Tussen kerk en keuken

1991-10-11
  • Jaargang 35
  • nummer 21
Was het nu zo? (1)
Als ik iets van Aleid Schilder lees, hoor, of zie, bekruipt me een gevoel van wrevelig medeleven. Meeleven omdat ze zo veel last heeft meegesleept uit het verleden en wrevel omdat ik zo weinig herken uit haar aversie tegen dat verleden. Ze legt de last op een Vrijgemaakt bordje, terwijl die er, volgens mij, niet op thuis hoort.
We komen uit dezelfde Vrijgemaakte Kerk en in leeftijd zullen we elkaar ook niet veel ontlopen. Je zou dus mogen verwachten dat we nog al wat gemeenschappelijke ervaringen hebben, maar hoe ik ook graaf in mezelf, er komt spaarzamelijk iets negatiefs boven.

Alweer een tijd geleden, vlak na een T.V.-uitzending waaraan Aleid Schilder meewerkte, praatte ik er over met een vriendin die dezelfde achtergrond heeft. Na een paar minuten keken we elkaar niet-begrijpend aan. Zij met haar herkenning en-Ik met mijn onbegrip.
"Het was toch zo... Je deed toch alles fout en je was toch altijd slecht" zei ze en prikte driftig in een gans van stof, die onder haar handen een scheeloog en een gele snavel kreeg. Ik zei verbluft: "Ben jij gek! God, die alles maakte, de lucht en 't zonlicht blij ... De hemel, zee en aarde ... zorgt ook voor mij! Daar ben ik mee opgegroeid."
Ze bekeek me hoofdschuddend en we stortten ons op het gedeelde verleden.
Ik vertelde:

Wij gingen 's morgens altijd met mijn vader naar de kerk.
Moeder zorgde thuis voor de kinderen die te klein waren om mee te gaan. Op een rij zaten' we naast elkaar. Vader aan het eind. Hij bekeek ons kalm en toegenegen en deelde knikjes en toffees uit en ik bengelde af en toe met mijn voeten heen en weer, want die reikten nog niet tot de grond.

De dominee bad wel een paar stereotiepen: Tot enig goed ónnût het woord onnut sprak hij dan altijd op dezelfde gedragen toon uit, ón een terts hoger dan nût... en geneigd tot alle kwaad.
De betekenis van het woord onnut was me volslagen duister en geneigd tot alle kwaad ... wie dacht je dat er zo netjes de naai box en de knopendoos van mijn moeder had opgeruimd ... Zo!
Tevreden zoog ik op een toffee, terwijl ik van de papiertjes poppetjes vouwde.
Daar bereikten we allemaal een grote vaardigheid in en één van mijn zusjes was op dat gebied gewoon begaafd.
Ze maakte beeldschone papieren poppetjes, waar ik afen toe met afgunstige ogen naar keek.
Zelfs nu nog begin ik, als ik een toffeepapiertje in handen krijg, automatisch te vouwen en de bovenkant in te scheuren om een poppenkapsel te maken.

We deelden onze predikant met een naburige gemeente en als gevolg daarvan, hadden we vaak preeklezen.
We hoorden dus ook de geluiden uit de rest van het land, ander zou je nog kunnen denken dat de Amsterdamse prediking aan de lichte kant was.
Als we een predikant van buiten hadden, vond ik dat uiterst plezierig want ook met preken deed verandering van spijs eten en het was echt niet zo, dat onze zwakke natuur dan opeens extra in het zonnetje werd gezet.

Had onze dominee het nooit over 'De God der Wrake'? Niet in die term. Wel kon hij af en toe wat dreigend roepen: "Onze God toornt schrikkelijk." Dat vond ik zelfs als klein kind al een kromme zin, want ik dacht er achteraan: "Vérschrikkelijk toch." Maar daarna had hij het over de Here God als over 'De Vader'.

Mijn vader hield gelukkig veel van ons en liet dat ook royaal merken. Dat 'toornige' maakte op ons dus niet veel indruk.
Mijn vader was misschien wel geneigd tot alle kwaad, maar niet geneigd tot kwaad wórden.Hij bestrafte ons wel eens korzelig, maar dan moest je het wel bont gemaakt hebben. Hij kwam er ook later niet op terug. Genade en iedere dag met een schone lei mogen beginnen, was voor ons een in praktijk gebracht gegeven.

Mijn moeder las ons altijd voor uit de kinderbijbel van Van de Hulst en daar kwam meer de Liefhebbende Vader die God is, in naar voren, dan de toornige God voor Wie je op moet passen en Die je moet vrezen.

Al koutend kwamen mijn vriendin en ik tot de volgende conclusie. Het was een beetje een open deur die we intrapten, maar vooruit. ..
Ervaringen worden heel sterk gekleurd door het gezin waaruit je komt en vooral door de manier waarop je ouders omgingen en gaan, met het Evangelie. Het maakt wat dat betreft niet zoveel uit tot welke kerk je behoort.
Predikanten en gemeenteleden kunnen iets versterken of afzwakken, maar de basis komt bij je ouders vandaan.
De manier waarop je over jezelf denkt, ook.

Het totale gemis aan vreugde (zo komt het op mij over) als Aleid het over haar ouderlijk huis en de kerk heeft, vind ik bijna onthutsend. Om dat gemis toe te schrijven aan een kerk of een Calvinistische manier van denken, lijkt me niet terecht.
Volgende keer ga ik hier nog op door.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief