De middagdienst
2009-08-14
Ook in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt kent men het probleem van teruglopend bezoek aan de middagdiensten. In het Gereformeerd Kerkblad van 9 mei schreef de Zwolse dominee H.J. Messelink erover. Opvallend is dat hij in dit artikel nu eens niet kritisch kijkt naar degenen die het ’s middags laten afweten, maar naar de ‘aanbod-kant’, dat wat de kerk te bieden heeft aan de mensen die ze graag twee maal op een zondag ziet komen. Messelink:- Jaargang 53
- nummer 16
In veel gemeenten loopt het bezoek aan de middagdiensten terug. Kerken die 's morgens dubbele diensten beleggen, gaan er soms toe over 's middags er maar één te houden. Een enkele kerk gaat nog verder en wil de middagdienst als verplichting afschaffen. ()
Er is dus sprake van heel wat variatie. De verschillen tussen de gemeenten worden groter. Het eigen karakter van de middagdienst wordt steeds vaker benadrukt. Terwijl voor de ene kerkenraad het houden van slechts één dienst per zondag geen optie is, lijkt het anderen juist een ideale situatie. De conclusie kan zijn dat de regel om de gemeente twee maal per zondag op te roepen met de nodige creativiteit gehanteerd wordt.
Geschiedenis van de middagdienst
God geeft ons iedere week een dag om te rusten en ons te concentreren op Hem. Het samenkomen van de gemeente is voor haar karakteristiek. In die samenkomsten ontmoeten we de Heer en elkaar. Regelmatige kerkgang is één van de middelen waardoor de Here het geloof in ons doet ontstaan en doet groeien. Ook de onderlinge bemoediging door lied en gebed heeft een plek in de kerkdiensten. Niet voor niets roept de Schrift ons op niet weg te blijven van onze eigen samenkomsten. De regelmatige kerkgang hebben we nodig.
Kunnen we ook zeggen dat we twee keer naar de kerk moeten? Er is wel geprobeerd aan te tonen dat dit vanuit de Bijbel voor de hand ligt, maar uit de Schriftgegevens kunnen we over het aantal diensten geen harde conclusies trekken. Historisch gezien liggen de wortels van onze middagdienst in de tijd van de reformatie. Calvijn voerde in Genève de leerdienst in, waarin de catechismus werd bepreekt. De catechismuspreek viel in de eerste tijd samen met het catechetisch onderwijs aan de jeugd. In 1586 is voor het eerst op een Nederlandse synode (Den Haag) de catechismuspreek officieel vastgesteld voor de middagdienst, als voorloper van ons artikel 66 van de kerkorde. Later verschoof de catechese naar een doordeweekse dag. En de middagdienst bleef bestaan. Officieel als een leerdienst waarin de 52 zondagen van de catechismus in een jaar aan de orde moesten komen. In de praktijk ging de middagdienst almeer op de morgendienst lijken. Weliswaar wordt de catechismus (of een ander belijdenisgeschrift) regelmatig aan de orde gesteld. Maar in de praktijk is weinig verschil op te merken tussen een vrije-stof-preek en een catechismuspreek. Dat is ook wel logisch. De prediker mag de inhoud van de catechismus bij het grootste deel van zijn luisteraars bekend veronderstellen. Velen hebben al 10x een preek over dezelfde stof gehoord. Bovendien is de catechismus al breedvoerig behandeld op de catechisatie. Daardoor wordt de catechismuspreek vaak een verkapte vrije-stof-preek. Je kunt ook rustig de catechismuspreek in de morgendienst houden. Beide diensten zijn ongeveer uitwisselbaar geworden. Dat is één (!) van de achtergronden van het verminderde kerkbezoek in de middagdienst. Daarom is het zinvol na te denken over het eigene van de middagdienst.
Creativiteit
Het lijkt me voor de hand te liggen om het onderscheid tussen morgen- en middagdienst duidelijk te laten worden. In de praktijk blijkt ook dat veel gemeenteleden best twee keer per zondag naar de kerk willen, als ze merken dat het voedsel 's morgens en 's middags niet precies hetzelfde is. Laat ik een voorbeeld noemen. In onze eigen gemeente houden we sinds enkele jaren 1x per maand een laagdrempelige dienst. Ons verlangen is dat gemeenteleden buren en kennissen meenemen en dat deze zo op een uitnodigende manier met het evangelie in aanraking komen, opnieuw of voor het eerst. Het blijkt dat deze diensten ook op ‘eigen’ mensen een sterke aantrekkingskracht hebben. Dat is ook met cijfers te onderbouwen. We hebben namelijk enige zondagen het aantal kerkgangers van de beide middagdiensten geteld. Dan blijkt dat het percentage kerkgangers op een zondag met een Ontmoetingsdienst (zoals wij die noemen) gemiddeld 30% hoger ligt dan op andere zondagen. Mijn (voorlopige) conclusie is dat veel gemeenteleden niet zozeer tegen een tweemalige kerkgang zijn, maar tegen meer van hetzelfde.
Natuurlijk valt er veel meer te zeggen. Er zijn ook andere aspecten die een rol spelen. Waar ik alleen voor wil waarschuwen is een soort doemdenken: alsof er over de hele linie een sterke verslapping optreedt, die toch niet tegen te houden is. Veel mensen willen graag naar de kerk, ook twee keer, als we voor voldoende afwisseling zorgen. Dat is een uitdaging tot creativiteit!
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.