Antwoord aan 'Almere'

1991-11-08
  • Jaargang 35
  • nummer 23
Aan de generale synode der Gereformeerde Kerken in Nederland,
Postbus 201
3830 AE Leusden

Apeldoorn, 26 sept. 1991

Zeer geachte broeders en zusters

Uw brief aan onze kerken d.d. 1 december 1988 (Nr. GSA/87/1305) ontvingen wij juist na sluiting van de vorige Landelijke Vergadering (Dronten 1988). De volgende Landelijke Vergadering is pas dit jaar bijeengekomen, zodat wij eerst op 8 juni 1991 in de gelegenheid waren om Uw brief te bespreken. Deze brief behelst de verklaring, zoals deze op de synode van Almere 1987 is aangenomen.

In die verklaring hebt U ons laten weten, dat U - terugziende op de gebeurtenissen, die in de veertiger jaren tot de vrijmaking hebben geleid - droefheid uitspreekt over het aandeel van Uw kerken in het tot stand komen van die breuk. Tevens erkent U in de zorg voor de zuiverheid van de leer te weinig oog te hebben gehad voor de gewetensnood van broeders en zusters; en U betreurt, dat zij de last van veroordeling wegens scheurmakerij hebben moeten dragen en nog steeds dragen.

Met blijdschap hebben wij van deze verklaring kennisgenomen. Het komt zelden voor, dat kerkelijke vergaderingen openlijk en officieel tot de erkenning komen, dat zij broeders en zusters kwaad hebben gedaan. Ook de wens om aangedaan onrecht nog zoveel mogelijk goed te maken vindt bij ons waardering.

Wij voor ons houden de overtuiging, dat er in 1944 en volgende jaren voor ons in feite geen andere weg openstond dan die wij destijds gevolgd zijn, de weg namelijk van vrijmaking van bovenschriftuurlijke binding aan synodebesluiten.
Daaraan willen wij toevoegen, dat in die tijd van kerkscheuring en vrijmaking ook bij ons, die ons verongelijkt en miskend achtten, verkeerde woorden en daden zijn voorgekomen.
De Here, de God van alle genade moge ons allen de smaad Hem hierdoor aangedaan genadig vergeven.

U zult begrijpen, broeders en zusters, dat wij de neiging bijna niet kunnen onderdrukken om - nu de gelegenheid zich aanbiedt - nader in te gaan op de huidige situatie van kerkelijke en geestelijke gescheidenheid. U weet immers hoe wij op onderscheiden gebieden fors uiteen zijn gegroeid.
Toch willen wij dat thans niet doen. Op dit moment willen wij ons beperken tot het dankbaar reageren op Uw brief.

De intentie van Uw brief en de herinnering aan een gemeenschappelijk verleden, waarin de Here ons zo rijk gezegend heeft, zijn voor ons redenen om - met U - van harte te bidden om Gods Geest, die héél maakt en nieuw leven schept.

Met christelijke groet

namens de Landelijke Vergadering 1991

(P. Wassenaar, praeses) (N. Sikkema, scriba)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief