Persschouw
1991-11-22
In ere herstellen?- Jaargang 35
- nummer 24
'Voorlezers tijdens de kerkdienst', bestaan ze nog? Uit betrouwbare bron weet ik te melden dat in alle kerken op Urk de ouderlingen dit werk nog doen.
Voor degenen, die niet weten wat een 'voorlezer' is volgt hier een korte uitleg.
Een voorlezer is iemand die de dominee ter zijde staat in het lezen van de Wet en het bijbelgedeelte.
Vroeger was dit een zeer gebruikelijke aangelegenheid, die niet altijd stoorloos verliep.
In het boekje van Henk de Jong over 'Kerkeheren kerkekriechten' vertelt de schrijver over Gartjan Hesselink die op Pinksteren Handelingen 2 moest lezen. Hij raakte op een keer zo in de war van al die landen en streken, dat hij de meest wonderlijke gebieden noemde: Klappadozië, Pontus en Pilatus, Prikkië en Pampilus. Toen de predikant van elders in de Pinkstermiddagdienst opnieuw Handelingen 2 opgaf werd het Gartjan te gortig. Na gestart te zijn met de 'Parters en de Meders' keek hij van zijn bijbel op en zei: "en verder allemaal dezelfde heren als vanmorgen."
Het waren lang niet altijd de 'eersten de besten' die dit 'ambt' van voorlezer bekleedden.
Zo moet het in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam gebeurd zijn, dat een dominee van 'elders' de voorlezer bij zich liet komen in de consistorie om hem attent te maken op de moeilijke namen in het voor te lezen Schriftgedeelte.
De voorlezer beloofde zijn best te zullen doen. Toen echter deze man aan het voorlezen was ontdekte de dominee al gauw dat hier een vakman aan het woord was. En bij goed kijken zag hij dat het niemand minder was dan de classicus Prof. Woltjer.
Er waren voorlezers die stukken beter en welluidender lazen dan de dominees.
Maar er waren er ook zoals bijvoorbeeld in Oudelande die 'volledig onbequaam' werden bevonden. In Nijmegen kreeg de beste man zelfs een boete van twee schellingen voor ieder woord, dat hij inslikte.
Sommige voorlezers wilden ook in hun mimiek de dominees imiteren. Zo wees de voorlezer in Amsterdam-Zuid bij het lezen van 'nedergedaald ter helle' indringend naar de grond en hij verhief zijn handen bij 'opgevaren ten hemel'. Een andere voorlezer die dit ook eens wilde proberen vergiste zich en liet zo de 'nederdaling' opwaarts geschieden.
Overigens, en nu kom ik aan het slot van dit stukje, waarom zouden we de voorlezers niet in ere herstellen?
Wij leven immers in een tijd van democratie, niet van dominocratie, van inspraak niet van alleenspraak.
En de gemeente wordt op die manier weer wat meer ingeschakeld bij de eredienst.
M.E. Norah schreef dit artikel in 'KONTAKT'- Kerkblad van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Zaandam.
We zijn het met zijn voorstel ten aanzien van de herinvoering van de voorlezende ouderling in de eredienst eens. Alleen moet ik er wel bij zeggen, dat het niet juist is te spreken van demokratie in de kerk. Demokratie betekent, dat het volk regeert.
Maar in de kerk worden de lakens niet door de gemeente uitgedeeld hoewel de gemeente een eigen bevoegdheid bezit. Maar die bevoegdheid dient in harmonie met de door de gemeente gekozen kerkeraad te worden gerealiseerd en gekonkretiseerd. Het is goed de ogen open te hebben en te houden voor het monsterachtige gevaar van de dominokratie. Het past een dienaar van het Woord niet zijn eigen gang te gaan en allerlei dingen maar aan de kerkeraad en aan de gemeente te dekreteren. Het gaat niet om zijn haan, die koning moet kraaien. Nee, het gaat om de schapen van de kudde Christi, die mede aan zijn zorg zijn toevertrouwd.
En hij mag blij zijn met een goede kerkeraad, die hem bij bepaalde gelegen/Jeden op de vingers tikt, omdat hij teveel het heft in eigen handen heeft genomen. Aan elke vorm van ambtelijke heerszucht dient een halt te worden toegeroepen. Maar daartegenover is de zgn. demokratie een even groot gevaar in de kerk. Dan moet de kerkeraad onder alle omstandigheden buigen voor het diktaat van de gemeente. Soms wordt er door gemeenteleden gezwaaid met het lidmaatschap als een kerkeraad niet kapituleert voor hun eisen. Ik ben daarvan nooit onder de indruk geraakt en heb mij als dominee daaraan nooit gestoord. Kerkrecht is niet het recht van de dominee, maar ook niet het recht van de gemeente. Het is het recht van de Christus, het recht van de Heilige Geest.
Het gaat in de kerk om de Christokratie!
We moeten ons allemaal laten regeren door de Christus, de Zoon van God, die Mens werd. Zijn gezag is absoluut en Hij bindt ons aan het Woord van God. De Here maakt de dienst uit en als de gemeente naar Hèm luistert is haar bloei verzekerd.
Tot slot: In de Nederlands Gereformeerde Kerk te Urk komt men de voorlezende ouderling niet meer tegen!
Enschede, O. Mooiweer