Tussen kerk en keuken

1991-10-25
  • Jaargang 35
  • nummer 22
Was het nu zo? (2)

Vorige keer vertelde ik over het verschil tussen herinneringen die mensen kunnen hebben. Nu ben ik me er natuurlijk van bewust, dat herinneringen op zich niets bewijzen.

Toch ben je om een indruk van het verleden te krijgen, afhankelijk van herinneringen.

Ik geef u een impressie door (met toestemming) van een lid van een Amsterdamse familie. Het stukje komt uit een bruidsmail, die is gemaakt toen hun ouders (grootouders) 50 jaar getrouwd waren.
In de bruidsmail zijn terugblikken, gedichten en gedachten van de familieleden verzameld. Ik heb zitten schateren toen ik hem las en was tegelijk een beetje aangedaan om de manier waarop sommigen uiting gaven aan hun genegenheid voor elkaar.
Zonder sentiment of hoogdravendheid en daarom waarschijnlijk zo echt.

Het stukje gaat over een gewone zondagmorgen en heeft als opschrift: Drie stuivers en vijf vaalt jes. De schrijver is Zeger van Voornveld.

Ze liggen tegenwoordig gratis op de balie van de banken en garages: die rechthoekige 'rolletjes' pepermunt. De opdruk is van een sponsor en je mag er zoveel meenemen als je wilt.
Wij kenden ze vroeger als Vaalpepermuntjes en we kregén er zondags per dienst 5 mee naar de kerk (nee niet vijf rolletjes: vijf pepermuntjes).
En uit een ander rolletje peuterde vader per kind 3 stuivers. Een kleine berekening leert - aangenomen dat we gemiddeld per zondag met z'n negenen naar de kerk gingen - dat er 2 x 9 x 3 = 54 stuivers en 2 x 9 x 5 = 90 pepermuntjes per zondag doorgingen.
Nog een andere berekening die ik hier niet wil reproduceren, komt er op neer dat de 2 gulden 70 aan stuivers tegen het toenmalige nettoloon afgezet, nu een waarde van over de 20 gulden zou hebben. En het ging, als ik het me goed herinner, meer van 'nooddruft' dan van 'overvloed'.
Andere zondagmorgen ceremoniën waren het trekken van de scheiding in je haar. Vader deed dat met een scherp kammetje nadat je het haar had natgemaakt. Gewassen was het de avond ervoor tijdens de wekelijkse tobbebeurt. En schoenen moesten niet alleen glimmende neuzen, maar ook glimmende achterkanten hebben want "vanachter wonen ook mensen" was het vaste statement waarmee vader deze eis kracht bijzette. Gebruikten wij een ontbijt voor we naar de kerk gingen?
Het zal zeker wel maar ik kan het me niet herinneren. Wel de wat gespannen sfeer, die geur van zeep en schoenpoets, vaders onredelijke vraag naar schone sokken, die altijd op dezelfde plaats klaar lagen en het 'stik' als z'n veter brak bij het te strak aantrekken.
En daarna de stuivers en de vaaltjes.

Soms neem ik wel eens zo'n rolletje uit een grijpbak mee. Maar ik eet ze zuinig, stuk voor stuk op. Indertijd moesten we met 5 stuks ruim anderhalf uur doen. De stuivers waren, omdat vader ze in rolletjes van de bank haalde, soms nieuw. Dan hadden we gouden stuivers, waar je bij het passeren van de collectezak moeilijk afscheid van nemen kon.
De pepermuntjes zijn alleen nog gratis te verkrijgen en kleiner geld dan stuivers hebben we niet meer.
Toch maakte het de dag des Heren tot een rijke dag.
Ik ben bang dat de tegenwoordige 'rol snoep' en de collectebonnen dat gevoel niet meer kunnen opwekken.
En een scherp kammetje heb ik ook niet.

In een ander stukje staan de volgende zinnen: We zijn opgegroeid met de wetenschap dat vader en moeder elke dag voor ons bidden ...

Voor mij ook heel herkenbaar.
Ik zou het liefst doorgaan met citeren uit de brief. Het zijn kleine dingen, maar ze geven het klimaat weer, waarin de gezinsleden met elkaar omgingen.

Misschien dat door deze dingen het verschil in herinnering aan de kerk ontstaat? Eerlijk gezegd, ik denk het wel!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief