Pastorale notitie

1990-01-05
  • Jaargang 34
  • nummer 1
De buurman zei nee
Mijn linker buurman is vannacht gestorven. En ik heb wel woorden tot zijn behoud gezegd. Maar wat is het moeilijk om een mens 'tot Christus te leiden '. Dat kunnen wij helemaal niet!!!
Ik heb hem maar kort gekend. Toen hij plotseling stervende bleek, hebben wij lange gesprekken gevoerd.
Hij was bij de oude waarheid grootgebracht.
Zijn predikant was ds. P. Zandt (1880-1961), eertijds lid van de 2e kamer voor de S.G.P. Die placht zijn preken luidkeels in te studeren, wandelend in zijn tuin te Delft. De jonge student wiskunde hield van zijn dominee, maar op den duur stootte diens boeteprediking hem af: z6 zondig was de mens niet! Tenslotte liet hij de christelijke waarheid geheel los. Dat betekende niet dat hij 'niks' meer geloofde. Prof. J. Verkuyl schrijft in zijn boek over de New Age-beweging: het probleem is juist dat velen die de oude waarheid loslaten vanaf dàt moment geneigd zijn alles te geloven als het maar niet het beslissende karakter van het christelijke geloof draagt (pag. 10).
Zo verging het de buurman. Hij werd pantheist: de millioenen melkwegstelsels waren bezield, deze aarde was goddelijk en hijzelf voelde zich een god in het diepst van zijn wegterende karkas. Met grenzeloze moed vocht hij tegen de boze ziekte. Toen ik hem een keer van de grond had opgeraapt, hief hij manmoedig de vuisten ten hemel en riep: "Op naar de oliebollen!" Intussen braken de resten van het geloof der vaderen nog door zijn eigen-wijsheden heen.
Hij vertrouwde me toe dat hij soms gekweld werd door zijn zonden. Hij begon te praten over 'onze Heiland' (was stellig tegen .de vervuiling van het milieu). Aan het slot van één van de gesprekken vertelde hij me dat hij weer bad! We schènen elkaar te naderen. Er groeide een soort vriendschap tussen ons. Hij noemde me 'mijn pastor'. Hij voelde zich in mijn bijzijn zo rustig omdat ik geloofde.
Ik vroeg hem of hij naar het vaderhuis ging met de vele woningen.
Hij aarzelde, maar antwoordde positief, want hij was niet zo slecht.
Ik drong hem tot een Kurie Eleison: "U zou om genade kunnen smeken!"
Hij vroeg of ik een erg strenge dominee was. Ik begreep dat hij met die vraag tastte naar de mogelijkheid mij te vragen om zijn crematie te leiden. Ik antwoordde dat ik overweldigd werd door Gods barmhartigheid voor zondaren. Maar ook dat ik van geen wijken wist als het ging om Jezus Christus en die gekruisigd. Hij scheen daardoor aangestoken: het woord genade was het heerlijkste woord uit zijn vocabulaire. Maar hij kende Jezus slecht, zo gaf hij toe.
En... hij had wat tegen op Jezus.
- "Wat kunt u tegen Jezus hebben?"
- "Wel, weet u dan niet wat Jezus heeft gezegd? Wie niet gelooft is al veroordeeld! Dat is toch niet aardig van Hem."
Mijn vriend stootte zich aan het evangelie van het kruis.
Dat gesprek was practisch het laatste.
Hij was dodelijk vermoeid en trok zich terug. Ik belde tevergeefs aan zijn deur. Onze andere buurman, Rooms Katholiek, die hem dagelijks verzorgde, bracht het gesprek nog een keer op de cremetie: Nee, hij wilde er niemand bij hebben!
En helemaal geen poespas, niets! Hij liet mij bedanken voor mijn vriendschap. Hij ging 'de lucht in!' Ik kreeg verslag van de 'plechtigheid'.
Die werd bijgewoond door enkele intimi. Uit de luidsprekers klonk een geestelijk lied. Mijn R.K. buurman kon de leegheid niet verdragen, pakte zijn Bijbeltje, en las psalm 23. Binnen een paar minuten was alles voorbij.
Mijn vriend had Nee gezegd!
Niet tegen mij, maar tegen de Here Jezus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief