Een quick scan voor gemeenteopbouw
2009-08-14
Veel gemeenten maken bij de indeling van het gemeenteopbouw werk gebruik van de drieslag: Omgang met God, omgang met elkaar en omgang met de wereld. Kort samengevat met: boven, binnen, buiten. Deze drie dimensies vormen vervolgens de structuur waarover de verschillende activiteiten van de gemeente worden verdeeld.- Jaargang 53
- nummer 16
Jan Hendriks biedt in Verlangen en vertrouwen een handvat om deze benadering te verdiepen en dat tot mijn verrassing heel bruikbaar is voor een quick scan van het gemeenteleven.
Dr. Jan Hendriks is vele jaren de gemeenteopbouw theoloog van de VU geweest. In 2008 heeft hij in Verlangen en Vertrouwen (Kok, Kampen) een samenvatting gegeven van alle inzichten die hij gedurende tientallen jaren van studie heeft verworven.
Van huis uit is hij geen theoloog, maar socioloog. Dat maakt dat de organisatiedeskundige het soms wint van de theoloog, maar het betekent ook dat hij inzichten doorgeeft waar theologen niet op zouden zijn gekomen.
Hendriks denkt ook vanuit drie dimensies, ook al deelt hij deze dimensies iets anders in, maar belangrijker is dat hij duidelijk maakt dat het onderbrengen van gemeentelijke activiteiten in drie dimensies grote beperkingen kent. Bij de indeling in ‘boven, binnen, buiten’ wordt de liturgie bijvoorbeeld ingedeeld bij de omgang met God, het kringwerk bij omgang met elkaar en Alpha-cursussen bij omgang met de wereld. Maar hoe moet je bijvoorbeeld het onderwijs in de gemeente onderbrengen?
Dat heeft immers op alle drie terreinen betrekking. Besturen valt ook niet binnen één dimensie en zou een soort overkoepelende activiteit worden.
DNA
Het verrassende van Hendriks benadering is dat hij de gemeenteactiviteiten niet binnen de dimensies opdeelt, maar omgekeerd, een pleidooi voert om de drie dimensies in alle gemeenteactiviteiten een rol te laten spelen.
En die benadering kunnen we ook prima toepassen op onze indeling.
We gaan dan zien dat de verbinding met God, met elkaar en met de wereld behoort tot het DNA van het kerk-zijn. Het kan niet anders of dit DNA zou in elke activiteit terug te vinden moeten zijn.
Het gaat bijvoorbeeld in de liturgie om de ontmoeting met God, én met elkaar én met iemand die zomaar te gast is in de gemeente. Dat geldt ook voor alle andere activiteiten, zoals de catechese en het bezoekwerk.
De drie dimensies geven dus aan waar het allemaal om draait; de activiteiten zijn de plaatsen waar dat moet gebeuren. In elk van die velden moet bovendien het geheel van de dimensies aan de orde komen.
Hendriks doet de suggestie aan de hand om het gemeenteleven aan de hand van dit schema in kaart te brengen (zie het voor Doorn ingevulde schema op de volgende pagina). Dat kan op de manier zoals dat in de Consumentengids wordt gedaan. De symbooltjes: ++, +, 0, - en - - geven aan of een verschijnsel sterk optreedt of minder, of helemaal niet.
In de gemeente
Een ambtsdrager die een quick scan wil maken van het leven in zijn gemeente kan de bestaande activiteiten eenvoudig in kaart brengen. Spoedig zal duidelijk worden waar de zwakke plekken zich bevinden.
Een gemeentevergadering over gemeenteopbouw kan langs deze weg opeens een stuk diepte winnen. Teken de matrix op een flapover. Geef de gemeente groene, oranje en rode stickers om daarmee aan te geven hoe rijk de verschillende activiteiten zijn aan ‘boven, binnen en buiten’. Zo wordt in eenvoudige werkvorm veel duidelijk over hoe gemeenteleden het leven in de gemeente ervaren en of er bijvoorbeeld verschil is met de beleving binnen de kerkenraad.
Deze manier van kijken beïnvloedt de wijze waarop activiteiten worden geëvalueerd. Onlangs hielden wij in Doorn een gemeenteweekend. Als zo’n weekend heeft plaatsgevonden wordt vaak in de eerste plaats gekeken hoeveel gemeenteleden daarin hebben meegedaan. In het licht van deze matrix is de vraag veel wezenlijker of de aanwezigen iets hebben geproefd van de ontmoeting met God, met elkaar en of er oog was voor de mens van buiten de kerk.
Dat geldt natuurlijk evenzeer voor de andere activiteiten. Een bijeenkomst van een wijkkring staat – als het goed is – in het teken van al deze drie dimensies. Ontmoeting met God kan vorm krijgen in een moment van bezinning al of niet liturgisch vormgegeven. Daarnaast is er het ontmoeten van elkaar en ook het oog hebben voor de wereld buiten de kring. Waar één van de dimensies ontbreekt lijdt de kring aan eenzijdigheid.
Predikantswerk
Ook kan dit schema helpen eens kritisch te kijken de inhoudelijke kant van het predikantswerk. We leven in een maatschappij die steeds meer van de God van de Bijbel vervreemd raakt. Ook al is de groep van randkerkelijken in de Nederlands Gereformeerde kerk minder groot dan in de PKN, toch gaat deze ontwikkeling ook niet aan onze deur voorbij. Onze samenleving kent steeds meer agnosten en is ook steeds meer gericht op ervaring. Hendriks spreekt zich uit dat de predikant zich daarom steeds meer zou moeten richten op geestelijke begeleiding van mensen binnen maar vooral ook buiten de gemeente. In werkelijkheid blijkt er een ontwikkeling te zijn waarbij de predikant steeds meer tijd steekt in management.
Missionair?
Dit schema kan ook helpen een beeld te krijgen van het missionaire gehalte van een gemeente.
De gemeente is naar haar aard missionair. Dat betekent dat het niet anders kan of het missionaire is als zout in de pap van het kerk-zijn. Dit staat haaks op de neiging om de dienst aan de wereld onder te brengen in de activiteiten van diakonaat en evangelisatie. Dit schema maakt duidelijk dat de relatie met de wereld primair afhangt van de score in de laatste kolom.
Zowel de prediking als de catechese als de opzet van het pastoraat kent een missionaire dimensie. Dit kan een stuk spanning rond dit thema verminderen. Het is niet het werk van een stel specialisten binnen de kerk, maar het is een zaak die overal in steeds andere verschijningsvormen zichtbaar wordt.
Catechese
Bij het doorlichten van het gemeenteleven van Doorn aan de hand van deze matrix werd al spoedig duidelijk dat in Doorn in de opzet van de catechese er wel uitgebreid aandacht gegeven werd aan de omgang met God, en de omgang met elkaar. Maar de aandacht voor de wereld schoot er bij in. Er zijn nu al ideeën om te zorgen dat de tieners volgend jaar actiever bij diaconale activiteiten zullen worden betrokken.
Hendriks bewijst ons een dienst met het aanbieden van deze bril. Natuurlijk zijn er veel andere gemeenteopbouw modellen, elk met hun plus- en minpunten. Gods Heilige Geest maakt van al deze modellen gebruik – Hij is daar niet afhankelijk van. In dat besef beschouwen we deze bril voor een quick scan van het gemeenteleven als een hele bruikbare aanvulling.
Drs. G. Bronsveld is docent praktische theologie aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding en predikant van de gemeente in Doorn.
| Dimensies → | Omgang met God |
Gemeenschap |
Diakonia |
| Activiteiten ↓ |
|||
| Kerkdienst/liturgie |
+ |
+ |
+ |
| Verkondiging |
++ |
+ |
Meer aandacht voor de concrete dienst aan de wereld in woord en daad. Wat kunnen we nog doen? En hoe? |
| Pastoraat |
+ |
+ |
0 |
| Catechese |
+ |
+ |
Aandacht voor de praktische dienst aan de wereld in het programma |
| Jeugdwerk |
+ |
+ - aandacht kerkverlaters |
Project uitzoeken voor tieners |
| Wijkkringen |
?? Onderzoek naar de concrete invulling |
+ voor betrokken groep - aandacht voor randleden blijft nodig |
Kr pastoraal vragen te onderzoeken hoe dit al of niet gestalte krijgt |
| Diaconie |
? |
+ |
+ |
| Missionaire activiteiten |
De samenleving heeft zich ontwikkeld van een corpus christianum naar post-christelijk. Stelt dit geen nieuwe eisen aan het gemeenschappelijk naar buiten treden, naast het persoonlijk getuige zijn? | ||
| Alpha cursus |
++ |
++ |
++ |
| Kerkenraad |
+ |
Is er voldoende onderlinge steun bij het ambtswerk? |
Bewaakt de kr de agenda voor de gemeente naar de wereld voldoende? |
| Bestuur/beheer |
Hoe invullen? |
0 |
? |
| Vluchtelingenwerk |
geestelijke begeleiding intensiveren |
+ |
+ |