Nogmaals: Kerkverband en kerkorde

1991-12-06
  • Jaargang 35
  • nummer 25
In het 'Gereformeerd Kerkblad' (wekelijks orgaan van de Geref. Kerken in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Nrd-Holland en Flevoland van 5 nov. gaat ds. P. Groenenberg uitgebreid in op mijn eerste artikel, dat ik over dit onderwerp schreef (Opbouw nr. 21).
Ik waardeer het dat ds. Groenenberg mij van repliek wil dienen op een heel aangelegen punt van ons AKS. Is het AKS nu wél of niet een gereformeerde kerkorde?
Mijn stelling is duidelijk. Ik zeg van harte ja op deze vraag. Ds. Groenenberg noemt het AKS nog net niet ongereformeerd - in haar grondstrukturen is zij gereformeerd, zegt hij - maar tegelijk zet hij een hele dikke rij vraagtekens achter mijn stelling. Zijns inziens opent het AKS de deur voor dwaalleer.

Breuk met de traditie
Voor ds. Groenenberg heeft de kerkorde vooral de funktie van dijkbewaking.
De kerkorde "wil ons bewaren bij de zuiverheid van de leer. In de kerkorde worden regels gegeven, die de gemeente beschermen tegen insluiping van leringen, die in strijd zijn met Schrift en confessie.
De kerkorde fungeert als een dijk, die de kerken wil bewaren voor overstroming door de wateren van de valse leer".
Op dit punt nu laat, volgens ds. Groenenberg, het AKS het afweten. "De dijk is wel aanwezig, maar er zitten zodanige gaten in, dat het water van de dwaalleer er gemakkelijk door heen kan. Op dit punt is er een breuk, zichtbaar met de gereformeerde traditie.
Als het AKS 'ongereformeerd' genoemd moet worden, wordt dat er mee bedoeld."
Ik kom straks terug op die zaken, die ds. Groenenberg aanvoert als breukpunten met de geref. traditie.
Ds. Groenenberg uit zijn bezorgdheid, omdat de eenheid met ons hem ter harte gaat (in zijn woonplaats Amersfoort zijn er samensprekingen). Ik prijs dat in hem, en wil zijn kritiek ter harte nemen, al moet ik daar straks toch een kanttekening bij plaatsen.

Eenheid
De begeerte naar eenheid deel ik met ds. Groenenberg. Als ik het goed zie, wil hij eenheid ook direkt vertalen in organisatorische eenheid en daartoe is het AKS voor hem een onoverkomelijk struikelblok. De tot nu gehouden plaatselijke samensprekingen wijzen ook die richting op. De vrijgemaakte kerken willen best hun deuren openzetten om onze kerken (plaatselijk althans) binnen te halen. Dan is er geen sprake van samengaan, maar van een zich voegen binnen het vrijgemaakte kerkverband. Ik ben daar, eerlijk gezegd, nog niet aan toe. Niet uit gevoelsmatige overwegingen, maar omdat deze manier niet deugt.
Het kan zijn, dat er plaatselijk een grote mate van overeenstemming is, maar dat laat niet onverlet, dat er tussen de vrijgemaakte kerken en onze kerken iets ligt, dat moet worden uitgesproken.
De vrijgemaakte kerken zuIlen zich toch eens de vraag moeten stellen, of zij hun, nu ned. geret., broeders en zusters recht hebben gedaan door hen buiten het verband te stellen.
De prijs van schorsingen en afzettingen zit bij velen nog heel diep en daarin zal op christelijke wijze verzoening moeten plaatsvinden. Dat is zowel een zaak van de plaatselijke kerk als van het kerkverband, dat besluiten heeft bekrachtigd. Ik weet, dat dit een teer en gevoelig punt is. Het is iets, dat zal moeten rijpen in een proces van elkaar aftasten en naderen. Het is voor mij daarom ook de vraag of de samensprekingen, die gehouden worden, onder de druk moeten staan van een verlangde organisatorische eenheid.
Zou het niet wijzer zijn om eerst maar eens te werken aan een geestelijke eenheid, het zoeken van elkaar in die zaken, die we gemeenschappelijk hebben. Ik denk aan allerlei projekten, waarin chr. geret. , ned. geret. en vrijg. geret. elkaar ontmoeten en vinden.
Als we zo naast en met elkaar levend, meer oog en waardering voor elkaar krijgen kan er wellicht voor de toekomst toch iets moois uit groeien.

Dijkfunktie
Ik kom nu terug op de dijktunktie van de kerkorde, waar ds. Groenenberg dit over zegt: "Maar die oude gereformeerde waakzaamheid bij de zuivere leer, waar onze vaderen voor gevochten hebben, die is zo enorm atgezwakt door het AKS. Het AKS heeft veel minder een dijkfunktie dan de (D)KO. En dat heeft wel degelijk te maken met het gereformeerd-zijn. Onze vaderen hebben alles in het werk gesteld zodanige regels te maken, dat de gemeente van Christus beschermd wordt tegen dwaalleer en dat zo Christus de eer ontvangt, die Hem toekomt. ..
Daarom wordt er in art. 53 en 54 KO verwezen naar het Ondertekeningstormul ier voor ambtsdragers. Daarom wordt in art. 57 KO gesproken over de taak van de kerkeraad met betrekking tot het onderwijs aan de jeugd van de kerk. Daarom wordt in art. 31 KO gezegd, dat een besluit van een meerdere vergadering rechtskracht heeft, tenzij aangetoond wordt, dat zo'n besluit strijdt met Gods Woord of de kerkorde zelf. Daarom wordt in art. 44 KO gesproken over verplichte jaarlijkse kerkvisitatie. Daarom wordt de wacht betrokken bij de heiligheid van het avondmaal (art. 60 KO)....
Het AKS laat een breuk zien met het gereformeerde verleden. De artikelen van de kerkorde, die we hierboven noemden, zijn in het AKS heel anders of niet terug te vinden. Over het Ondertekeningsformulier - dat uit 1618 stamt - wordt niet meer gesproken.
Over onderwijs aan de jeugd van de kerk evenmin. Er is geen plicht tot kerkvisitatie. Er is een ruimer beleid met betrekking tot het toelaten van gasten aan net avondmaal. Een besluit van een meerdere vergadering hoeft ook niet uitgevoerd te worden, als het heil van de plaatselijke kerk niet gediend wordt.
Op deze manier wordt de deur opengezet voor dwaalleer. Op zichzelf zijn deze veranderde regels geen dwaalleer, maar ze scheppen wel een mogelijkheid voor dwaalleer in de kerk."
Tot zover ds. Groenenberg.

Terechte kritiek?
Allereerst het Ondertekenigsformulier voor ambtsdragers. Daar wordt in het AKS niet over gesproken. Zijn onze ambtsdragers daarom niet meer gebonden aan de confessie? Art. 17 AKS vraagt van de ambtsdragers, door ondertekening van de drie Formulieren van Enigheid, instemming met de leer van de kerk. Heel eenvoudig en zonder veel omhaal van woorden: "broeders, stemt u van harte in met de leer van de geref. kerken, zoals dat in de drie Formulieren van Enigheid beleden wordt?" Wat valt daar nu op aan te merken? Kan het nog gereformeerder?

Het kerkelijk onderwijs. Wordt van voorgangers in de Ned. Geref. Kerken niet verwacht dat zij de jeugd van de kerk zullen onderwerpen overeenkomstig de leer van de kerk? In art. 11, waar het gaat over de dienst van de predikant, staat, dat het zijn taak is: "het verdedigen en doorgeven van de zuivere leer en het onderwerpen van de jeugd der gemeente en van allen die onderwijs behoeven". Het mag toch duidelijk zijn, dat het onderwerp aan de jeugd alles te maken heeft met het doorgeven van de zuivere leer.
Zelfs bij het lezen van een kerkorde heeft een goed verstaander slechts een half woord nodig.

Kerkvisitatie. In het AKS is de kerkvisitatie anders geregeld dan in het verleden regel was. Art. 37.2 geeft aan de regionale
vergaderingen de royale mogelijkheid om kerkvisitatoren aan te wijzen, hetzij permanent, hetzij ad hoc.
Voor het overige is de onderlinge zorg en het toezicht houden op elkaar een zaak, die op elke regionale vergadering terugkeert.

Gasten aan het avondmaal. "De wacht dient betrokken te worden bij de bezigheid van het avondmaal", zegt ds. Groenenberg de KO na." In de Ned. Geref. Kerken is een ruimer beleid met betrekking tot het toelaten van gasten aan het avondmaal". Ik ben er eigenlijk alleen maar blij om, dat bij ons het toelaten van gasten aan het avondmaal geen formeel beleid is.
Betekent dat dan een volkomen open avondmaalstafel, waar ieder kan aangaan, wat hij of zij ook gelooft? Nee, zeker niet. Als iemand, die lid is van een andere kerk, het avondmaal wil meevieren, dan is het regel, dat gevraagd wordt naar wat geloofd wordt.
Dat duidelijk worde: onze gast heeft de Here Jezus van harte lief als zijn Heer en Heiland en gelo15ft, dat de Here Jezus voor zijn zonden gestorven is.
We vinden, dat dit niet in een kerkorde geregeld behoeft te worden. Hier kan een kerkeraad zelf in beslissen, luisterend naar de Schrift en in gesprek met de confessie.

Tot heil van de gemeente
Het laatste punt dat ds. Groenenberg aanroert is art. 34 AKS. Hij legt dit art. als volgt uit: "Een besluit van een meerdere vergadering hoeft niet te worden uitgevoerd, als het heil van de plaatselijke kerk niet gediend wordt."
De formulering van dit artikel is niet helemaal helder, en daardoor wellicht voor meer dan één uitleg vatbaar.
Maar zoals ds. Groenenberg dit artikel leest, z6 kan het in ieder geval niet!
In de eerste plaats gaat het in dit artikel om besluiten van meerdere vergaderingen, die door plaatselijke kerken bekrachtigd en in liefde nagekomen zullen worden, tenzij zo'n besluit strijdig wordt bevonden met de Heilige Schrift of ook als het niet overeenstemt met het AKS (vrijwel identiek aan art. 31 KO). Tot zover is dit artikel volkomen helder. Kerken moeten dus van goeden huize komen om een gemeenschappelijk genomen besluit niet na te komen. Het vervolg van dit artikel is minder duidelijk. "De kerk, die een besluit niet bekrachtigt om bovengenoemde redenen, of niet kan uitvoeren om redenen die het welzijn van de gemeente betreffen, zal hiervan aan de zusterkerken rekenschap geven."
De zinsnede "om redenen die het welzijn van de gemeente betreffen", geeft problemen want om welke besluiten gaat het hier? In ieder geval niet om besluiten van principiële aard, waar de Schrift, de confessie of de kerkordening in geding zijn, want daarin voorziet het eerste deel van dit artikel. Aan zulke besluiten mag en kan een gemeente zich niet onttrekken met simpelweg een beroep op het welzijn van de gemeente. Bij het opstellen van het AKS is gedacht aan praktische zaken, die niet direkt de Schrift of de confessie raken. Het welzijn van de gemeente gaat daarom ook niet uit boven de Schrift, de confessie of de kerkorde en kan niet als een soort laatste ontsnappingsclausule gebruikt worden. Ik geef toe, en dat is ook mijn kritiek op dit artikel 34, dat er te gemakkelijk een beroep gedaan kan worden op dit welzijn van de gemeente, ook in die gevallen waarin dit eigenlijk niet opgaat.

Konklusie
Het lijstje van ds. Groenenberg overziende, ben ik niet onder de indruk gekomen van zijn argumentatie. Ik vind, dat hij in z'n beoordeling erg grofmatig te werk is gegaan en met grote stappen tot konklusies komt, die er niet om liegen. "De deur openzetten voor dwaalleer", "gaten in de dijk waardoor het water van de dwaalleer gemakkelijk naar binnen kan", "breuk met de ge ref. traditie".
En dat gebeurt helemaal, wanneer hij zijn eindkonklusie formuleert: "Ik schreef dit artkei om uiting te geven aan mijn verdriet over de kerkelijke gescheidenheid, die niet weggenomen kan worden, zolang het AKS bestaat en verdedigd wordt. "
Zou iemand door het verdedigen van het AKS een kerkelijke eenwording in de weg staan? Dat kan ds. Groenenberg niet menen. Als het zijn hartelijke begeerte is, en dat schrijft hij nadrukkelijk, dat de Ned. Geref. Kerken en de Geref. Kerken eens één zullen worden op de grondslag van Gods Woord en de confessie, die bewaakt worden door een 'dijk van een (Dordtse) Kerkorde', dan klinken deze woorden in het licht van bovengenoemde opmerking op z'n minst wat pathetisch. Zo zet je een discussie wel onder een hele zware druk. Praten met het mes op tafel is niet de stijl, die christenen onder elkaar dienen te beoefenen.
Geestelijk voel ik me met de vrijgemaakte kerk nog steeds verwant. Maar voor een organisatorische eenheid is m.i. de tijd nog niet rijp, daarom is allereerst nodig, dat we elkaar geestelijk zien zitten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief