Terloops

1991-12-20
  • Jaargang 35
  • nummer 26
Nog eens: Bohnen op Haïti
Ik wil nog even iets meer vertellen over ons verblijf op Haïti. We waren zondags even in de krottenwijk. De schooltjes waren die dag dicht, maar we zijn toch even in een schooltje geweest. In zijn kantoor vertelde de pater ons iets over zijn werk en hij gaf ons enkele folders in verband met zijn aktie 'Bonen voor Bohnen'. De krottenwijk is dicht bij de baai en is 3 kilometer lang. De totale oppervlakte is ongeveer 6 vierkante kilometer. Het kan iets meer zijn, maar ook wat minder.
Toen ik hem vroeg hoeveel mensen er 'wonen', antwoordde hij: "Dat weet zelfs God niet." Het was niet oneerbiedig bedoeld. Hij wilde maar zeggen, dat het onmogelijk is al die mensen te tellen. Het kunnen er 100.000 zijn, maar ook 150.000. De krotten zijn gemiddeld misschien 2 x 3 meter per stuk, ongeveer 6 vierkante meter en een gezin zal bestaan uit gemiddeld 7 of 8 personen.
Over zijn werk schrijft Bohnen o.a. het volgende:

"De laatste jaren ben ik ook veel bezig geweest met herbouwen en bouwen, om voortaan overstromingen te vermijden van het gehele terrein, ook de klassen binnenin moesten één meter worden opgevuld.
In plaats van golfplaten worden de daken met beton afgedekt, anders kunnen we steeds opnieuw beginnen na iedere cycloon. De keuken, eetzaal en opslagplaatsen worden verlengd en verbreed. De vier centrale scholen zijn af.
De grote lagere school geeft ook lessen in handvaardigheid.
De lagere vakschool is voor de oudere leerlingen van de kleine schooltjes.
In de grote school wordt ook houtsnijwerk aangeleerd.
Er is nu ook drie-jaar middelbaar."

Bidt God... niet tijdens het winter-regenseizoen ...
Op 6 januari 1983 schreef Pater Bohnen over 'Haïti zonder problemen'. Hij wijst er op, dat westerlingen van alles een probleem maken en raadt ze aan de problemen wat te relativeren. Helpen kan daarbij het maken van een wandeling door de krottenwijk, waar hij werkt. Hij schrijft dan verder:

"Bezoekt U gerust deze krottenwijken.
De mensen zullen U vriendelijk bejegenen. U zult geen last hebben van bedelaars.
Ik zal Uw gids zijn. In dat gewirwar van uiterst smalle steegjes (tevens afwatering) zal ik trachten te vermijden dat U met Uw edelachtbaar hoofd stoot tegen de verroeste golfplaten, scherp uitstekend op de laag hangende daken. Terwijl ik dat doe, is U, beste toerist, druk bezig Uw volle aandacht voortdurend er aan te besteden om, na rijp beraad, te beslissen wààr precies U de volgende stap zult nemen om de modderplassen en allerlei andere hindernissen te vermijden. Beproeft eerst of die wankele plankjes van dat bruggetje tegen U zijn opgewassen.
Die bruggetjes hier zijn onbetrouwbaar, ze houden stand louter 'uit gewoonte'. Troost U, beste toerist, U zult de eerste niet zijn die ik hier, in zijn volle lengte, lamentabel heb zien vallen. Geen probleem, ogenblikkelijk schieten uit alle kanten, onder luide lamentaties mensen ter hulp om U weer ter been te krijgen, Uw kleren en schoenen te poetsen.
Bidt God dat deze wandeling niet plaats grijpe tijdens het winterregenseizoen.
In dat geval zijn laarzen zeer aangewezen.
Alvorens onze wandeling voort te zetten, lieve toerist, verdient U een rustperiode. Ik zoek naar. een strategisch schilderachtig plaatsje vanwaaruit U een breed overzicht van het geheel zult genieten.
Troost U dan, U zult niet de eerste toerist zijn die ik, dan en daar, heb zien tranen storten. Ik ben er tegen gehard. In de 28 jaren dat ik zelf in die wijken rondwandel, heb ik leren onderscheid maken tussen 2 categoriëen tranen:
1. krokodilletranen, tranen van oprecht maar te gemakkelijk en kortstondig medelijden.
2. tranen van woede, razernij, walging, schaamte, en onmacht tegenover zulk een miserie.
Het is deze tweede categorie die ik U allen, beste lezers, toewens.
Denk diep na, beste lezer, alvorens aan zo'n wandeling te beginnen.
Akkoord, U zult er gelukkiger door worden, want het zien van zulk een miserieprobleem zal U bevrijden van de overlast van Uw eigen problemen.
Maar, in zekere zin, zult U er, voor de rest van Uw dagen (die ik U nochtans lang en gelukkig toewens) ongelukkig door worden want van dan af zult U niet meer behoren tot die talrijke kudde van mensen die kunnen doorgaan met zich te verschuilen achter de hoge muur van "Wir haben es nicht gewuszt".

Een lang citaat, maar het overdenken waard.
Want die mensen in Port-au-Prince zijn onze verre naasten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief