Ingezonden

1990-02-16
  • Jaargang 34
  • nummer 4
Gewetensbinding in Canada (de Drie Formulieren)

Geachte Redactie,

Graag zou ik mij de gelegenheid zien gegeven, vanuit Canada enkele kanttekeningen te maken, bij de gedegen artikelen van ds. H.J. v.d. Kwast over de Intern. Conferentie van Geref. Kerken, in 1989 hier in Langley (dicht bij ons) gehouden.
Deze reactie op ds. v.d. Kwast's reportage is, ik geef het toe, aan de late kant. De verontschuldiging daarvoor is dat we 'Opbouw' per zeepost ontvangen en we het slot van zijn betoog eerst vlak voor Kerst onder ogen kregen.

Niemand zal hopelijk mij sympathie voor binnen-verband-heid aanwrijven, maar ds. v.d. Kwast is m.i. ietwat te critisch in zijn oordeel over onze gebonden (Vrijgemaakt Geref.) broeders in Nederland. Alleen met betrekking tot de gastheren van de Conferentie (de Canadian Reformed Churches) en hun binding aan de belijdenissen, schiet hij recht in de roos. Want hoe zeer deze laatstgenoemde kerken overigens aan de leiband van Nederland lopen - op het punt van die binding overtreffen ze hun zusterkerken en tevens alle internationale gereformeerdheid in beleid. Dat wil zeggen: in onverdunde striktheid.

Om een en ander uit de doeken te doen moet ik even een kerkhistorische kwestie ophalen. Oudere lezers (als de ondergetekende) zullen zich herinneren, dat in de vroege jaren vijftig een discussie gaande was over de vraag: wat is precies bedoeld met "de artikelen van het Christelijk geloof" in de desbetr. doop- en belijdenisvraag? Mijn geliefde herder, wijlen ds. G. Visee, hield het met de Apostolische Twaalf Artikelen. Zijn opponenten meenden, dat het voor een christen nodig is alle zes belijdenissen gelijkelijk te geloven. "Wij geloven, wij geloven ..." zegt de confessie immers?

Nu moet ik bekennen dat ik met innig genoegen en dankbare voldoening in het binnenverbands kerkboek lees, dat de destijdS zo verguisde D.E.C. (ds. Visee) achteraf op dit punt gelijk heeft gekregen. De betreffende teksten summeren "de ware en volkomen leer van de verlossing", als "in de Apostolische Geloofsbel ijden is samengevat".

Na de droeve gebeurtenissen van 1967/8 verklaarde een G.S. van de Canad. Ref. Churches dat er "geen enkele reden was om niet vrijmoedig en blijmoedig met de correspondentie voort te gaan"; d.w.z. correspondentie met de uitwerpers. Een woord van mededogen met de uitgeworpenen (Ned. Geref. thans) kon er niet af.

Het zal dus geen verwondering wekken, dat een nadere omschrijving van de "artikelen des Christelijken geloofs" ook hier in Canada (ter navolging) diende te worden bekeken.
Inderdaad stond de kwestie op de agenda voor de Synode Cloverdale-1983. In hun desbetr. rapport adviseerden ds. G. v. Dooren en ds. C. Stam: de zusterkerken overzee te volgen met hun samenvatting in de 'Aposties Creed. Maar dat was klaarblijkelijk aan de lichte kant. Broeders ter synode stelden 'The Creeds' voor i.p.v. 'Aposties Creed'.

Toen voelde ik nattigheid en vroeg de synode te zeggen, wat ze daarmee precies bedoelde. In het Engels zijn namelijk twee termen voor dit soort zaken. 'Creeds' = het Apostolicum, Nicea en Athanasius. Verdere geloofsbelijdenissen zijn 'confessions'.
- Wel, de broeders bekenden kleur: de formulieren voor Doop en Belijdenis vragen hier thans instemming met "de leer van het oude en nieuwe testament, samengevat in de belijdenissen en in deze Christelijke Kerk geleerd"; zijnde dit "de ware en volkomen leer der zaligheid".

..De leer, die alhier geleerd wordt"
Nu hoop ik dat ds. V.d. Kwast mij de les zal lezen, wanneer ik daarin verkeerd ben. Maar lang na mijn (in alle goedgelovigheid gedane) belijdenis tot de jaren des onderscheids gekomen, heb ik e.e.a. als volgt opgevat - en ben daarvoor noch als leek, noch als ouderling, noch als hoofd van de eerste vrijgemaakte school buiten Nederland, ooit door kerke raad of schoolbestuur op de vingers getikt. Het is volgens mij de klassiek-gereformeerde opstelling.

Wat een christen moet geloven (ik citeer de ed.-1986 van hét Vrijgemaakt Gereformeerd Kerkboek) "daarvan geven de artikelen van ons algemeen en ontwijfelbaar christelijk geloof een samenvatting". En op de vraag van de Catechismus, hoe die artikelen luiden? volgt dan de Apostolische Geloofsbelijdenis.

Maar wát t.a.v. de leer "die hier in de christelijke kerk geleerd wordt"?
- Niemand buiten Rome (en een stel de waarheid in pacht hebbende secten) zal ontkennen, dat deze leer mensenwerk is, niet geïnspireerd, daarom gebrekkig en "niet op 1 lijn te stellen met de goddelijke Schriften".
Want (aldus art. 7 NGB) "alle mensen zijn uit zichzelf leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelf".

Naar het mij voorkomt zal geen redelijk reformatorisch christen hiermee van de belijdenis afwijken.
Indien iedere presbyter of opziener naar eigen smaak zou mogen leren, zou dat een chaos worden. Om op eigen erf te blijven: de Drie Formulieren mogen dan niet uit de hemel zijn gevallen, ze zijn door bekeerde en de Bijbel kennende knappe koppen zorgvuldig opgesteld, binnen het kader van en in harmonie met· het wijsgerig klimaat van hun tijd. En wanneer we vandaag hier en daar vraagtekens durven zetten, dan betekent dit nog niet, dat wij - zouden wij het werk herzien - het er beter zouden afbrengen. Want óns denken is niet minder "ten dele" dan dat van de Dordtse vaderen - laten we het huisje a.u.b, bij het schuurtje laten.

Als ouderling de formulieren ondertekenend (zo is mij geleerd) beloof ik dat ik mij in mijn ambt aan deze onze vorm van gereformeerd belijden zal houden. Niet dat ik bereid moet zijn, daarvoor mijn hand in het vuur te steken. Afgezien van het feit, dat bij huisbezoek dogmatische vragen beter vermeden kunnen worden: indien en wanneer ik om des gewetens wille een door de kerk aanvaarde propositie meen vierkant te moeten verwerpen, dan heb ik dit niet de gemeente, maar haar opzieners voor te leggen. Als de kerkeraad het niet met mij eens kan worden, en ik voet bij stuk blijf houden, moet ik eerlijk mijn ambt neerleggen - maar in de broederschap mijn mond houden. Een mens moet zijn plaats weten, maar zijn uitspraken niet minder. Het Woord Gods staat vast voor eeuwig, onze samenvattingen zijn tijdelijk; die zullen eenmaal verdwijnen.

Totdat die Grote Dag aanbreekt is daar nu de "gebrokenheid van ons christelijk leven" (Opb. p. 369) en "alle belijden is mensenwerk" (p.405), aldus ds. V.d. Kwast, de WestminsterConfessie bekijkend. Het resultaat van deze gebrokenheid is .overal te zien. Hoeveel op de rots van Genève gegrondveste kerken en kerkjes zijn er niet over het wereldrond, die stuk voor stuk verklaren gelijk te hebben in alles, waarin ze van anderen verschillen? Hoe christenen Gods Woord verstaan is kennelijk (althans voor een groter of kleiner deel) bepaald door het paradigma in de context, waarvan we besloten hebben of waarin we opgevoed zijn: de Bijbel te bekijken, en belijden, en beleven.

Dat het keurslijf van condities voor doop en belijdenis, in Cloverdale- 1983 door de Canadian Reformed Churches gekozen, voor mij onaanvaardbaar was, ligt voor de,hand.
Drie gelijkgezinde broeders en ik gingen dan ook in beroep bij de, Synode van Burlington-1986 - en kregen natuurlijk geen voet aan de grond. "De broeders willen de belijdenis afschaften!" werd ons in de schoenen geschoven.

De opzieners van mijn kerk, de Maranatha Church of Surrey B.C., kozen evenwel daarna onze zijde en richtten zich met een solied betoog tot de generale synode van Winnipeg, Man.-1989.

Het resultaat kan de lezer, die geen vreemdeling is in het Jerusalem van de gereformeerde kerkpolitiek, natuurlijk raden. Mijn consistorie legde zich daar bij neer. Waarop, noodgedwongen, mijn Vrouwen ik ons vrijmaakten.

Gewetensbinding
Een kort commentaar: hoe deze Canad. Ref. Churches ooit nog met enige andere kerk van calvinistische signatuur denken te kunnen samenleven, is mij een raadsel. De binnenverbanders - wellicht ook indachtig ,aan de bovenschriftuurlijke bindingen van 1943- hebben, hoe dicht ze ook bij die grens begeren te leven, besloten de grens tussen Kerk en Secte niet over te steken. Met art. 7 NGB kunnen ze volhouden: nog formeel een achterdeurtje voor contact met de Presbyterianen van allerlei slag open te houden. Hier in Canada mogen hun zusterkerken bij verhalen over het verleden H.J. Schilder's 'Op de grens van kerk en secte' ter adstructie van de Vrijmaking aanhalen; maar dat ze die grens nu over zijn is duidelijk. De synodale binding van 1944 aan door theologen uitgedachte veronderstelde wedergeboorten en onsterfelijke zielen is m.i. kinderspel, vergeleken bij wat de Canad. kerken in 1983 hebben gedaan.
Genoemde bindingen vallen immers onder het oordeel van art. 7 NGB "geen geschriften van mensen, hoe heilig de schrijvers ook geweest zijn". Maar hier moet ik nu belijden, "dat de leer, samengevat in de Drie Formulieren, de ware en volledige leer der zaligheid is".

Wacht even, zal iemand opmerken, geldt dat menselijk karakter ook niet voor het Apostolicum? Natuurlijk doet het dat, maar geen mens kan de Schrift - al of niet in de grondtalen - van buiten kennen. Doch tot vandaag toe zijn allen, die zich met enig recht christenen noemen, het tenminste nog vrijwel eens over de duidelijke betekenis van de Twaalf Artikelen. (Vrijwel - want er zijn onder ons broeders, die bijvoorbeeld bedenkingen hebben over de manier, waarop de Heidelberger de Lutherse verklaring van het "neergedaald in de hel" omzeilt.)

'Geloven' wat de zes confessies zeggen? Geen bezwaar zo lang we dit, conform wat een ervan ons over alle mensenwerk en menselijk leren ons voorhoudt, met een korreltje zout mogen doen. Want geloven in God de Vader, de Almachtige, en in bijna alles wat in het Apostolicum volgt, is volstrekt en onvoorwaardelijk.
Het geloven van wat volgens de vaderen de Schrift verder leert, is een voor waar houden - onder het voorbehoud van Paulus' "door een spiegel in raadselen".

Om nu elk misverstand te voorkomen: volgens sommige arnbtsdragers hier in Canada ts iedereen, die de Drie Formulieren onbevooroordeeld leest, gedwongen de vlakkeloze Schriftuurlijke zuiverheid van deze geschriften te erkennen.

Ik deel die zekerheid niet, doch zal zulke broeders hierom niet kwaad aankijken. Wie ben ik, om eens anders knechten te oordelen? Of zij staan of vallen gaat hun eigen heer aan. Maar nu de Canadian Reformed Churches - als de enige Calvinistische denominatie in de hele wereld!
- berouwvolle zondaars "die buiten zijn" alleen toestaan met hun leden de dood des Heeren te verkondigen: wanneer die zondaars verklaren en beloven te geloven wat die kerken, de Catechismus in de schaduw stellende, denken dat God als een waar geloof eist... dat gaat te ver.

U dankend voor de verleende plaatsruimte,

de Uwe in Christo, Walter van der Kamp

Pitt Meadows, B.C. Canada.
4 Jan. 1990

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief