Persschouw
1990-02-02
Te ver gegaan…- Jaargang 34
- nummer 3
Onlangs waren zij vijfentwintig jaar getrouwd. Zij gaven een groot feest dat uitbundig werd gevierd met de vele familieleden en vrienden. De ouders met de vijf kinderen, waarvan er twee getrouwd waren en twee verkering hadden, en het ene kleinkind vormden een gelukkige familie, ... zo te zien aan de buitenkant.
De 'binnenkant' was anders. Hoe was hun levensloop gegaan? Zij hadden ruim vier jaar verkering gehad. Na drie jaar verkering had zij steeds duidelijker het gevoel gekregen dat hij toch niet de ware voor haar was. Uitmaken durfde zij niet meer. Zij hadden na zo'n anderhalf jaar verkering geregeld gemeenschap gehad. Daar leek zijn belangstelling voor haar vooral naar uit te gaan. Praten met elkaar raakte zo steeds meer' op de achtergrond. Dat ging haar steeds meer benauwen.
Moest zij zo een leven lang met deze man optrekken? De verkering uitmaken was immers ook zo eenvoudig niet. Zij hadden immers al geleefd als man en vrouwen was . het uitmaken dan niet hetzelfde als echtscheiding? Zo was zij dan toch met hem getrouwd.
AI spoedig kondigde zich de eerste baby aan en toen de kleine nog maar drie maanden oud was, was zij alweer in verwachting van de tweede. Zij had haar handen vol aan de kleine kinderen en hij had het overdag druk met zijn werk en was 's avonds ook bezet met het volgen van allerlei cursussen.
Naarmate de kinderen groter werden, ging zij het steeds meer als een gemis ervaren dat zij zo moeilijk met haar man over allerlei dingen kon praten. Zij had het gevoel overal alleen voor te staan. Toen zij op een gegeven moment iemand ontmoette met wie zij wel goed van gedachten kon wisselen, werd daarmee de deur naar een verliefdheid op een kier gezet. Gelukkig merkte zij zelf net op tijd waar zij mee bezig was. Na een grote innerlijke strijd waar haar man niets van af wist, besloot zij deze relatie te verbreken en zich weer in te zetten voor haar eigen huwelijk.
Toen ik haar vroeg of zij er met haar kinderen over gesproken had, hoe zij in de verkeringstijd met elkaar om moesten gaan om herhaling van iets dergelijks te voorkomen, vertelde zij dat zij dat niet aangedurfd had: "Hoe kan ik van mijn kinderen iets vragen wat ik zelf niet heb kunnen opbrengen. Dan zou ik toch huichelen?"
Consequenties
Zo dat nu ook niet een reden kunnen zijn dat er in de gezinnen zo weinig op wordt gewezen? Dat de ouders eerlijkheidshalve moeten toegeven zelf ook te ver te zijn gegaan in de verkeringstijd. En als een stel het samen goed heeft en ook met elkaar trouwt, dan kun je stellen dat het eigenlijk nog goed is afgelopen.
De narigheid begint pas echt als je merkt dat het niet goed meer gaat en vanwege de gemeenschap die er is geweest de verkering nu als een loden last op.de schouders gaat hangen of in het geval dat de verkering werkelijk uitgaat. Het is toch niet meer ongedaan te maken en in een volgende verkering moet je het vertellen. Dat kan dan een grote schok geven. Je wilt immers zo graag uniek zijn voor elkaar. Het is niet leuk voor een jongen om te horen dat zijn meisje al eens met' een ander naar bed is geweest (of andersom).
Daarom is het zo belangrijk om in een goede sfeer hierover met de jongeren te praten. Allerlei andere signalen bereiken hen wel en dat juist op een leeftijd dat zij er zo gevoelig voor zijn. Via de massamedia, de omgeving en helaas ook op nogal wat scholen wordt seksualiteit vóór het huwelijk gepropageerd. Het opdoen van ervaring wordt belangrijk geacht. Als je er niet over mee kunt praten, val je buiten de boot.
Het hebben van seksueel kontakt met iemand is echter allerminst een vrijblijvende zaak. In de geslachtsgemeenschap geef je je totaal en helemaal aan iemand anders. In zo'n situatie ben je altijd kwetsbaar.
Daarom ook heeft de Heere God gewild dat mensen eerst met elkaar zouden trouwen, zodat zij eerst beloofd hebben alle verantwoordelijkheid voor elkaar te zullen hebben.
Daarom ook is gemeenschap alleen maar veilig binnen de beschermende omheining van het huwelijk.
Het is van het allergrootste belang om elkaar in de verkeringstijd goed te leren kennen. Juist in deze tijd is men zo ontvankelijk voor elkaar, omdat men immers zo openstaat voor elkaar. Dat geestelijk naar elkaar toe groeien kost gewoon tijd.
Dat kan ook haast niet anders. Het is toch niet niets dat twee mensen die allebei in heel verschillende gezinnen zijn opgegroeid
straks samen één nieuw gezin moeten gaan vormen.
Dat is een proces dat ongestoord zijn gang moet kunnen gaan.
Vindt er in die periode gemeenschap plaats, dan wordt daarmee dat proces verstoord. Alleen in een zekere vrijblijvendheid kun je elkaar immers echt goed leren kennen. Door het hebben van gemeenschap breng je toch een behoorlijke risicofactor in je relatie.
Bovendien komt in een dergelijke relatie de seksualiteit te veel centraal te staan. In veel huwelijken wordt van de vrouw de klacht gehoord dat de enige belangstelling die de man voor haar heeft een seksuele belangstelling is. Moet dan niet eerlijkheidshalve gezegd worden dat hij daar ook niet veel aan kan doen, daar hij immers dit gedragspatroon in de verkeringstijd al geleerd heeft?
Harmonie
Uiteraard zal er in een verkering als de jongen en het meisje geestelijk' steeds meer naar elkaar toegroeien, er als het goed is (en ik zeg met nadruk: als het goed ts) ook een steeds sterkere lichamelijke aantrekkingskracht naar elkaar toe zijn.
Als er of alléén een geestelijke aantrekkingskracht is öf alléén een lichamelijke, is er iets mis met de' verkering. De geestelijke en lichamelijke aantrekkingskracht zullen min of meer gelijk opgaan en elkaar zelfs ook-posttiet beïnvloeden.
Daarom zullen de omhelzingen en het beminnen van elkaar ook steeds inniger worden, inniger dan met wie ook in de wereld, maar wel met inachtneming van de grenzen zoals die in Gods Woord tot uiting komen.
(Denk aan het verhaal van Jozef en Maria die hoewel ondertrouwd toch nog geen gemeenschap hadden gehad.) Daarnaast is het eveneens belangrijk in het oog te houden dat· een verkering ook weer niet te lang gaat duren.
drs. A.B.F. Hoek-van Kooten
Wij knipten dit stuk uit KOERS- reformatorisch opinieblad d.d. 22 december 1989. Uw persschouwer heeft aan de hand van dit ontdekkende artikel niets toe te voegen!
Enschede, O. Mooiweer