Normaal en abnonnaal
1991-10-11
Het geloof als gave van God- Jaargang 35
- nummer 21
In een dienst waarin de openbare belijdenis van het geloof plaatsvindt volgt op het Ja-woord van de belijdeniscatechisanten het uitspreken van de zegen van 1 Petrus 5:10. Aan het slot komt dan de lofverheffing van 1 Petrus 5:11 "Hem zij de kracht in alle eeuwigheid.
Amen". Zo is het goed. Evenmin als Jakob-Israël zullen we buiten de zegen van de Here ook maar tot iets in staat zijn. Hem alleen komt de lof toe, omdat de vreugde van de dag alleen aan Hem en niet aan onszelf te danken is. Ons eigen geloof een gave van· God. Zo staat het ook letterlijk in Efeziërs 2:8. De Schrift wijst daar steeds weer op. Als Petrus de goede belijdenis heeft uitgesproken, dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God, antwoordt de Here: "Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is"Mattheus 16:17. Inderdaad, óns geloof ... gave van Gód!
Het ongeloof als abnormaliteit
Nu hebben we de neiging een verkeerde redeneerweg in te slaan. In ons denken zit zo vaak een rechtlijnig voortstappende robot opgeborgen! Als dan het geloof een gáve is van God en als we het geloof en ook het blijvenbij-
het-geloof alléén aan Hèm te danken hebben en als het geloof niet voortkomt uit vlees-en-bloed, dan zuIlen we toch zeker kunnen vaststellen, dat het óngeloof te typeren is als. de normale conditie van ons mensen. Het geloof als een - zij het zeer positieveabnormaliteit. Het óngeloof als de - zij het negatieve - normale conditie. En dan laat de bijbel ons duidelijk zien, dat deze redenering niet klopt. We kunnen denken aan Markus 6:6, waar we vinden dat Jezus zich verwónderde over het ongeloof van de bewoners van Nazaret. Zou de Here zich verwónderd hebben over "de normale conditie' van ons mensen? Dat kun je natuurlijk niet volhouden. Men heeft het over de wijsheid, die aan Jezus gegeven is. Men heeft gehoord van de wondertekenen, die Hij elders heeft gedaan.
Men heeft de tekenen van de Messiaanse tijd heus wel in zich opgenomen.
Vergelijk daarvoor maar eens Mattheus 11:4 met Jesaja 29:18-19; 35:5-6; 61 :1. Wat kon men daar in Nazaret anders doen dan iri Jezus geloven en Hem met vreugde verwelkomen: "Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren"? Maar ze komen niet over het feit heen, dat Hij hun stadgenoot is, de timmerman, de zoon van Maria, de broer van Jakobus en Josef en Judas en Simon - Markus 6:3.
Hun stadgenoot die dus (!) maar niet zo'n hoge pretentie moet hebben! Zij m6ésten toch tot geloof komen! Zij némen aanstoot aan Hem, omdat zo'n gewone (!) stadgenoot zijn gewone plaats maar eens wat beter moet beseffen.
Dat maakt de verwondering van Jezus gaande. De geloofsconclusie zou de enige normále reactie zijn!
Wat nu gebeurt is een boosaardigongezonde reactie, ongezond denken, ongezond voelen! 'Insane'! De Here, die de Vader de exclusieve eer geeft om Petrus' geloof, kan zich verwónderen over het ongeloof in Nazaret. Laten we de robot in ons denken de pas afsnijden en beide woorden laten staan!
Het geloof als normaal antwoord op de boodschap
In 1 Thessalonicenzen 2:13 dankt Paulus God, dat de Thessalonicenzen het hun gepredikte woord hebben aangenomen niet als een woord van mensen, maar - wat het inderdaad is - als een woord van God. In deze dankzegging komen enkele lijnen samen. Allereerst betuigt Paulus hiermee, dat ook de Thessalonicenzen hun geloof uitsluitend en alleen aan God te danken hebben en dat Hem dus ook alle dank moet worden toegebracht. Hun geloof ... gáve van God. Inderdaad.
Maar wat betekent het nu, dat ze tot geloof gekomen zijn? Zij hebben de gepredikte boodschap aangenomen niet als woord van mensen maar als woord van God. Zij hebben God op zijn woord geloofd. Maar let nu op dat tussenzinnetje: "wat het inderdaad is". Zij hebben niet iets creatiefs gedaan!
Zij hebben niet iets geschápen!
Zij hebben alleen maar het woord van God als woord van God aangenomen!
Dat is niets bijzonders, zou je haast zeggen. Heel normaal.
Er waren er ook die niet geloofden. Zij kwamen tot een ongezonde en abnormale reactie op de boodschap van God. Zij wierpen de waarheid weg en zij weigerden de werkelijkheid te erkennen!
Dat is abnormaal.
Weer treffen we aan die wonderlijke tweezijdigheid. Paulus dankt de Here God en Hem alléén voor ... de normale reactie van de Thessalonicenzen die tot geloof gekomen zijn. Zo moet je het toch wel zeggen. Uit zichzelf zouden zij niet zo gereageerd hebben! Maar je moet die uitdrukking 'uit zichzelf' niet door 'normaal' vervangen. De ongeloofsreactie als abnormaliteit.
Wat te doen met de beide lijnen?
Het geloof als gave van God. Het geloof als normale reactie op de boodschap.
Het geloof aan God te danken en niet aan vlees en bloed. Verwondering over het óngeloot. Wat doen we nu met die beide lijnen? Met die lijn van het geschenk en met de lijn van denormaliteit? Als ons overdenken geen praktisch nut heeft voor ons geloof en voor ons leven, dat is het niets waard.
Ik geloof echt wel, dat het praktische nut aanwijsbaar is. Als men de lijn van het geschenk doortrekt en daarbij alléén blijft staan, dan kan men komen tot zo'n doodse berusting: Het ongeloof is dan eigenlijk alleen nog maar onmacht. We kunnen 'nu eenmaal' niet. Dan kun je nog wel praten over schuld, maar in feite ga je je moe en mat verontschuldigen! Onmacht verslindt de schuld en het zondebesef verkwijnt. Maar als we die beide bijbelse lijnen vasthouden, dan zit er in het ongeloof zo ontzettend veel opgeborgen.
Onmacht - jazeker! Maar ook onwil - "Gij hebt niet gewild" - Lukas 13:34. Onmacht - zeker! Maar ook weigering - Deuteronomium 1:26.
Onmacht - zeker! Maar ook boosaardige ongezondheid in denken, voelen en reageren - als bij de inwoners van Nazaret. Twee zinnen naast elkaar: "Zij kunnen het niet willen" en "Zij willen het niet kunnen". Neen, de samenhang en het verband kunnen wij niet doorzien. Onze denkrobots kiezen altijd weer voor het één of voor het ander: voor het geschenk of het gezonde denken, voor de afhankelijkheid van God of voor de normale reactie.
En dan worden we met onze éénzijdigheid of zwaar-lijdelijk of remonstrants.
We moeten al die elementen van de bijbel laten staan. De afhankelijkheid van de Here betekent nooit, dat je dus (!) bent vrij te pleiten van boosaardige abnormaliteit als je de boodschap niet aanneemt.
Het geschenk van de Here is wonderlijk.
Maar in dat wonderlijke doet Hij ons zien wat rècht voor ons staat. En Hij doet ons grijpen wat vlàk bij ons is gebracht. DatIs de verschrikking van de zonde van het ongeloof: Niet zien wat voór je staat, Uit alle donkere macht je ontworstelen aan wat linea recta naar je t6ékomt. "Ach, ik ellendig mens!" Inderdaad. De doodsheid moet wijken uit onze zondebelijdenis!
En dat kan als we de héle bijbel laten spreken! .
Ovenwinning van verkeerde schroom
Het geloof: God doet ons in zijn genade normaal reageren, denken, gevoelen.
Hij overwint onze abnormaliteit.
Hoe vaak hebben we niet te worstelen met de gedachte, dat toch het ongeloof eigenlijk normaal is en het geloof een soort positieve abnormaliteit als een wonderlijke kop op de gewone mens! Dan kunnen we ons geloof gênant vinden. We zijn dan niet meer op de g6éde manier vreemdelingen op deze aarde. We zijn eigenlijk zeer verlegen met die vreemde geloofskop op ons gewone mensenleven .
We vinden dan dat ons geloof eigenlijk helemaal buiten ons denken en gevoelen en reageren staat en dat de geloofswereld een heel apart wereldje is.
Dan zijn we ook bang om als getuigen van Christus voor het geloof uit te komen. Maar als we dat nu eens laten stáán, dat God ons in zijn wonderlijke genade weer tot normale mensen maakt en dat Hij ons verlost van het ongezonde denken en reageren, dan raken we gelukkig onze angsten kwijt.
Dan gaan we erg ons best doen om de niet-gelovige naaste in zijn hele leven aan te spreken: in zijn denken, gevoelen en reageren. We accepteren het niet meer, dat hij eigenlijk normaal zou zijn en dat wij met ons geloof eigenlijk uit het normale vlak verdwenen zijn. We gaan aan het werk om overal het normale en het abnormale goed onder de ogen te krijgen en te laten zien aan anderen. De kern van het werk van l'Abri, als ik het goed begrepen heb.
Een niet-gelovige kan met gloed de overtuiging uitdragen, dat de gehele wereld opgesloten is in het verband van oorzaak en gevolg en dat er nergens een plaats voor God is! We kunnen het doen zonder deze hypothese (dat God er werkelijk is), zo zei De la Mettrie eens. En dat heeft op vele bange christenen een diepe indruk gemaakt. Daar had je het normale denken, waar het geloof helemaal buiten staat! Maar als we van die angst verlost zijn worden we kritischer.
Wat voor god (kleine letter!) heeft· De la MeUrie eigenlijk buiten de deur gezet? Een god die om de aarde (die Hij toch zèlf geschapen heeft!) heenloopt om een gaatje te vinden in de regelmatigheden (die Hij toch zèlf gelegd heeft!) om zó bij ons binnen te komen - door dat gaatje 'heen! En als dat gaatje niet te vinden is, dan ... is God (god) er ook niet meer! Ongezond denken! Oneerbiedige boosaardigheid! 'Insane'!
God heeft de macht grote opzienbarende wonderen te verrichten. Hij heeft ook de macht zijn doel te bereiken in het heel gewone verloop van de dingen en in de lijn van oorzaken en gevolgen. Want Hij is Gód!
Geloofd zij God!
Wij hebben als gelovigen de Here te loven en te prijzen. In een diepe nederigheid.
Hij brengt ons genadig terug door zijn leven-gevende kracht. Tot het normale en echt-menselijke leven, waarvan wij door de zonde zo vervreemd waren. Tot het gezonde reageren, denken en gevoelen, dat door de zonde zo onbereikbaar geworden was.
Wiï konden het uit onszelf niet meer willen. Wij wilden het uit onszelf niet meer kunnen. Hij heeft ons teruggebracht.
Door Jezus Christus onze Here! Laten we onze plaats innemen zonder vrees en angst.