Sterven zonder vrees
2010-10-29
In de woestijn van deze wereld proberen we koste wat kost ons eilandje van geluk te creëren. We hebben het beloofde land uit ons hoofd gezet. Liever een klein beetje dat we veilig kunnen stellen dan een geweldige toekomst die we moeten afwachten. Terwijl God zoveel voor ons in petto heeft.- Jaargang 54
- nummer 21
Sterven is moeilijk. Het is tegennatuurlijk, ontluisterend. De mens is niet geschapen om tot stof te vergaan. De dood is de ultieme vijand.
Spreken over sterven gaat ons ook niet gemakkelijk af. Veelal wordt het doodgezwegen, want het is helaas het einde van veel leuke dingen. Als het niet anders kan, pas dan zoeken we naar woorden hiervoor. Eerder laten we ons plezier in het leven niet bederven. met als gevolg een groot verlies aan perspectief. In de dagelijkse drukte verliezen mensen hun levende verwachting.
Water en woestijn
Ooit trok het volk Israël uit Egypte naar het beloofde land. De Heer voerde zijn kinderen dwars door de zee heen, met de bedoeling dat ze nooit meer slaven zouden zijn. Daarin handelde de Heer karakteristiek voor alle tijden. Hij maakte Zich bekend in zijn daden, voor toen en voor nu. Die gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied (1 Kor. 10:6,11). Niet een voorbeeld om na te volgen, maar als beeld vooraf: zó is Hij die komt! Hij is zoals Hij was, Hij komt zoals Hij kwam.
Zo concreet als indertijd het volk Israël het diensthuis van de dood mocht verlaten om alleen de levende God toe te behoren, zo gaat wie vandaag tot geloof komt in Jezus Christus over uit de dood naar het leven (Joh. 5:24). Toen keek heel de wereld ademloos toe en het werd opgeschreven voor ons, met de bedoeling dat we in geloof niet gering zullen denken over wat God in ons leven doet.
Beloofde wereld
In beide situaties ging en gaat de weg door het water heen. Water dat een graf blijkt te zijn: de macht van de zonde werd en wordt erin begraven. Zo brengt God zijn kinderen in een nieuw leven. We mogen opstaan met Christus, nu al. Hij leeft en wij leven met Hem.
In beide situaties ging en gaat de weg eerst door de woestijn. Het beloofde land lag verderop. Voor ons is dat de beloofde wereld. Een geweldig uitzicht, dat alles in zich heeft! Maar daarmee begint het niet. Eerst gaan we door de woestijn, net als toen. Niet als noodzakelijk kwaad: het is een essentiële fase, want niet de wijnstok en de vijgenboom waren het hoogtepunt van de bevrijding, maar het naderen tot de levende God.
In die woestijn was de Heer samen met zijn bruid (Jer. 2:2), Hij maakte er een huwelijksreis van. Niet de presentjes kwamen op de eerste plaats, maar de liefde waarin Hij present was. In de woestijn vroeg Hij naar het hart van zijn volk. Juist daarom stelde Hij het keer op keer op de proef (Deut. 8:2).
Vandaag gaat het net zo. Ons leven is een reis naar de beloofde wereld, met onderweg allerlei gebeurtenissen waarin God ons hart wil zien. Wij dragen de belofte dat we straks mogen binnengaan (Hebr. 4:1). De vraag is echter, hoe graag we dat nog willen. Dat was eerder ook al een probleem.
Maakbaar
Gaan we echt door een woestijn? Alles is toch te koop? De welvaart lacht ons toe. Niet alleen jongeren gedragen zich zo. De woestijn lijkt weg. We hebben haar weggetoverd. Want een mens wil geen woestijn, zeker de westerse mens niet, gesteld als hij is op al zijn voorzieningen.
In onze maatschappij lijkt vrijwel alles maakbaar, tot en met onze gezondheid. Alles wat kan, willen we ook. Het wordt uitgangspunt van denken. Wij denken vanuit welvaart, niet vanuit lege handen. Met als gevolg, dat ook zo over God wordt gedacht. Als een mens iets overkomt, een ongeluk, ontslag, een ziekte, sterven op jonge leeftijd, heeft Hij iets uit te leggen. Teleurgestelde mensen reageren zich af op God. Regelmatig hoor je dat je zelfs boos op God mag zijn, als Hij niet gaf wat je wilde.
Dit lijkt sprekend op het gedrag van Gods kinderen toen, onderweg van Egypte naar Kanaän. Gods grote daden waren gauw vergeten, men vroeg om vlees, stromend water en verse groenten. Alsof ze midden in de woestijn op een terrasje zaten. God moest zich maar eens bewijzen! Op die manier vielen er heel veel doden; zij kwamen niet in het beloofde land (Psalm 95).
Doel verderop
Wie de uitgebreide beschrijving hiervan leest, in Numeri en Hebreeën, compleet met alle herhalingen van die onredelijke begeerten, kan die Joden van toen oerdom vinden. Hoe konden ze zo vergeten, dat het doel verderop lag?
Het is evenwel beschreven voor ons, die bezig zijn precies dezelfde fouten te maken. In ieders hart leeft de neiging om gefocust te zijn op hier en nu. Er is een complete wedergeboorte voor nodig om God lief te hebben zonder voorwaarden. Toch wil Hij die liefde zien!
Overigens wordt de woestijn zichtbaar in vrijwel iedere nieuwsuitzending. De wereld is vol rampen, onrecht, misbruik, ziekte, geweld en verlating. Massa`s mensen weten niet waar ze heen moeten, kinderen sterven van de honger. Lege handen zijn er overal. Dat ziet eruit als ver weg, maar het komt in ons leven. Vroeg of laat krijgt ieder kind van God zijn of haar woestijnervaring, met daarin de vraag naar het hart: is je liefde tot God oprecht of afhankelijk van de omstandigheden? Alleen wie God liefheeft in tijden van armoede en gebrek, kan straks de overvloed aan.
Angst
Eenmaal aangekomen bij de grens van het beloofde land, weigerden de mensen binnen te gaan. Hoe was dat mogelijk? De verspieders toonden de vruchten van het land, mooier dan ze ooit hadden gezien.
Mensen waren bang! Ze hadden gehoord over de reuzen. Die zouden ze nooit kunnen verslaan. Daarom zetten ze het beloofde land uit hun hoofd. Ze vroegen zelfs naar leiders om hen terug te brengen naar Egypte (Num. 14:4)! Hoe haalden ze het in hun hoofd? Egypte, het land van de verdrukking!
Dit was een grote belediging voor God. Zou Hij zijn volk niet in het beloofde land kunnen brengen? Had Hij het niet wonderbaarlijk bevrijd uit Egypte? Daarom zwoer Hij, dat ze niet meer binnen mochten gaan. Een zware straf voor hen en een les voor ons (Hebr. 3). Want wij zijn net zo. Wij durven ook niet verder, ook al weten we dat de beloofde wereld al onze voorstellingen overtreft. De vijand is ons te groot en te sterk, dus blijven we liever hier. En dat terwijl de wereld bezig is te vergaan.
De parallellen tussen toen en nu confronteren ons met wezenlijke vragen. God voerde ons door het water; Hij wil al zijn beloften aan ons vervullen; in Christus opent Hij voor ons de toegang tot de beloofde wereld. Willen we dan ingaan of niet? Daar draait het om.
Ongrijpbaar
Maar een mens is bang. Wij hebben behoefte aan zekerheid. Liever een klein beetje dat we veilig kunnen stellen, dan een geweldige toekomst die we moeten afwachten. Liever alles in eigen hand dan in Gods hand. Zo was dat toen, zo is dat nu. Daarom kozen ze toen voor niet verder gaan en niet verder kijken.
De woestijn was niet ideaal, maar toch beter dan een stap in het onzekere. Die woestijn is alleen maar erger geworden, vandaag is zij een wereld vol ellende, toch proberen we hier koste wat kost ons eilandje van geluk te creëren. We zijn voortdurend geneigd te kiezen voor het tijdelijke, terwijl we het eeuwige onderschatten. Want dit kunnen we zien en voelen, dat andere is ongrijpbaar. Zo komt de beloofde wereld op grote afstand te staan, het ingaan daarin drukken we zover mogelijk weg. Is het dan de bedoeling dat we voortdurend aan ons sterven denken? Moeten we daarnaar verlangen? Hoe jong zou een mens daaraan moeten beginnen? Die vragen zijn te begrijpen, maar ze zijn niet terecht. Indertijd toonde God de reuzen. Zij waren te groot en te sterk voor Gods kinderen. Zij waren niet om naar te verlangen, natuurlijk niet! De mensen moesten juist niet te veel naar die reuzen kijken. God zou met hen afrekenen terwijl zijn kinderen hun verlangen mochten richten op het beloofde land! Dat is voor ons opgeschreven. God toont ons de dood, te groot en te sterk en zeker niet om naar te verlangen. Maar Hij rekent daarmee af, in Jezus Christus, terwijl wij ons verlangen mogen richten op de nieuwe wereld! Dát perspectief legt Hij in ons leven, al zo jong als we door het water gaan.
Als het zover is wil een mens sterven zonder pijn, liefst zo laat mogelijk. Gods weg gaat daar boven uit: Hij leert ons sterven zonder vrees, op elke leeftijd.
Levenskunst
Voor Paulus is leven Christus en sterven winst (Fil. 1:21). Stervenskunst begint met levenskunst. Als het leven een reis is, wordt de aankomst een hoogtepunt. Het vergankelijke wordt dan onvergankelijk, onze tent wordt ingeruild voor een vaste woning.
Waar alles om draait is: blijven we reizigers? Wie zijn tentpinnen al te diep in de grond slaat, krijgt ze er steeds moeilijker weer uit. Die gaat verder trekken vervelend vinden.
De belofte om binnen te gaan in Gods rust bestaat nog steeds. Die ‘rust’ geeft aan, dat God ooit al zijn beloften vervuld zal hebben aan ieder die door het water ging. We worden opgeroepen in die rust in te gaan door vandaag naar zijn stem te luisteren, in beweging te blijven, niet achterop te raken en op elkaar toe te zien (Hebr. 4:1).
In onze tijd is er opnieuw aandacht voor het werk van de heilige Geest. Opvallend is de veelkleurigheid daarin. Toch is het eerste wat wij daarover belijden voor iedere christen, dat Hij ons zekerheid geeft van het eeuwige leven (HC Zondag 1). De Heilige Geest maakt ons één met Christus en doet ons op die manier voortdurend verder kijken dan dit leven. Dat is essentieel, omdat God zijn beloften aan ons door het sterven heen vervult. Als we dat niet of onvoldoende beseffen, gaan we onderweg verkeerde verwachtingen koesteren met allerlei teleurstelling als gevolg. Mensen zijn daardoor de weg helemaal kwijtgeraakt.
De Heilige Geest doet ons Christus kennen. Wij weten nu dat Hij niet zal rusten voordat alles nieuw zal zijn en ontelbaar veel mensen delen in de vreugde daarvan. Als zijn verlangen ons verlangen is, verstaan we de kunst om te leven en te sterven.
Drs. Bas Luiten is redacteur van De Reformatie en predikant van de GKv Zwolle-Centrum.