Boekbespreking
1990-01-19
B. Wielenga, Kampen - Jaargang 34
- nummer 2
Kerk en Israël in gesprek
M. van Campen, Kerk en Israël in gesprek. .
Kampen: Kok. Pag. 174. Prijs: f 27,50.
In de Reformatie Reeks onder redaktie van hervormd-gereformeerden is een deeltje verschenen over het gesprek tussen kerk en Israël.
De schrijver, hervormd predikant te Woerden, doet een poging tot plaatsbepaling temidden van vele tegengestelde geluiden. En dat is een rake zelftypering: het probeert het midden te houden tussen allerlei uitersten. Het opent met een uitvoerige schets van de historische ontwikkelingen die achter het hedendaagse gesprek tussen kerk en Israël schuil gaan. Het anti-christelijke verzet tegen de kerk van voor 313 nC (Constatijn) van joodse zijde wordt niet verzwegen. De omslag die plaats vond op het moment dat het christendom staatsgodsdienst werd, wordt uitvoerig verhaald. Maar al daarvoor werd algemeen de kerk gezien als de vervangster van het volk Israël wegens de verwerping van de Messias.
Van Campen wil het joodse nee tegen de Messias serieus nemen en tegelijk Gods ja tegen het volk Israël bijbels baseren.
In hoofdstuk 2 beschrijft hij hoe de houding van de kerk tegenover Israël is geweest. In vogelvlucht krijgen we hier een goed overzicht van een inderdaad beschamende geschiedenis.
Wel is er altijd wel een zekere aandacht geweest voor zending onder Israël (Bucer). Aandacht wordt gegeven aan de interesse voor Israël onder vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie inde 17e en 18e eeuw als Hoornbeeck, Brakel of Hellenbroek. Bij sommigen ging dat gepaard met chiliastische toekomstspecu laties.
Invloed van schots en engels purita nisme wordt aangewezen. Ook de zending onder Joden in Amsterdam en Rotterdam in de vorige en in deze eeuw wordt in vogelvlucht beschreven.
Over het algemeen was deze jodenzending genootschappelijk en niet kerkelijk van aard. Pas in 1942 kwam er in de Ned.Herv. Kerk aarzelend aandacht voor zending onder de Joden, onder invloed al weer van H. Kraemer.
In het derde hoofdstuk komt de verdere ontwikkeling in de Hervormde Kerk aan de orde: van zending naar ge·sprek.
Na de oorlog kwam de relatie kerk en Israël in een stroomversnelling terecht. Uitvoerig·geeft van Campen de diskussies rond de Kerkorde van 1951 weer, waarin het gesprek met Israël in het artikel. over het apostolaat der kerk ter sprake werd gebracht.
Er is eenverschü tussen zending onder de heidenen en het gesprek met Israël, omdat Israël en de heidenen nu eenmaal niet op één lijn gezien kunnen worden krachtens het getuigenis van de Schrift. Toch wordt de noodzaak tot aanvaarding van Jezus Christus als de beloofde Messias niet opgegeven. Van Campen voelt zich het beste thuis is mijn indruk bij deze oorspronkelijke hervormde positie.
Hij heeft ook goed oog voor de Messias belijdende Joden, die Joden die Christus als Heer en Heiland hebben aanvaard, tegenwoordig nogal eens een vergeten groep, net zo goed als de christen-arabieren, voor wie hij ook een lans breekt.
Negatiever oordeelt van Campen over de nieuwste ontwikkelingen in de Herv. Kerk op het terrein van het gesprek tussen kerk en Israël: hij is een man van het midden, die dan ook afstand neemt tot uitlatingen van Schoon en den Heyer. In het gesprek met Israël gaat het z.i. om luisterend getuigen met het aksent op beide woorden.
Toch heeft ook de kerk te spreken tot Israël bij voorbeeld over het optimistische mensbeeld in het Jodendom en over de verzoening, hoe bescheiden en ootmoedig ook.
Verschillende manieren om de bijbel te lezen houden joden en christenen ook verder gescheiden dan soms wel voorgegeven wordt.
Op dit punt is van Campen wel wat erg vlug klaar; ik miste hier.als ook elders verwijzingen naar artikelen en andere publikaties van drs. H. de Jong die toch wel breder gelezen wordt dan alleen in Opbouw-kringen.
Maar het is wel wat een hervormd boekje geworden.
Hij pleit voor verootmoediging van de kant van de christelijke kerk - al moet bedacht dat de niet-westerse kerk er over het algemeen niet voor voelt om europese schulden op zich te laden; de holocaust wordt heel sterk als een probleem gezien voor de westerse kerk, en dat niet ten onrechte. Waarom prof. Ohmann nu zo fel aangepakt moest worden, ontgaat me, al drukte de vrijgemaakte O.T.-cus zich bepaald niet wijs uit. AI ben ik geen vriend van vrijgemaakten, ze worden soms toch wel eens wat al te makkelijk als kop van Jut gebruikt.
Zijn opmerkingen over solidariteit met de staat Israël munten uit door voorzichtigheid. Christenen moeten zich wel positief opstellen tegenover de staat en dat op grond van de landbetofte, die onderscheiden wordt van de grensbelofte - een .wat biblicistische onderscheiding lijkt me toe. Van de landbelofte wordt zonder meer uitgegaan, terwijl dat voor mij een van de zwakste onderdelen vormt van de hele hedendaagse Israël-theologie. Maar het pleidooi ook voor christen-arabieren doet goed.
Hoofdstuk 4 geeft goede informatie over de verschillen binnen het jodendom, dat bepaald geen monolithische eenheid vormt.
We ontvangen hier ook korte informatie over het wezen van het joodse geloof, over riten en feesten. Handig voor wie snel wat wil weten.
Het boekje eindigt met een gesprek met Lapide en Flusser, twee joodse geleerden die zich uitvoerig met het N.T. en het christendom hebben bezig gehouden. Ook hier houdt van Campen vast aan het getuigenis van het N.T. aangaande Jezus Christus de Zoon van God en dien gekruisigd.
Al met al, een warm pleidooi voor het getuigend gesprek met Israël.
Veel kan aanspreken, ook al blijven er bij mij een aantal fundamentele vragen onbeantwoord, waarvan een enkele al genoemd is in deze bespreking.
Een goede introduktie in het hervormd-gereformeerde standpunt in wat langzamerhand een theologisch mijnenveld geworden is: de kerk en Israël.