Pastorale notitie

1990-01-19
  • Jaargang 34
  • nummer 2
Gehandicapt
Ik heb weer eens goed begrepen wat het betekent om verstandelijk'gehandicapt te zijn. Stel u voor: Jan, samen met enkele anderen bewoner van een huis voor begeleide bewoning.
Jan heeft een mooie fiets, waar hij bar trots op is en waarop hij tochtjes in de omgeving maakt.
Op zekere dag keert Jan niet terug.
Telefoontjes wijzen uit dat hij niet bij ouders of familie is. Dat betekent· groot alarm, bericht naar de politie (maar die doet de eerste vijf dagen niets), en diepe onqerustneiä. Die nacht blijft Jans bed onbeslapen. De volgende morgen wordt er gebrainstormti: heeft iemand enig idee?
Niemand! Als Jan de volgende dag nog niet terug is en zijn bed weer onbeslapen blijft, wordt er een zoekploeg gevormd. Waar gaan we heen? Eén van de verzorgsters heeft zich laten vertellen dat Jan (die gek is op treinen) een paar maanden geleden erg onder de indruk was van de brand in het station Hollandse Spoor in Den Haag. Maar zou hij van Noordwijk helemaal naar Den Haag gereden zijn? Dat lijkt apocrief.
En hoe zou hij in die stad de weg hebben kunnen vinden? Omdat er geen alternatief is, besluit men naar Den Haag te gaan. Nauwelijks zijn de zoekers het station binnengestapt (nog heeft men geen afspraak kunnen maken wie links en wie rechts zou gaan) of één van hen wordt op de schouder getikt en een stem klinkt: "Zijn jullie daar eindelijk?
Waarom zijn jullie niet eerder gekomen?
Hebben jullie ook aan mij gedacht? Nou, ik heb wel a-anjullie gedacht hoor!"
Wat was er gebeurd? Nadat Jan de brandschade in ogenschouw genomen had en naar de treinen had gekeken, bleek zijn kostbare fiets gestolen. Hij deed toen iets, dat erg knap was voor een gehandicapte: hij ging naar het kantoor verloren voorwerpen en vertelde dat zijn fiets weg was. Daar zei men: "Nee, meneer, we hebben geen fiets gevonden.
Komt u over een paar uur nog maar eens terug". Na een paar uur zei men: "Nee meneer, nog niets gezien.
Komt u morgen maar terug".
Jan had deze instructie tetterttik uitgevoerd: was op een bank gaan zitten, had daar de nacht doorgebracht en was de volgende morgen weer gegaan. Met hetzelfde resultaat: "Komt u morgen maar terug meneer". Dus had hij twee dagen en twee nachten op de bank gezeten.
Maar de fiets was weg en bleef weg!
Toen één van de zoekploegmensen verbijsterd riep: "MaEir waarom ben je niet terug gaan lopen?", zei Jan: "Maar wee.t je dan niet hoe ver dat is? Dat is wel 100 meter!".
Ik denk dat dit kleine drama aanleiding is geworden tot een enorme evaluatie. Eerlijk gezegd had ik het resultaat wel willen weten. Want zo 'n voorval zet een mens aan het denken:
- wat is het heerlijk om over de intelligentie te beschikken om in nieuwe situaties adaequate oplosssingen te bedenken.
- zou nu niemand van de spoorwegmensen enige argwaan gekregen hebben?
- hoe rijk is het om een thuisbasis te hebben: mensen die aan je denken!!
- wat zou ik die fietsendief (drugsverslaafde?) graag eens verteld hebben, wat hij had aangericht!
- wat kun je doen om herhaling te voorkomen?
Maar ik zeg vooral tegen de begeleiders: Hoe onvoorwaardelijk wordt erop jullie gerekend en vertrouwd!!
Ik zie (met eerbied gesproken) een parallel tussen Jan en de twaalfjarige Jezus in de tempel. Jezus vroeg aan zijn ouders: "Waarom hebben jullie me gezocht?". Alsof Hij zeggen wilde: "Jullie kenden me toch?". Zo vroeg Jan: "Waarom zijn jullie niet eerder gekomen? Jullie kenden me toch?" Lieve mensen in de gehandicaptenzorg: Wat is jullie werk moeilijk!
Maar wat zijn jullie nodig!!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief