In het Huis van de Godsvrucht
1991-12-20
Onlangs las ik een brochure van Professor J. Kamphuis Godsvrucht - een kracht! Antwoord aan de secularisatie (1990). Naar aanleiding van deze brochure wil ik een aantal opmerkingen maken over het kerkelijk konflikt dat al weer 25 jaar geleden plaats greep in de Ongedeelde Vrijgemaakte Kerken. Als student aan de Theologische Hogeschool in Kampen onderging ik existentieel dit konflikt.- Jaargang 35
- nummer 26
Terug blikkend, als zovele anderen doen bij dit 'zilveren jubileum', komt bij mij de vraag op: waar was de godsvrucht, waar Prof. Kamphuis nu zo helder over schrijft, in die jaren? Hij typeert in zijn geschrift de kerk als Huis van de Godsvrucht (1990:25). Was de kerk in die jaren van strijd en bitterheid zo'n Huis?
Zo niet, werd toen aan de secularisatie niet terrein prijs gegeven? En vandaag, kunnen de Gedeelde Vrijgemaakte Kerken een Huis van Godsvrucht zijn, een antwoord aan de secularisatie?
Het is opmerkelijk dat hij, die niet als een bevindelijk man bekend staat - terecht of niet -, een bevindelijk boekje weet te schrijven over de godsvrucht: duidelijk vrijgemaaktbevindelijk en niet lijdelijk-bevindelijk. Ook iemand als Prof. C. Trimp, een ander scherp geslepen penvoerder uit de zestiger jaren, eindigt zijn aktieve loopbaan als hoogleraar met een bevindelijk boek Klank en Weerklank (1989) waar op een andere manier toch ook de godsvrucht ter sprake wordt gebracht.
Hadden deze klanken vaker en helderder geklonken in de zestiger jaren, zou dan de kerkelijke strijd anders zijn verlopen? Zijn mannen als Kamphuis en Trimp 'ergens' veranderd, en geeft dit hoop op Herenigde Vrijgemaakte Kerken met een krachtiger antwoord aan de secularisatie?
Met deze vragen wil ik me in dit artikel bezig houden.
Godsvrucht en secularisatie
De inhoud van deze brochure zal ik hier niet gaan samenvatten; leest u vooral zelf. Maar enkele gedachten van Prof. Kamphuis, relevant voor mijn verhaal hier, wil ik naar voren halen.
Kamphuis schrijft over de godsvrucht in verband met de secularisatie.
Het is te doen gebruikelijk geworden om ter typering van het geestesklimaat in het Westen aan het einde van deze eeuw te spreken van Godsverduistering (H. Berkhof; C. Graafland). Hij wijst die term af als te passief: de secularisatie is niet over ons gekomen maar over ons gebracht. Wat nu ervaren wordt als Gods aanwezigheid moet eerder gezien worden als manifestatie van Gods toorn over de goddeloosheid van mensen.
Op de uitdrukking goddeloosheid gaat hij dan breed in. Z.i. is dat de juiste typering van de hedendaagse malaise: het ontbreekt aan eerbied en respekt voor God en zijn geboden; er is sprake van onverschilligheid zover het geloof en kerk betreft; men vindt normaal wat bijbels gesproken absoluut abnormaal is; het christelijke wordt niet als het echt-menselijke gezien maar als een vreemde variant op het menselijke.
Tegenover de goddeloosheid kan slechts de godsvrucht als antwoord gesteld worden. Ook in het Grieks van het Nieuwe Testament hangen beide woorden samen: asebeia tegenover eusebeia. In de godsvrucht gaat het om de vreze des Heeren, het eerbiedig en liefdevol respekteren van God en zijn geboden. Aan de hand van vooral de Timotheus-brieven en die van Petrus beschrijft Kamphuis dan wat godsvrucht konkreet inhoudt in het leven van de gelovigen maar ook van de gemeente. Het gaat om het leven vanuit de kracht van de godsvrucht, Jezus de Christus der Schritten. die ook het geheimenis van de godsvrucht wordt genoemd. Vanzelf dat de gemeente van de levende God als pijler en fundament van de waarheid, 1 Tim. 3:15 v, hier een doorslaggevende rol speelt. In dit verband geef ik een citaat (1990:25): ,,(...): Christus, als de grote, bewegende kracht achter en in de vreze des Heeren, die in de gemeente wordt gevonden, omdat Christus hier in zijn Geest wil wonen en door zijn Geest wil werken." Vandaar dan ook dat hij bij de training in de godsvrucht aandacht vraagt voor de zondagse kerkdienst, voor de prediking, voor de gebeden, ook voor studieverenigingen waarin de gelovigen elkaar helpen in de oefening in de godsvrucht. Veel aandacht dus voor de Schrift en verzet tegen Schriftkritiek als "verwoestende-kracht-vansecularisatie" (:37).
Godsvrucht kan ons, behalve vervolging, in het isolement brengen, maar dat is de bedoeling van de godsvrucht niet, want die heeft een universele strekking. Kamphuis haalt de godvruchtige mens niet weg uit de wereld maar plaatst hem er middenin. De christen is de eigenlijke mens, de mens zoals door God bedoeld. En deze mens heeft een taak in deze wereld naar alle mensen toe. God die het heil van alle mensen zoekt, stuurt zijn kinderen de wereld in met het evangelie in woord en daad.
Kamphuis maakt ook uitstekende opmerkingen over het verband tussen godsvrucht en broederliefde juist in kontrast met de zelfliefde van mensen die slechts de schijn der godsvrucht kennen (:65).
Dit antwoord van Kamphuis aan de secularisatie zal ook onder ons bijgevallen worden. En ik zal er wel niet ver naast zitten, wanneer ik denk dat de typering van de kerk als Huis van de Godsvrucht ook onder ons algemeen aanvaard zal worden. De term is wat ouderwets maar treffend.
Waar was de godsvrucht in die jaren?
In die jaren - de zestiger jaren - was de secularisatie al een bekend verschijnsel.
In 1968 publiceerde G. Puchinger zijn interview-boek over Christen en secularisatie. Toen niet minder dan nu werd de kerk geroepen tot antwoord aan de secularisatie. En dat gebeurde ook wel, ook binnen de Vrijgemaakte Kerken. Ik denk nu maar aan het werk van Prot. H.R. Rookmaaker en dr. F.A. Schaeffer, maar ook andere namen zouden te noemen zijn, bij voorbeeld die van Prof. C. Veenhof.
Maar zij werden veelal niet als medestanders in de strijd tegen de secularisatie gezien. Ik herinner me dat dr. Schaeffer twee maal in Kampen heeft gesproken gedurende mijn studietijd (1964-67),maar geen der hoogleraren was aanwezig - Veenhof was ziek. Wat Kamphuis in 1990schrijft over de godsvrucht, was ook een terugkerend thema in Schaeffers lezingen in die tijd, later uitgegeven onder de titel Leven door de Geest (1971).
Was er geen vrijgemaakte antenne in die jaren voor godsvrucht als antwoord aan de secularisatie? Natuurlijk wel, en ook bij mannen als Kamphuis en Trimp. Het zou dwaas zijn dat te ontkennen. Maar hoe kon het dan tot een kerkscheuring komen? Hoeveel terrein is juist toen niet verloren geraakt aan de secularisatie. De asebeia heeft krachtig greep gekregen op menig vrijgemaakt student uit die jaren.
Hoevelen hebben de kerk maar vooral ook de Heer van de kerk niet de rug toegekeerd als een direkt gevolg van de kerkelijke twisten? En nu moeten we niet alleen de beschuldigende vinger naar Kamphuis opheffen. Dat is al vaak genoeg gedaan. Laten we de hand eerst in eigen boezem steken.
Ook van 'onze' kant zijn er dingen gezegd en geschreven die bepaald niet godvruchtig waren en de secularisatie in de hand hebben gewerkt. Hier is sprake van solidariteit in de schuld; dat heft de objektiefste geschiedschrijving van die periode niet op.
Godsvrucht en kerkscheuring
Bladerend in brochures uit die jaren die de tand des tijds in mijn boekenkast hebben doorstaan, slaat de bitterheid mij tegemoet. Beschuldiging contra beschuldiging en dat coram deo. Inderdaad, de strijd is voor Gods aangezicht gestreden; vandaar de grote en heilige woorden die toen gesproken en geschreven zijn. Maar toch die bitterheid! Het kleinmenselijke gedoe en dat in het Huis van de Godsvrucht! Aan beide kanten van de komende scheidslijn ontbrak zo vaak de broederliefde, kenmerk van godsvrucht bij uitnemendheid. De universele strekking van de godsvrucht, de missionaire dimensie, waar Kamphuis zo terecht op wijst, was niet het meest kenmerkende van het kerkelijke leven in die jaren. Het antwoord van de Ongedeelde Vrijgemaakte Kerken aan de ook toen al machtige secularisatie werd maar moeizaam gegeven en ter nauwernood, indien al, opgevangen voor wie het bestemd was. Het helpt niet verder de ander van gebrekkig funktionerende godsvrucht te beschuldigen. Opnieuw: hier is sprake van gedeelde schuld.
Maar, zal een vrijgemaakte broeder mij tegenwerpen: ook in de strijd van die jaren ging het toch om de godsvrucht, om het behoud van het Huis van de Godsvrucht? De fundamenten werden onder het Huis van de Godsvrucht uitgegraven; welk huis kan dan bestaan, welk antwoord aan de secularisatie kan dan ooit gegeven worden?
Vandaar dan ook dat voor vele Vrijgemaakten, onder wie ik mensen als Prof. Kamphuis en Prof. Trimp reken, er geen tegenstelling bestaat tussen godsvrucht en kerkelijke strijd. De kerkelijke strijd was voor hen uiting van godsvrucht. Men wist zich geroepen in het Huis van de Godsvrucht te waken voor de fundamenten. Ongetwijfeld zal men toegeven dat er ongodvruchtige dingen zijn gebeurd in die jaren. Maar dat is het punt in het geding niet. AI zou Kamphuis deze brochure in 1967 hebben geschreven, en niet bij voorbeeld die andere, Om recht en waarheid, dan nog zou hij niet anders gehandeld hebben dan hij destijds gedaan heeft. En daarin staat hij bepaald niet alleen. Nee, Kamphuis is niet veranderd, net zo min als Trimp, Douma of wie anders ook van de woordvoerders van toen. Het ging voor hen in de kerkelijke strijd wel degelijk om de godsvrucht, en impliciet - dat wel! - om een antwoord aan de secularisatie. En voor ons is er geen plaats in het Huis van de Godsvrucht.
De situatie is niet verbeterd: we zijn dan wel niet synodaal geworden, maar daar houdt de waardering wel op. Let wel: niet ontkend wordt dat er godsvrucht gevonden wordt in onze kerken; maar weinig vrijgemaakten houden er zo'n dwaas kerkbegrip op na.
Individuele predikanten en theologen kan lof worden toegezwaaid voor hun inzet in de strijd tegen de secularisatie.
Er kan zelfs met hen worden samengewerkt in bepaalde wel omschreven kaders. Maar onze kerken erkennen als Huis van de Godsvrucht is hen onmogelijk. Ons kerkverband geeft eerder doortocht aan de asebeia; landelijke samensprekingen kunnen slechts suksesvol plaats vinden na bekering onzerzijds. Vandaar dat er voor hen niets onethisch in zit om plaatselijke gemeenten los te weken uit ons toch al zo magere kerkverband.
Om huns behouds wil moeten deze gemeenten de godsvrucht najagen binnen het vrijgemaakte kerkverband.
Hoe verschrikkelijk de kerkscheuring in 1967 e.v.j. ook was, het heeft de godsvrucht ook als antwoord aan de secularisatie huns inziens gediend.
Ik meen Prof. Kamphuis zo recht te doen. Ondanks alle gebrek en zonde was de kerkstrijd uiting van godsvrucht.
En gold dat ook niet voor velen onder ons: verzet aantekenen tegen de heersende kerkopvatting, de roemruchte Vrijmakingsideologie, opkomen tegen het zogenaamde wegroepingskerkrecht - dat was toch ook een zaak van godsvrucht? En zo houden we dus over: godsvrucht contra godsvrucht.
Daar moest het Huis van de Godsvrucht wel onder bezwijken. Ons antwoord aan de secularisatie werd voor jaren, zo al gehoord, niet ernstig meer genomen door hen voor wie het bestemd was.
Hoe nu verder?
Er valt meer te zeggen over 'die jaren' ook vanuit het perspektief van de godsvrucht. Dan zou ik willen citeren uit de brochure van ds. F. van Deursen, Twist des Heeren met Zijn wijngaard, 1968, waarin hij een godvruchtige analyse gaf van de kerkelijke situatie toen, waar overigens niet naar gelUisterd werd, van beide kanten niet.
Ik ben geen leerling van Van Deursen, wel een trouw lezer, en stem zeker niet met alles in wat hij schreef. Maar hij heeft een pleidooi gevoerd destijds voor een benadering van het konflikt vanuit de klassiek-gereformeerde godsvrucht. Het heeft niet geholpen.
Het moet ons nuchter stemmen voor de toekomst. Samensprekingen op landelijk nivo zitten er helemaal niet in. Kerkelijke eenheid nog minder!
Moeten we dan onze tijd eraan verdoen onder het motto van: er is een gebod tot eenheid, en daarmee uit?
Laten we de religieuze diepte van het konflikt - van beide kanten - niet onderschatten.
Het ging en gaat volgens Prof. Kamphuis om godsvrucht contra goddeloosheid, asebeia contra eusebeia.
En van onze kant is er maar geen theologisch bezwaar tegen allerlei vreemde vrijgemaakte gedachtenspinsels, maar een religieus bezwaar tegen een verkrampt kerkbegrip met een daarbij aangepaste visie op de belijdenis.
Is er dan geen perspektief dat broeders van het zelfde huis ooit weer eens gaan samen wonen? Het enige perspektief dat ons als kerken gelaten is, is Huis van de Godsvrucht zijn. De godsvrucht is de enige kracht tot behoud van onze kerken, ook de enige samenbindende kracht temidden van middelpuntvliedende krachten die.
binnen onze gemeenschap ook werkzaam zijn. Dat betekent leven vanuit het geloof in Christus door de kracht van de Geest naar de Schrift, en dat in navolging van onze gereformeerde traditie. En ach, dan komen we elkaar wel tegen aan het front in de strijd tegen de secularisatie, waarschijnlijk in de zelfde loopgraven.
Als we als kerken jagen naar de godsvrucht, misschien dat God ons nog eens verrast met het geschenk van eenheid. Maar we moeten onze prioriteiten wel recht zien te krijgen: we jagen niet naar de eenheid van kerkverbanden maar naar de godsvrucht.
Al maken we hier geen tegenstelling, er is wel duidelijk een geloofsprioriteit.
En laten we vooral de missionaire dimensie van de godsvrucht niet vergeten, waar Kamphuis zo terecht op gewezen heeft. Ons antwoord aan de secularisatie komt niet uit één mond; maar laat het wel het zelfde antwoord mogen zijn.