Boekbespreking
1990-01-05
Al zulke dweepzieke scheurmakers- Jaargang 34
- nummer 1
'Al zulke dweepzieke scheurmakers', Jan Beekhuis.
'De afscheiding van 1822 en de Afscheiding van 1836 in Axel'.
Uitg. Kok, Kampen, 156 p., , 19,90.
De schrijver is afgestudeerd aan de Theol, Universiteit te Kampen, Broederweg.
Aan de stroom van herdenkingsgeschriften over de Afscheiding voegt Beekhuis nog een boek toe, over de plaatselijke afscheiding in Axel. Het gaat hier in het spoor van Smits en Wesseling, aan wie we heel wat lokale kerkgeschiedenis van rondom 1834 te danken hebben.
Dank zij het feit dat de afscheiding in Axel in twee fasen verliep - 1822 en 1836 -, was de afscheiding in Axel de eerste in den lande, nog voor die te Ulrum.
De gebeurtenissen in Axel hebben uiteraard al wel eerder de belangstelling van onderzoekers gewekt.
Maar Beekhuis is toch weer in de gemeentelijke en kerkelijke archieven gedoken en weet veel boeiends te vertellen. Vooral over de oefenaar Vijgeboom, die bij de eerste afscheiding een rol gespeeld heeft en de 'Herstelde Kerk van Christus' een tijdlang als voorganger gediend heeft.
Aan de beschrijving van de Axelse toestanden laat de schr. vooraf gaan twee algemene hoofdstukken over de politieke en kerkelijke situatie in ons vaderland in het begin van de vorige eeuw. Deze hoofdstukken geven een helder inzicht in de achtergrond en de noodzaak van de Afscheiding. Na de beschrijving van de beide afscheidingen in Axel worden deze twee bewegingen met elkaar vergeleken. De beweging van 1822 is helaas doodgelopen in onderlinge twisten en teruggang van sommigen naar de Herv. Kerk.
Tenslotte volgt een hoofdstuk over de sociale status van de afgescheidenen in Axel, in navolging van Mulders 'Revolutie der Fijnen' (1973), waar de Afscheiding als een sociale beweging wordt getekend, aan de hand van bronnenonderzoek in 8 friese dorpsgebieden. Beekhuis geeft als conclusie van zijn onderzoek dat ten onrechte de Afscheiding soms gezien wordt als een soort emancipatiebeweging van 'de kleine luyden'. Voor zover van emancipatie gesproken kan worden, - dan alleen in kerkelijke zin, nl. als bevrijding van het knellende juk van het Algemeen Reglement van 1816, dat van de Geref. kerken een hiërarchisch geconstrueerd instituut maakte. En verder blijkt uit de stukken, dat vele afgescheidenen uit de middenstand voortkwamen en zelfs sommigen uit de hogere standen. Het kwam in Axel wel voor dat armen liever bij de diakenen van de afscheiden gemeente aanklopten dan bij die van de hervormde gemeente. AI met al best een boeiend 'boekje' (zoals de schr. zijn werk zelf bescheiden noemt) voor wie houdt van kerkgeschiedenis met een plaatselijke kleur. Een 'slip of the pen' lijkt het mij, als hij op p. 32 in zijn situatietekening van de herv. kerk eind 18e eeuwen begin 1ge eeuw spreekt van "gereformeerde bonders" . De Geref.
Bond is nl. pas opgericht in 1906.
Maar overigens: van harte aanbevolen.