Persschouw

1990-02-16
  • Jaargang 34
  • nummer 4
Kinderdoop en herdoop...?
Ds. J.C. Janse, emeritus-predikant te Ermelo, geeft in de KERKBODE VAN NEDERLANDS GEREFORMEERDE KERKEN één en ander weer uit een artikel, dat hij las in het Tijdschrift 'In die Skriflig' van de Gereformeerde Teo/ogiese Vereniging in Potchefstroom, dat een speciaal nummer wijdde aan het onderwerp van de Doop. Aan het slot schrijft hij:

"Kort en krachtig is de beoordelingde moeite waard om te onthouden: Beoordeling Herdoop is ONschriftuurlijk. Nergens in de Bijbel is er een voorbeeld van iemand die reeds de ware christelijke doop ontvangen heeft en die overgedoopt is.
Herdoop is ONgehoord. In de vroegere kerkgeschiedenis zijn mensen die al gedoopt waren, niet overgedoopt.
Herdoop is ONbevredigend. Deze biedt geen grotere geloofszekerheid.
De rijke beloften van de kinderdoop bieden reeds genoegzame troost en zekerheid.
Herdoop is ONnodig. De kracht van de doop ligt niet in de herhaling van de doop, maar in de beloften van de doop. En het GELOOF aan de beloften is onverliesbaar.
Herdoop is ONlogisch. Terwijl de herdoop met bewijzen komt hoe trouwen gehoorzaam-gelovig iemand is door zich te laten overdopen, zegt de daad eigenlijk: "Ik bewijs hoe ontrouw ik aan mijn eerste doop ben en hoe ONGELOVIG ik de beloften van de God van mijn doop bejegen."
Herdoop is ONaanvaardbaar. Het tast de heiligheid aan van de sacramenten als Goddelijke instelling en trekt a.h.W. een streep door Gods verbondsbeloften aan de kinderen van de gelovigen, alsof ze nooit gegeven waren. Dit is krachtige taal en een Schriftuurlijk geluid."

Het is goed om van deze opmerkingen kennis te nemen in een tijd waarin allerlei Pinkstergroeperingen zich breed maken en een sterke aantrekkingskracht op onze jongeren uitoefenen. Het rijke genadeverbond, dat God met ons gesloten heeft, omvat van meet af ook de kinderen der gemeente. De wereld en de duivel en de zonde hebben geen recht op ons hoewel zij steeds weer een aanval op ons doen om ons van God af te troggelen. God alleen heeft recht op ons. Hij roept ons op tot zijn dienst. Zo is de doop een teken van Gods trouw! In de vallende waterdruppels glinstert Gods oneindige liefde voor een verloren mensenkind. Kan het rijker?
Gods begin met mij bepaalt mijn levensloop en levenseinde! Dat laten wij ons door niemand ontfutselen!
Ds. C.G. Geluk van de Hervormdgereformeerde Jeugdbond schreef in 'De Waarheidsvriend' met het oog op de jongeren een artikel onder de titel: HOE JAGEN WE DE JONGEREN DE KERK UIT?, dat onze hartelijke instemming heeft. We nemen het slot van dit
stuk hierbij over:

Een aantal antwoorden
Ik wil nu een aantal antwoorden proberen te formuleren op de vraag die ons in dit artikel bezighoudt (hoewel het ons - en dat is wel duidelijk - juist gaat om precies het tegenovergestelde van wat de vraag verwoordt) .
Een uitwerking laat ik achterwege.
Wellicht dat u als oudere en ambtsdrager daar voor uzelf (voor zover het u aangaat) - misschien ook gezamenlijk - eens over na kunt denken.
Ik wil er ook op wijzen, dat niet alle antwoorden van hetzelfde gewicht zijn. Maar dat zult u al lezende zelf wel merken.
Sfaat u er voor open om eventuele blinde vlekken bij uzelf te ontdekken?

Dan volgen nu antwoorden op de vraag 'Hoe jagen we de jongeren de kerk uit?'

1. Door in prediking en geloofsoverdracht niet voldoende aandacht te hebben voor de noties van toekomstverwachting, oordeel en voor wat werkelijk zonde en genade is.
2. Door geen rekening met hen te houden in de kerkdienst - door in de verkondiging van het Woord niet met hen en hun vragen te rekenen - door heel lange preken te houden waarin de Schrift niet opengaat en voorspelbare dingen worden gezegd - door bij de keus van liederen niet aan hen te denken - door nooit een vruchtbare wisselwerking te zoeken tussen kerkdienst en jeugdwerk/eventueel tussen kerkdienst en school en gezin.
3. Door in de kerkeraad niet aan bezinning op het jeugdwerk te doen.
4. Door als kerkeraad niet stimulerend en inspirerend te zijn naar leidinggevenden in het jeugdwerk toe.
5. Door je als ambtsdrager inzake gevoelige onderwerpen meer te laten leiden door de publieke opinie in de gemeente dan door de Schrift en zo er blijk van te geven geen onderscheid te maken tussen emotionele en principiële argumenten.
6. Door totaal geen belangstelling te tonen voor de activiteiten van de jongeren dan alleen als het 'mis' gaat. .
7. Door geen visie te hebben op de plaats van jongeren in de gemeente.
8. Door er in het geheel geen erg in te hebben, dat we in een andere tijd leven dan zo'n 20 en meer jaren geleden, waardoor het voor de jongeren veel moeilijker is om met de vragen van kerk en geloof bezig te zijn.
9. Door uiterlijkheden meer aandacht te geven dan de wezenlijke inhoud van het Evangelie.
10. Door in eredienst en gemeente-zijn geen enkele verandering toe te staan.
11. Door van hen slechts te verwachten, dat zij zich gewillig houden aan onze gedragscodes.
12. Door niet naar hen te luisteren.
13. Door geen eerlijk antwoord te geven op wat zij vragen.
14. Door antwoord te geven op vragen die zij niet stellen.
15. Door hun kritiek te negeren.
16. Door hen niet in hun jong-zijn te accepteren.
17. Door hun geen verantwoordelijkheden toe te vertrouwen.
18. Door het geloof als 'nee' voor te stellen of als 'moeten'.
19. Door als ouderen niet positief in de kerk te staan.
20. Door als ouderen steeds maar kritiek te leveren..op de kerk.
21. Door als ouderen de jongeren niet voor te leven wat de omgang met God en het leven in het geloof inhoudt en wat voor vreugde dit met zich meebrengt.
22. Door geen oog te hebben voor het veelkleurige werk van de Heilige Geest.
23. Door ...

Niet compleet
Deze lijst van antwoorden is niet bedoeld als een volledige opsomming.
Mijn bedoeling is alleen om eventueel blinde vlekken zichtbaar te maken. En om u die dit leest te stimuleren tot zelfonderzoek, bezinning en - indien nodig - tot heroverweging van uw visie en manier van bezig-zijn in de kerk, met name wanneer het gaat om uw relatie met jongeren.

Rectificatie
De aandachtige lezer zal begrepen hebben, dat er een drukfout geslopen is in de slotzin van de Persschouw in het vorige nummer. 'aan de hand van' moet uiteraard zijn: 'aan de inhoud van'.

O.M.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief