Hoe bevindelijk zijn de Nederlands Gerefomeerden

1990-02-02
  • Jaargang 34
  • nummer 3
In het vorig artikel zagen we dat in het boek 'Gereformeerden in het meervoud' wordt gesteld dat wij Nederlands Gereformeerden niet behoren bij de bevindelijken. De Vrijgemaakten, die zich van ons zouden onderscheiden door hun orthodoxie, delen ons lot en hebben, dok niets bevindelijks; we hebben dus toch iets gemeen. Als bewijs voor deze stelling zou kunnen gelden dat in de samensprekingen met de Chr. Geref. Kerken zowel bij de vrijgemaakten als bij ons de moeilijkheden rond de toeëigening van het heil al ruim veertig jaar een struikelblok blijven op de weg naar eenheid.
Hoe is het nu met de bevinding in onze kerken.
Voorop moet gesteld dat er geen christelijk geloof is zonder bevinding.
"God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden" zeggen we de psalmist van harte na. Gelijk weten we dat we in het gesprek over de bevinding goed moeten onderscheiden, want de uitersten raken hier elkaar.
De theoloog Bultmann is bekend geworden door wat genoemd wordt de ontmythologisering van de bijbel.
De verhalen in de Schrift moeten gezuiverd en ontdaan worden van allerlei voorstellingen en fantasie, die voor een modern mens niet meer te aanvaarden zijn. .
Bekend voorbeeld is daarbij de vraag water gebeurde op Pasen. De voorstelling van een zoon van God, die op aarde kwam, die voor de zonde stierf en lichamelijk opstond en vervolgens weer ten hemel voer is niet meer te handhaven.
Blijft de vraag wat er gebeurd is op Pasen, want de wereld kreeg toch te maken met de beweging van kerk en koninkrijk die zo diep op de geschiedenis heeft ingegrepen.
Het antwoord op deze vraag is dan dat de gestorven Jezus niet tot het leven in deze wereld is teruggekeerd, maar dat de discipelen tot geloof kwamen en hun duidelijk werd dat Jezus' dood heilsbetekenis had; zij werden bevrijde mensen.
Jezus is verrezen in de gelovigen.
Pasen geschiedt in de mens. Op Pasen gaat het om de bevinding in het hart van de discipelen. Het is voor ieder schrift-gelovige duidelijk dat bij deze methode van uitleg van de ware heils-boodschap niets overblijft.
We laten dit nu verder liggen, maar wijzen er op dat we in uiterst rechtse kringen nog al eens de ten onrechte aan Luther toegeschreven uitspraak tegenkomen: "Al zou Christus duizendmaal in Bethlehem zijn geboren, maar niet in uw hart, het zou u geen nut doen." Het is goed bedoeld, maar lijkt toch veel op de uitleg die Bultmann gaf aan Pasen.
Wanneer we voorts bedenken dat er zich in onze dagen een 'ervaringstheologie' breed maakt en velen de bijbel zien als een verzameling 'geloofs-getuigenissen' is duidelijk waarom wij wat voorzichtig zijn als de bevinding ter sprake komt.

Het valt niet te ontkennen dat in onze kerken in onderwijs en prediking het werk van God door de Geest in de mens niet die aandacht krijgt die erin bevindelijke kringen aan wordt besteed. Dit hangt samen met de geschiedenis van onze kerken, waarin de Vrijmaking van ingrijpende betekenis is geweest.
In de Geref. Kerken voor de oorlog werd wel gewaarschuwd voor extreme opvattingen over de bevinding, waarbij de Geest werd uitgespeeld tegen de dode letter van de bijbel, maar werd in de prediking en het christelijk lied alle ruimte gelaten voor de bevinding als door de ervaring gewerkte, innerlijke bevestiging van het persoonlijk geloof in Christus. .
In de jaren 1920/1940 kwam in de kerken een beweging op gang waaraan de namen van K. Schilder, S.G. de Graaf, A. Janse, O.Th. Vollenhoven e.a. verbonden waren. Bij alle verscheidenheid die er onder deze voorgangers was, hadden ze een paar dingen gemeen. Er kwam verzet tegen een prediking waarbij de bijbelse figuren als voorbeelden of modellen van het leven uit geloof werden gesteld, waarbij veel aandacht werd besteed aan wat er in het hart en de ziel van de mens omging.
Het leek bij tijden wel op een prediking van de christen i.p.v. de Christus.
Het was alsof de bijbel een boek van geloofs-getuigenissen was. Bij getuigen werd dan gedacht aan het verhalen van wat God aan de ziel gedaan had.
In de bijbel is de getuige de man die b.v. bij de rechtspraak de feiten noemt bij de aanklacht.
Wanneer Jezus tot zijn discipelen zegt: "Gij zult mijn getuigen zijn"
dan betekent dit niet dat zij overal zullen vertellen wat God in hun hart en leven heeft gedaan en veranderd.
Getuigen is allereerst de feiten noemen aangaande Jezus Christus, door God gezonden als Heiland van de wereld. Het is de prediking van zijn komen, zijn dood en opstanding.
Het is de verkondiging van Gods grote daden.
Daarom moet in de prediking niet alle aandacht gericht zijn op de mens in zijn strijd en worsteling.
De Graaf leerde ons dat het in de Schriften altijd gaat om wat God doet in zijn genade en trouwen hij sprak van verbondsgeschiedenis, terwijl Schilder de aandacht vestigde op de geschiedenis van het heil in onze wereld waarin de mens zijn plaats heeft in het werk van Gods genade.
Door de verkondiging van Gods daden ter verlossing in zijn verbond wil de Heilige Geest het geloof werken in de harten. Daarbij is het een geweldige ervaring met heel Gods volk te beleven hoe de Here zijn beloften heeft vervuld en hoe in dit grote werk het kleine leven van de gelovige wordt ingepast wanneer hij Gods beloften en geboden vasthoudt als het kostbaarste in het leven.
Bevinding is allereerst de ervaring van Gods volk dat Zijn beloften waar zijn en zijn Woord betrouwbaar is.
In dit opzicht zijn wij zeer bevindelijk.
In de prediking worden Gods beloften de gemeente voorgehouden niet in een vrijblijvende aanbieding, want Jezus Christus komt daarin zelf tot ons en besprenkt ons met zijn bloed.
Daarom wordt de gemeente opgeroepen tot geloof en volharding en gewaarschuwd het bloed van het verbond waardoor zij geheiligd is niet onrein te achten.

Nu heeft elke nieuwe beweging eenzijdigheden.
Dit geldt ook voor de heilshistorische verbondsprediking.
Bij een nieuwe 'school' dreigt het gevaar van een nieuwe scholastiek, waarbij de prediking iets van een referaat krijgt en de pastorale kant niet tot zijn recht komt.
Niet te ontkennen valt dat men in onze kringen de neiging aantrof om alle bevinding als valse mystiek af te doen.
Bekend is de scherpe critiek die Prof. O.Th. Vollenhoven uitte op het boek 'De navolging van Christus'.
"Dit is geen navolging dit is nabootsing"
zei hij en in de gesprekken die we hadden viel me op dat hij erg beducht was voor 'mystiek' en vol lof was voor het werk van A. Janse, die zulke kostelijke dingen heeft geschreven over de mens als levende ziel.
De beweging van de jaren dertig is uiteengevallen door de kerkelijke strijd die tot de vrijmaking heeft geleid. In de vrijgemaakte kerken waren 'de kwesties' van doop en verbond, van heerschappij van synoden over de kerken het gesprek van de dag. Later werd dit verdrongen door discussies over de kerk en de gemeenschap der heiligen.
Er was op de huisbezoeken gesprekstof te over, zeker wanneer de dominé zich niet kon vinden in de opkomende nieuwe gangbare meningen.
Er is wat gediscussieerd!
Minder welsprekend was men als de 'geestelijke welstand' aan de orde werd gesteld en gevraagd werd naar de omgang met de Here in zijn verbond.
Het was alsof er geen vragen waren of mochten zijn en alles in gladde formules vastlag.

Later kwam daarbij de strijd om de doorgaande reformatie en het was alsof het christelijk geloof opging in het lidmaatschap van allerlei gereformeerde organisaties. Wie daaraan meedeed was trouwen goed vrijgemaakt. Hier is een geestelijke schade aangericht, die nog steeds nawerkt.
Het is niet verwonderlijk dat onze hervormd- en christelijke gereformeerde broeders en zusters, die dit alles op een afstand hebben meegemaakt ons niet altijd verstaan.
Voor ons staat evenals voor hen vast dat het christelijk geloof meer is dan het verstandelijk aanvaarden van de waarheid van Gods woord. Het verstand hoort er bij, maar is lang niet alles. Het geloof grijpt de hele mens aan. Het geloof is niet zonder strijd en aanvechting.
Als Nederl. gereformeerden kunnen we bij de bevindelijke broeders en zusters in de leer en zij doen verstandig ook naar ons te luisteren.
Daarbij houden wij vast dat de heilige schrift niet is een verzameling ziels-geschiedenissen of geloofsgetuigenissen, maar de verkondiging van Gods daden in Christus in de geschiedenis van zijn verbond in onze wereld.
Aan die grote daden hangt ons heil.
Omdat Christus in Bethlehem geboren is en op Pasen uit de dood verrees, kunnen wij in zijn kracht opstaan in een nieuw leven van geloof en bekering waarin het verzet in onze harten wordt overwonnen.
Neem het ons niet al te kwalijk dat wij wat beschroomd zijn te spreken over tere zaken in de omgang met God en de neiging hebben om als we iets met Hem hebben beleefd, dit niet wereldkundig te maken maar te bewaren en te overleggen in onze harten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief