Voltooid leven of nieuw begin?

2010-10-29
  • Jaargang 54
  • nummer 21
Hoe gaat de westerse cultuur om met de dood? Om de Bijbelse boodschap doeltreffend te brengen en om onszelf beter te begrijpen, moeten we ons daarin verdiepen. Dat doe ik met deze bijdrage, waarin ik ook aandacht schenk aan de campagne ‘voltooid leven’.

De westerse cultuur van nu gaat op twee manieren met de dood om, die in wezen van alle tijden zijn. Maar in onze postchristelijke cultuur krijgen ze een eigen stempel. Op het eerste gezicht lijken ze tegengesteld aan elkaar. Toch werkt in allebei hetzelfde christelijke verleden van onze samenleving door.

Hazes
De eerste manier van omgaan met de dood komt voor in brede lagen van de samenleving. Rachel Hazes, de vrouw van de overleden zanger André Hazes, typeert haar met de mededeling dat ze nog elke dag contact heeft met haar man. Deze benadering spreekt ook uit een recente radiocommercial, waarin je een sfeervol en rustig gesprek hoort op een begraafplaats. ‘Als ik hier ben,’ zegt een vrouw, ‘heb ik het gevoel dat vader met ons meeloopt.
‘We vertellen elkaar bijna-dood-ervaringen om te benadrukken dat na de dood geluk wacht: dicht bij de zon of hoog op een ster heb je het beter dan nu. De groeiende belangstelling voor reïncarnatie past hier ook bij.
Bij deze eerste benadering is de dood uiteindelijk niet echt erg. Zij brengt een nieuw begin. De dood wordt geherinterpreteerd tot een positieve spirituele ervaring, voor de overledene zelf én voor de nabestaanden.
Allerlei nieuwe begrafenisrituelen onderstrepen dat.

Klaar
De tweede manier om de dood tegemoet te treden, past bij de liberale culturele elite. In Nederland bestaat een initiatiefgroep ‘Uit vrije wil’, gelieerd aan de Nederlandse Vereniging voor een vrijwillig levenseinde (NVVE). Deze initiatiefgroep startte in 2010 de campagne ‘voltooid leven’.

Mensen die hun leven niet meer als zinvol ervaren, moeten geholpen worden om er humaan uit te stappen.
Daarbij gaat het niet per se om ongeneeslijke ziekten of medisch uitzichtloze situaties. Het punt is dat mensen zelf mogen bepalen dat ze ‘klaar zijn met leven’. De werkgroep geeft het voorbeeld van een man van 74 die altijd met zijn handen heeft gewerkt. Problemen met die handen maken dat nu onmogelijk en daardoor ervaart hij zijn leven als zinloos. Zo iemand moet mogen sterven.
Daarbij geldt vooralsnog 70 als leeftijdsgrens. Maar de argumenten daarvoor zijn niet principieel. De kans is groot dat op den duur ook jongere mensen met professionele bijstand moeten mogen sterven. Niet alleen de NVVE steunt dit streven, ook het Humanistisch verbond, dienstdoende politici en bekende Nederlanders als Jan Terlouw, Frits Bolkestein, Mies Bouwman en Paul van Vliet.

Controle
Wat vertelt ‘voltooid leven’ over de moderne omgang met de dood? In een brochure van de NVVE lezen we dat dit streven niet toevallig nu opkomt. De babyboomers (de protestgeneratie van de jaren ’60) worden op een voor hun generatie typerende manier ouder. Zij zijn, aldus de NVVE, autonoom ingesteld en hechten aan zelfbeschikking en vrije wil. Ze hebben geleerd assertief op te komen voor hun eigen belangen en rechten. Zij laten zich niets voorschrijven door anderen maar beslissen zelf hoe ze zullen leven. Zo willen ze ook over hun dood de baas zijn.
Ook volgens andere analyses bereikte in de generatie van de jaren ’60 de modernisering een climax. Wij zien een type mens dat zich losmaakt uit vaststaande gezagvolle structuren en de individuele vrijheid en autonomie poneert. Nu de dood dichtbij komt, klampt deze moderne liberale mens zich angstvallig vast aan dit autonomie-ideaal.
Schril klinkt deze houding door in woorden van de beroemde neurobioloog Dick Swaab. Ook hij steunt ‘voltooid leven’. Hij verklaart: ‘Ik neem graag mijn eigen beslissingen (…). Bij mijn conceptie en geboorte is me dat niet gelukt. Bij het einde van mijn leven eis ik dat recht onverkort op’.
Anders dan bij de eerste benadering wordt hier de dood niet positief geherinterpreteerd.
Zij blijft ten diepste bedreigend. Met de dood is het afgelopen. Tegelijk gaat een autonoom individu voor geen tegenkracht opzij. Wie alles beheerst en manager is van zijn eigen leven, durft ook de dood de baas te zijn. Dat doe je door zelf het moment van je dood te kiezen.

Moralistisch
Christenen reageren meestal afwijzend op de hedendaagse manieren van omgaan met de dood. Ook volgens ons gaat het leven door, maar alleen in een band aan de opgestane Christus. Daarbuiten is de hoop op eeuwig geluk ongegrond. Die hoop doet geen recht aan de ernst van de dood als begin van Gods oordeel.
Ook tegen de gedachte van zelfbeschikking verzetten christenen zich. Alleen God beschikt over leven en dood. De dood blijft onnatuurlijk en kan nooit een oplossing vormen. Bovendien, zeggen sommigen, wil niemand echt dood. Achter een volgehouden doodswens zit psychische ziekte of een tekort aan zorg en aandacht.
Zulke reacties blijven gemakkelijk moralistisch. Wij kunnen beter iets leren van de manier waarop Paulus in Romeinen 1 zijn cultuur peilt. Hij wil niet moraliseren over het verval, maar de urgentie van zijn boodschap over Jezus onderstrepen. Paulus constateerde hoe een prechristelijke cultuur vastloopt onder de toorn van God. Vandaag zien wij hoe een postchristelijke cultuur in impasses is beland. Aan de ene kant keert de doodsangst terug die alle mensen sinds de zondeval typeert. Tegelijk klampt onze cultuur zich onbewust vast aan fragmenten van het christelijke verleden dat zij afzwoer. Daarmee proberen mensen hun doodsangst leefbaar te houden.

Christus
Volgens Hebreeën 2:15 zitten alle mensen gevangen in angst voor de dood. Die hangt samen met de veranderde plaats van de mens in de schepping na de zondeval. Van heerser onder God werd de mens slaaf van de machten. Christus keert deze situatie weer om. Opnieuw wordt alles aan onze voeten onderworpen. Zelfs voor de dood hoef je niet meer bang te zijn. Dat zie je op het eerste gezicht nog niet, maar het blijkt als je let op Jezus en aan Hem verbonden bent. Hij overwon de dood en is vandaag al gekroond met glorie.
Deze bevrijdende boodschap heeft de westerse cultuur eeuwenlang beïnvloed. Mee daardoor kregen westerse mensen een andere plek in de werkelijkheid. Ze waren niet langer speelbal van allerlei machten, maar heersers die de omringende werkelijkheid onderwerpen. Wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen hielpen mee om vergaand in te grijpen op de natuur.
Zelfs de dood trad men tegemoet als een ontwapende tegenstander. Dat wordt bijvoorbeeld zichtbaar in de bereidheid tot martelaarschap en in de christelijke stervenskunst, maar ook in de ontwikkeling van de medische wetenschap. Jezus’ overwinning op de dood hervormde de mentaliteit van westerse mensen. Er was een vaste hoop gezaaid dat uiteindelijk het leven wint en dat de toekomst beter wordt. De dood is dan ten diepste niet erg meer. In Christus staat een mens boven de dood: dood, waar is je prikkel?

Parasiteren
De westerse cultuur van vandaag heeft Christus opzij gedrukt. Tegelijk wil zij wel de vruchten blijven plukken die Hij gaf. In de moderne autonomiegedachte herken ik de christelijke mondigheid, maar nu zonder Christus; met het moderne beheersingsideaal verschijnt de koninklijke mens van Hebreeën 2, maar nu op eigen benen. Zo bespeur ik ook christelijke sporen in de hedendaagse manieren van omgaan met de dood. Moderne mensen willen elementen vasthouden uit een Bijbelse boodschap die zij verwierpen. Zij parasiteren op hun christelijke verleden.
De één herinnert zich de boodschap dat na de dood het leven doorgaat, zodat de dood niet meer rampzalig is. Dus probeert hij zonder Christus en met behulp van alternatieve spiritualiteit de suggestie van een doorgaand leven op te roepen. Zelfs in de nieuwheidense behoefte aan contact met een gestorvene hoor ik de echo van een klassiek christelijk besef: de kerk in de hemel en de kerk op de aarde blijven in Christus met elkaar verbonden.
De ander weet nog dat de mens niet langer speelbal van de machten en de dood hoeft zijn. Dus tracht hij zonder Christus nog steeds de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. Met de proclamatie van de eigen autonomie treedt hij de dood strijdbaar tegemoet. Het is de echo van de Bijbelse boodschap dat wij in Christus meer dan overwinnaars zijn.

De dood slaat terug
Maar God laat een cultuur die Hem vaarwel zegt, nooit ongemoeid. Daarom keren de machten die we in Christus leerden beheersen, met verdubbelde energie terug. Dat proef je bijvoorbeeld in de hedendaagse westerse obsessie met veiligheid. Daarnaast zien wij in de dreigende milieucatastrofe hoe de schepping zich alsnog keert tegen de koninklijke mens. Ook de dood slaat terug, bijvoorbeeld in het massale sterven in de wereldoorlogen van een eens christelijk Westen.
Angst voor de dood leeft weer op. Dat moet volgens Hebreeën 2 ook wel. Onze cultuur, die ooit wist dat de dood overwonnen was en een doorgang kon worden naar het leven, wordt des te banger. Ergens diep van binnen moet zij wel het grote risico vrezen dat ontstaat wanneer je de bron van deze hoop negeert. Kunnen wij mensen de dood echt zelf aan? Peil de doodsangst achter het masker van mondigheid en in de softe rituelen van het moderne begraven.

Uitnodigend
Christenen moeten goed nadenken hoe zij op zo’n cultuur reageren. Wie moraliseert, bestrijdt symptomen.
Wie hoofdschuddend afstand neemt, vergeet hier op de uitkijk te staan naar verloren zonen van de christelijke traditie zelf. Vlot poneren dat de dood geen oplossing is en doodsverlangen nooit gezond kan zijn, miskent dat christenen wel degelijk konden verlangen naar de dood. Ook Paulus achtte op een gegeven moment zijn aardse levenstaak voltooid. In de hedendaagse gedachte van een ‘voltooid leven’ bespeur ik toch een klein restant van zulke christelijke noties.
Beter kunnen wij als christenen zelf een hoopgevende omgang met de dood voorleven en anderen daarvan laten profiteren. Dat kan bijvoorbeeld in persoonlijke contacten, als bij collega’s of buren de dood komt, of door gezamenlijke inzet voor wie geen zin meer hebben in het leven of op weg gaan naar het sterven.
Tegelijk vraagt het publieke debat onze betrokkenheid. Soms moeten we confronteren en de doodsangst blootleggen die kan schuilen in geforceerde redeneringen. Neem bijvoorbeeld wat Swaab zegt. Uit zijn conceptie en geboorte concludeert hij niet wat voor de hand ligt, namelijk dat menselijke autonomie zonder afhankelijkheid onbestaanbaar is. Hij suggereert juist dat elke geboorte een tekort aan zelfbeschikking betekent en dus beneden onze stand is. Gelukkig kun je dat nog net voor je dood rechtzetten... Zo’n redenering verraadt hoe je denkend verdwaalt als je God opzij zet.
Vooral daagt de gecamoufleerde doodsangst in onze cultuur ons uit om met een uitnodigend evangelie te reageren. Spreek daarbij niet alleen negatief over moderne rituelen die suggereren dat het leven doorgaat, of over een zelfbeschikkingsideaal dat zelfs de dood aankan. Herken en waardeer daarin de schaduwen van de christelijke traditie en sluit erbij aan. Zo kun je aanwijzen dat zulke restanten de doodsangst niet echt verdrijven. Wie dat zoekt, moet opnieuw beginnen met Jezus.

Prof. dr. Ad de Bruijne is hoofdredacteur van De Reformatie en hoogleraar ethiek en spiritualiteit aan de TU in Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief