Boeken voor donkere dagen
2010-10-29
In een gemiddelde evangelische boekwinkel staan over het onderwerp sterven en rouw heel wat boeken op een rij. De dood komt in ieder leven voor en raakt elk mens op een unieke manier. Het maakt al veel verschil of je een kind verliest, een broer of zus sterft, een vader of moeder, je levenspartner, een collega of vriend. De emotionele last is zo anders, maar ook in de geestelijke doorleving daarvan gaan mensen een eigen weg. De veelheid aan boeken is van die verscheidenheid een afspiegeling.- Jaargang 54
- nummer 21
Coby Vredenburg-Schouten komt in haar boek Je brengt me toch niet zomaar weg? met handreikingen om in een heftige en ondoorzichtige tijd toch iets van houvast te vinden. Ze maakt een driedeling in de tijd. Er is een tijd van leven en weten van het naderend einde, de periode van sterven tot aan de uitvaart en de tijd daarna. Bij iedere tijd heeft zij heldere en concrete gedachten. Durf open te zijn naar elkaar om nog samen keuzes te maken voor nu en later. Ken de hulpinstanties en durf er gebruik van te maken. Bespreek wensen en gedachten: dat kan om een ritueel of een enkel gedicht gaan, maar ook om een wilsbeschikking, euthanasieverklaring of donorcodicil. Ook in de tijd van voorbereiding van de uitvaart vraagt zij concreet te zijn. Het kan helpen om de uitvaart persoonlijker te maken, dichter bij de wensen en beleving van de overledene en nabestaanden. De tijd erna is getekend door rouw. In dat verband haalt zij het boek van W. ter Horst Over troosten en verdriet aan met een enkel woord aan: doolhof. Er is wel een uitweg, maar spreek er niet te licht en zeker niet te standaard over.
Een balans vinden
L. Elftraud van Kalckreuth gebruikt in haar boek Meelopen naar het einde het Bijbelse woord ‘Alles heeft zijn tijd’ als kapstok voor de tijd rond het sterven. Zij houdt de lezer op een integere en fijnzinnige wijze een spiegel voor als het gaat om de eigen eindigheid en die van de ander: daarin bestaan geen vaste regels, maar gaat het om de centrale betekenis van ontmoeten en vertrouwen. Rond de dood dreigt angst allesbepalend te zijn, tegelijk kan ook wijsheid daarin meer en meer een rol gaan spelen (Psalm 90:2). Het eigen voorgeslacht is soms belangrijk – denk aan een rozenkrans die door meerdere generaties is vastgehouden (JG). Ook de eigen levensgeschiedenis typeert zij als een archief met waardevolle beelden en gouden momenten. Het terugkijken is vaak heilzaam en helend in de beleving van dat wat gebroken wordt.
Over het ‘nu’ zegt zij goede dingen. Dat ‘nu’ kan gestempeld worden door het naderend einde, maar je kunt het ook proberen te beleven als een moment, waar een heel leven in ‘huist’. Ga met die tijd zo zorgvuldig mogelijk om: aandacht houden voor de uiterlijke verzorging en de sfeer in de kamer, de zelfbeeld van iemand hooghouden, zuiver omgaan met de waarheid (ook naar jongere kinderen toe, maar daarover straks meer).
Geestelijke ankers
Mensen vinden op unieke wijze hun weg, ervaren op eigen wijze hun troost, is de stellige overtuiging van H. de Mönnink in zijn boek Verlieskunde. Dominee Hans Stolp is daarvan een voorbeeld en geeft hierop een eigen visie in zijn boek Als een geliefde sterft …. Hoe gaat een mens verder na zo’n groot verlies? Van iemand die bekend is met de Bijbelse beleving verwacht je niet alleen dat je iets van dat unieke en eigene proeft, maar ook merkt hoe hij zijn ankers vindt in Bijbelse woorden en in het christelijk geloof. Die verdiepende wisselwerking tussen het eigene in het zoeken van steun en het vinden van het Bijbelse houvast mis ik (JG). Die verdiepende wisselwerking tussen de eigen beleving en de Bijbel tref je bijvoorbeeld wel aan in het boek van N. Woltersdorff Lament for a son, waarin hij beschrijft hoe de pijn om een zo tragisch en jong verlies van een kind hem steeds weer brengt bij die ene gedachte: nee, zo heeft God het nooit bedoeld. Het is een schreeuw om herstel van de schepping en een klaagzang die moet blijven klinken.
Met vragen leven
Toen Joy, de vrouw van C.S. Lewis overleed, pakte hij een schriftje om zijn gevoelens op te schrijven. Uiteindelijk werden het vier schriftjes waarin je dichtbij zijn verdriet, zijn ontreddering, zijn gedachten en gevoelens komt. Zijn ontreddering geldt ook zijn geloof. ‘Maar ga eens tot Hem als je Hem wanhopig nodig hebt, als alle andere hulp tevergeefs is, wat vind je dan? Een deur, die voor je neus dichtgeslagen wordt en binnen het schuivende geluid van een grendel, een dubbele grendel. Daarna stilte. Je kan evengoed weggaan.’ (9) Denkend mens als hij is, schrijft Lewis over de vraag waar zijn vrouw nu is of wat de goedheid van God betekent. Hij doet dat in alle eerlijkheid, ontwapenend en soms vlijmscherp. In het vierde schrift vertelt Lewis dat hij God niet meer ervaart als een gesloten deur, terwijl zijn vragen toch niet beantwoord zijn. Er is weer wat ruimte ontstaan voor God en voor Joy zelf.
Het boekje Verdriet, dood en geloof werd al in 1961 voor het eerst uitgegeven, maar is het zeker nog waard om genoemd, doorgegeven en gelezen te worden.
Oog en oor
Minke Weggemans laat in haar boek Rouw in de zijlijn vrouwen aan het woord, die een broer of zus hebben verloren. Eerder deed ze dit ook voor mannen met het boek Broers rouwen ook en meer algemeen Broederziel alleen. In al deze verhalen blijkt hoe ingrijpend het verlies is geweest en ook hoe eenzaam. Kinderen verloren niet alleen een broer of zus, maar ook heel vaak de ouders, zoals die waren voor die bittere ervaring met de dood. Door de verhalen heen klinkt steeds zo duidelijk: vraag niet hoe het met m’n ouders gaat of met de partner van m’n broer of zus, vraag alsjeblieft hoe het met mij gaat. Er is veel gezwegen in gezinnen om het huiselijk bestaan dragelijk te houden, maar rouwen blijkt geen uitstel te verdragen. Bijzonder en indringend is het om al die persoonlijke verhalen zomaar te mogen lezen. Mooi is het om iets terug te horen van waardevolle rituelen en gedichten. Ze bieden mogelijkheden om vorm te geven aan verdriet. Ook het vrijgeven van het eigen verhaal werkt heilzaam en is in feite een onderstreping van de gedachte achter het hele boek: ook voor jouw verdriet is er ruimte.
Kinderverdriet
De laatste jaren is er veel aandacht voor rouw vanuit het perspectief van kinderen. Max Velthuijs schreef daar bijvoorbeeld het bekende Kikker en het vogeltje over. Ook Dick Bruna gaat de thematiek niet uit de weg, Lieve oma Pluis.
Maar er zijn ook kinderboekjes vanuit christelijk perspectief. Toen het vriendje van haar zoon was overleden, schreef en tekende Mariska Vos het boek Een stoel in de hemel. Zoals ze zelf zegt ‘om het verdrietige sterven te kunnen plaatsen in een hoopvol kader, namelijk de liefdevolle kracht van Christus’. In het boek vind je zes verhaaltjes over Bram die zijn vriendje Boris moet missen. Er is een verhaaltje over de begrafenis, maar ook eentje over de eerste verjaardag. In elk verhaal wordt iets over God verteld; dat het overleden kind bij God in de hemel is, maar net zo goed hoe het kind dat blijft leven de zorg van God kan ervaren. Aan het eind van het boekje wordt kort nog informatie over rouwverwerking gegeven. Helaas is het boekje uitverkocht, maar misschien nog te vinden in de bibliotheek of op ‘Marktplaats’.
Riet Fiddelaers-Jaspers is deskundige op het gebied van rouw, ook rouw bij kinderen. Op haar website www.in-dewolken.nl vind je veel informatie en literatuurtips rond het onderwerp.
Troost vanuit Gods woord
Jos Douma is bij velen bekend om zijn 30-dagen boekjes over Jezus. Ook voor mensen in rouw heeft hij een dagboek geschreven, een 40-dagen boekje, In het doolhof van de rouw. Hierin biedt Douma voor elke dag een Bijbelwoord, een korte overdenking en een gebed. De stukjes vallen op doordat ze in een paar zinnen het evangelie dichtbij brengen; dichtbij de Bijbel en dichtbij de lezer. In het begin zijn dat vooral psalmen waarin verdriet en onrust een plek krijgen. Later ook teksten waarin Jezus naar voren komt en de oproep klinkt om je ook in je verdriet aan Hem over te geven. Voorafgaand aan het 40-dagen rooster is er een hoofdstuk dat meer algemeen over rouwen en verdriet gaat.
Op www.josdouma.nl/inhetdoolhofvanderouw kun je alle meditaties lezen, maar ook preken, leestips en materiaal voor gespreksgroepen.
Gespreksstof
A. Maliepaard en A. Groenewegen hebben voor de HCF (Hospital Christian Fellowship) het boekje Stervensbegeleiding, een daad van naastenliefde vanuit bijbels perspectief geschreven. Doel daarvan is om gelovige mensen in en buiten de zorg in gesprek te brengen over dit onderwerp. Ieder hoofdstuk sluit af met een aantal vragen. Achterin staan heel wat Bijbelteksten. De verwijzing naar goede literatuur over dit onderwerp is uiterst summier. Het boekje gaat vooral in op vragen die kunnen leven rond het willen getuigen van het christelijk geloof. Een kring of persoon die ook met heel andere vragen aan de slag wil, heeft aan deze uitgave alleen niet genoeg. Boeken van Coert Lindijer als Leven & Dood en Gids voor reisgenoten bieden meer gespreksonderwerpen aan, weliswaar zonder gespreksvragen.
Drs. Janneke Burger-Niemeijer is kerkelijk werker in de GKv Franeker en lid van de redactie van De Reformatie.
Drs. Judith Gerkema-Mudde is kerkelijk werker in de NGK Amersfoort-Noord.