Laatste woorden in een missionaire context
2010-10-29
U hebt als NGK’er of GKv’er vast wel eens een uitvaart meegemaakt van een buur of collega, die van huis uit niets met kerk en geloof had. En misschien bent u wel eens getuige geweest bij een afscheid in een boeddhistische of islamitische setting. Om daarin buur met de buren of collega met de collega’s te zijn. Hebt u wel eens gerekend met de mogelijkheid, dat uw predikant een rol zou krijgen in zo’n samenkomst?- Jaargang 54
- nummer 21
Zou hij het willen: iets zeggen of bidden tijdens een samenkomst, waarin allerlei elementen vreemd zijn aan het christelijk geloof en soms zelfs haaks daarop. Zou het hem lukken om samen met de familie een weg te vinden in een setting die godsdienstig zo anders is?
Eén met de (af )goden?
Dat gaat verder dan het missionaire aspect dat ds. Jan Mudde aanroerde in zijn artikel over de dominee en de uitvaart. Want daarbij heb je te maken met familie en vrienden, die van huis uit een zekere bekendheid met kerk en geloof hadden. Maar dezelfde ds. Mudde kwam als gemeentepredikant voor de vraag te staan of hij wilde voorgaan in een dienst, waarin ruimte moest zijn voor een boeddhistisch ritueel. Mudde: ‘Als je dat wat op je laat inwerken, dan denk je: als ik dat doe, laat ik me op zo’n moment niet teveel in met een heidens ritueel. Iets waar Paulus het over heeft als hij het deelnemen aan een afgodische maaltijd onverenigbaar vindt met het vieren van de maaltijd van Heer’ (1 Korintiërs 10:20-21, 2 Korintiërs 6:14-18). Maar de Haarlemse predikant is er echt van overtuigd geraakt, dat Paulus het daar over andere dingen heeft, en niet over de ruimte om in een samenkomst van een anders godsdienstige familie het evangelie te brengen en een gebed te doen. Mudde herkent zich op zo’n moment meer in Naäman, die van Elisa alle ruimte kreeg om zijn heer, de koning van Aram, te vergezellen en mee te buigen in de dienst aan Rimmon.
In lijn met een ander woord van de apostel – ‘dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén’ (1 Korintiërs 8:4).
Ruimte
Zo werd het een dienst met een Bijbelse boodschap, een christelijke gebed en een boeddhistisch ritueel. En dat rond een jonge vrouw die in het boeddhisme haar achtergrond had, maar gaandeweg bij de christelijke gemeente betrokken was geraakt.
Apart is het, wanneer twee zulke verschillende werelden elkaar raken in zo’n samenkomst. Mudde: ‘Toch meen ik dat het op zulke momenten goed is. En daar is eigenlijk maar één reden voor en dat is dat die twee werelden in het leven van de gestorvene en haar familie allebei hun plek hadden. Het feit dat zo’n samenkomst van de familie uitgaat en niet onder verantwoordelijkheid staat van de kerkelijke gemeente, geeft me in zo’n geval ook alle ruimte om vrijmoedig een korte verkondiging en een
gebed te doen.’
Onder Hindoestanen
Ds. Koos Simpelaar werkt al een aantal jaren als predikant in de Missionaire Arbeid Rijnmond, een initiatief dat uitgaat van in totaal 18 locale Vrijgemaakte kerken in dat Rotterdamse gebied. Simpelaar richt zich met name op Hindoestanen, die 80 procent hindoe zijn, maar soms ook christen of moslim. Simpelaar: ‘Als het gaat om dood en rouw heb ik zelf nooit inbreng gehad in een dienst, waarin ook hindoe-rituelen een plaats hadden. Ik heb wel eens zo’n samenkomst bijgewoond en ook wel de huissamenkomsten die er zijn tussen sterven en cremeren. Dat is bij hindoes een heel intense periode van rouw. Ik merkte dat het door de familie zeer gewaardeerd wordt als je daarbij aanwezig wilt zijn.’ Maar Simpelaar merkt ook wel dat christen-Hindoestanen het vaak moeilijk vinden om betrokken te worden in de hindoe-rituelen van de eigen familie. Opvallend vindt de Rotterdamse predikant de ontspannen, vaak bijna fatalistische omgang van een hindoe met de dood – ‘Ziek zijn moet je zien te voorkomen, Sterven is een kunst’, wat niet los zal staan van de incarnatiegedachte.
Van mens tot mens
Ds. Simon van der Lugt, de voorganger van Koos Simpelaar, werkt nu deeltijds in een ‘gewone’ gemeente (GKv Delft), maar is bezig met een proefschrift over de missionaire contacten tussen christenen en hindoes.
Als het gaat om dood en afscheid is van der Lugt getroffen door de vele rituelen bij Hindoestanen tussen sterven en cremeren. ‘In die dagen is er veel ruimte voor rouw en verdriet, dat heel krachtig geuit wordt.
De dagelijkse zorg van eten en drinken wordt de rouwende familie helemaal uit handen genomen door buren en vrienden. Dat is wel bijzonder. De band tussen Hindoestanen onderling is heel sterk. Ze houden veel rekening met elkaar. Zo heb ik wel meegemaakt dat tijdens een rouwplechtigheid mannen gescheiden zijn gaan zitten van de vrouwen, wat ze deden vanwege Pakistaanse moslims.
Integratie
Als het gaat om integratie tussen autochtonen en allochtonen is de gemeente van Rotterdam-Zuid het verst. Zo’n vijfendertig (gast)leden zijn van allochtone afkomst en de gemeente participeert van harte in het missionaire werk onder Antillianen. Ds. Bas van Zuijlekom, predikant van deze gemeente, is daar blij mee: ‘We hebben veel jonge mensen in de gemeente, die ook echt gekozen hebben om in deze wijk christen te zijn. Ze doen mee in cursussen, zoals Alpha, maar ook als coach voor mensen die tot geloof zijn gekomen.’ Van Zuijlekom voegt er aan toe dat er in de wijk Beverwaard een nieuwe gemeente is gesticht, met inmiddels zo’n vijftig bezoekers – ‘een hele open gereformeerde kerk’. Op de vraag of Antillianen wel zitten te wachten op een kerk van gereformeerde signatuur, noemt Van Zuijlekom de notie van Gods trouw, die zo wezenlijk is voor mensen die zoeken naar geborgenheid. Vaak vanuit diepe teleurstellingen in het relationele. En een nuchtere ontvankelijkheid voor het werk van de Geest is ook weldadig voor mensen, die in een overspannen charismatisch klimaat hebben geleefd.
Zo anders
Rondom de dood merk je dat mensen zoveel van hun eigen achtergrond meenemen.
Van Zuijlekom: ‘Ik maakte mee bij de begrafenis van een kind, dat lang nadat de dienst had moeten beginnen, er nog mensen moesten worden opgehaald vanuit andere delen van Rotterdam.
Ik weet dat Afrikanen anders met tijd omgaan dan Westerlingen. Maar dat ook op een begrafenis dit zo’n grote rol speelt, verraste me toch wel weer. Of ook het bijgeloof. Dat er over de toedracht van bijvoorbeeld een ongeluk niks gezegd wordt omdat daar duistere machten in het spel zouden zijn, waarover je maar beter het zwijgen kunt bewaren. Ik heb wel eens meegemaakt dat mensen daarover in gesprek waren en dat gaf een heel aparte sfeer.’
Toost op Piet
Evangelist Jurjen ten Brinke, volop aan het werk voor ‘Hoop voor Noord’, één van de Amsterdamse projecten van gemeentestichting (en inmiddels een CGK-gemeente) heeft nog geen ‘allochtone’ begrafenis meegemaakt. Dat was wel het geval toen hij bij Stichting Gave werkte: ‘Wat direct opvalt is dat de rouw zo emotioneel is. Ik heb wel meegemaakt dat in de kring van de familie, een gestorven kind werd geknuffeld en ook uit de kist werd gehaald en op schoot werd genomen.’
Ten Brinke vertelt dat de gemeente van Amsterdam-Noord (90 leden, maar zo’n 140 bezoekers van de diensten) voor de helft bestaat uit allochtonen: ‘Maar sowieso heb je in zo’n volkswijk hele andere gewoontes. Veel mensen hebben geen christelijke achtergrond. Het is veel volkser en gevoelsmatiger. Er wordt na afloop van de begrafenis “getoost op Piet”. Dat is niet vreemd.’ De Amsterdamse predikant zoekt zelf de ruimhartigheid van het ‘er bij zijn’. En daarin probeert hij vooral de aansluiting te vinden met wat er leeft bij de mensen: ‘Dan kan het gebeuren dat ik, midden tussen liederen van Jantje Smit en Andre Hazes, Psalm 23 lees met 60 tot 70 mensen voor me die geen christen zijn. In die context mag ik dan iets over God zeggen.’
Liedjes van verlangen
Ds. Peter Strating (NGK Havenkerk, Den Haag) herkent dat vanuit zijn werk in de Haagse Schilderswijk. Strating: ‘De missionaire context is zo anders. Het zijn mensen die los zijn van de kerkelijke cultuur. Soms loopt er bij een overlijden toch ergens een lijntje naar de kerk. Dan word ik gevraagd om iets te zeggen, zonder dat ik verder betrokken word bij de invulling van zo’n samenkomst. In het begin had ik het gevoel dat ik de regie kwijt was en me moest me invoegen in allerlei ongewone rituelen.’
Maar Peter Strating is er snel aan gewend. Hij vertelt over de liedjes van verlangen, die echt hun plek hebben in het leven van mensen uit de Haagse Schilderswijk: ‘De mensen zijn emotioneel vaak zo beschadigd en zo teleurgesteld in anderen. En dan de dood, die zo verschrikkelijk is. Op zulke momenten vind ik het niet erg om een plekje te krijgen tussen het Ave Maria (gezongen door Jan Smit) en Marco Borsato. Ik heb ze daarin ook wel leren waarderen, die liedjes van verlangen. Zoals dat liedje van Franz Bauer “Er gaat een treintje naar niemandsland”, met de engelen in de lucht en het eindstation de dood – en toch gaat het weer verder.’
Voor onaangepaste mensen
Strating vertelt hoe belangrijk het is om te laten zien dat je respect en zorg hebt voor de doden. Strating: ‘Wij komen vanuit de gemeente soms bij iemand, bij wie anders niemand zou komen. En dat maakt indruk: de kerk doet wat met de dood. Zoals het begraven van de doden toch ook één van de zeven werken van barmhartigheid is. Ik benoem tijdens de samenkomst ook alle pijn, bijvoorbeeld als er dertig jaar geen contact geweest is tussen moeder en dochter. Ook voor onaangepaste mensen is er de genade van Christus’.
Spanning
Is er dan nooit de confrontatie? Strating voelt soms wel de spanning. Zoals bij de begrafenis van een exhindoe, die alcoholverslaafd was geweest, maar daar na zijn bekering van af kwam. Toen Strating daar iets moois over zei, was dat voor sommige van de hindoes op het randje, omdat het not done is in zo’n cultuur om iets negatiefs te zeggen over de gestorvene. Weer heel anders was de begrafenis van een bordeelhoudster, die aan Peter Strating vroeg of hij op haar begrafenis wilde spreken. Op een briefje stond waar het over moest gaan: Zij is goed voor de hele wereld geweest, maar de wereld niet voor haar. Strating: ‘Ik heb dat briefje voorgelezen en gezegd dat ik haar niet goed genoeg kende om te zeggen of dat waar was of niet, maar dat ik wel graag iets wilde zeggen over iemand voor wie dat helemaal waar was: Jezus. Dan is er een prachtige kans om aan een stuk of dertig mensen iets te vertellen over het evangelie’.
Zie voor meer informatie over de projecten: www.hoopvoornoord.nl;
www.maronline.nl;
www.dehavenkerk.nl.
Drs. Freddy Gerkema is lid van de redactie van Opbouw en predikant van de NGK Amersfoort-Noord.