altijd professionele hulp in, Riagg bijvoorbeeld. Leviticus blijft zeggen: "Aan de ouden zult gij eer bewijzen". Dat is het allerbelangrijkste dat moet gebeuren totdat het zilveren koord wordt losgemaakt, totdat de kruik bij de bron verbrijzeld wordt en het scheprad in de put wordt verbroken. Ja u hoort het goed: de kruik bij de bron, in het volle leven, het scheprad in de put, niet bij het oud roest. Geef de oude de hem toekomende waardigheid, wees trots op uw ouden zoals de Oostenrijkers op hun besneeuwde toppen. Net als die indianen, maak hun verhaal waar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief