Op weg naar 1992
1990-03-02
Een unaniem compromis- Jaargang 34
- nummer 5
Als ik het goed heb zijn op de Synode van Groningen van de Chr. Geref. Kerken maar weinig beslissingen genomen na hoofdelijke stemming. Ook de uitspraak m.b.t. de samensprekingen met onze kerken is met algemene stemmen aangenomen.
Hoe moeten we het juist in dezen taxeren dat unaniem het oordeel werd gegeven "dat in de Nederlands Gereformeerde Kerken met betrekking tot de toeëigening van het heil geen recht gedaan wordt aan wezenlijke elementen uit de belijdenis der kerken"? Wie, zoals ik, de besprekingen meemaakte die tot het bewuste synode-besluit hebben geleid, zou zich daarover kunnen verbazen.
Immers, enerzijds drongen afgevaardigden zonder meer' aan op het afbreken van de samensprekingen.
Eén van hen noemde de Gemeenschappelijke Verklaring van '75 zelfs een gedateerd stuk, dat vandaag niet eens meer tot stand .zou kunnen komen. Men vond daarom verder spreken beslist niet zinvol meer.
Anderzijds werd er op gewezen, dat de geconstateerde verschillen hooguit verschillen in interpretatie van de confessie zijn en dat ze daarom nooit oorzaak van blijvende scheiding mogen zijn. De vraag werd gesteld of datgene, wat ons bindt niet vele malen meer is dan wat ons scheidt. Iemand stelde dat hij in het beeld dat de Deputaten van onze kerken hadden geschetst beslist niet herkende wat hij zelf in de praktijk had ondervonden.
Zo was er grote verscheidenheid in het oordeel over onze kerken en over de eventuele voortzetting van het gesprek met ons. Toch werd met algemene stemmen het bewuste besluit met betrekking tot de samenspreking genomen. Dat is alleen te "
verklaren uit het feit, dat dit besluit het karakter heeft van een compromis.
Dat compromis wordt ook zichtbaar als het oordeel, dat aan het begin van dit artikel is geciteerd, wordt vergeleken met uitspraak 1.
van dit synodebesluit: "dat de geconstateerde verschillen ... geen belemmering mogen zijn om te erkennen dat de Nederlands Gereformeerde Kerken zich in alles willen stellen op de grondslag van en begeren te leven naar de gereformeerde belijdenis".
Terecht werd ter synode gevraagd hoe dat oordeel en deze uitspraak zich met elkaar verdragen. Nu, dat kan dan ook alleen bij wijze van een compromis tussen de tegengestelde standpunten die de synodeleden hadden ingenomen. Je zou kunnen zeggen, dat binnen de Chr. Geref. Kerken men unaniem van oordeel is dat de zaken van de toeëigening van het heil tot de wezenlijke elementen van het gereformeerd belijden behoren.
Maar in de taxatie of het bestaande verschil daarover te verdragen is binnen één kerkverband lopen de meningen nogal sterk uiteen.
De moeite met een dergelijk synodebesluit is wel, dat het compromiskarakter eigenlijk alleen goed te onderkennen is als je de ontstaansgeschiedenis ervan kent. Maar helaas gaan dergelijke besluiten al gauw een eigen leven leiden. En dan blijft er een toch wel zwaar geladen oordeel over, dat behoorlijk pijn doet als het serieus genomen wordt. En wat kan en mag je anders doen met het betreffende besluit?
Landelijke afwijzing tegenover plaatselijke toenadering
Volkomen op zichzelf genomen is dit unaniem genomen synode-besluit nog eens extra verbazingwekkend, als je ziet wat er op plaatselijk niveau wél allemaal mogelijk blijkt te zijn. Het is overigens opvallend dat in het Rapport van de Deputaten aan de Synode van Groningen nauwelijks of geen aandacht is besteed aan ontwikkelingen die er in diverse gemeenten zijn geweest.
Zo is b.v. met dankbaarheid te vermeiden dat men vorig jaar in Arnhem is begonnen met kanselruil. En ook in mijn eigen woonplaats Apeldoorn zijn de samensprekingen inmiddels zover gevorderd, dat verwacht mag worden dat de drie Chr.
Geref. Kerken op niet al te lange termijn op hun classis Apeldoorn eveneens een aanvraag tot kanselruil zullen indienen. Ik heb het als bijzonder schrijnend ervaren, dat in dezelfde tijd dat plaatselijk in Apeldoorn de moderamina van de vier betrokken kerkeraden elkaar in een hartverwarmende sfeer vonden in een gemeenschappelijk standpunt over de toeëigening van het heil, er landelijk steeds meer een patstelling werd ingenomen in het gesprek tussen onze Kommissie en de Chr. Geref. Deputaten.
De Kommissie voor Kontakt en Samenspreking heeft vorig 'jaar een enquête gehouden onder onze kerken, waarin gevraagd werd naar ervaringen in kontakten met plaatselijke Chr. Geref. Kerken. Meer dan 90% van de gemeenten heeft daarop gereageerd. Van de resultaten van deze enquête wil ik u graag iets doorgeven.
Door 16 kerken is gemeld, dat ze geen enkel kontakt hebben om de eenvoudree reden, dat er in hun woonplaats geen Chr. Geref. Kerk is.
Nog eens 16 kerken hebben nooit een poging tot kontakt gedaan, omdat bij voorbaat werd aangenomen dat de verschillen daarvoor te groot waren. 21 kerken zochten wel kontakt, maar dat werd meestal van Chr. Geref. zijde afgewezen. Enkele van deze kerken hebben enige tijd wel een goede samenwerking gehad, zelfs met kanselruil, maar door verschillende oorzaken is het toch weer verzand.
Bij 11 kerken zijn er sinds kortere of langere tijd kontakten, die nog wel niet tot kanselruil en/of avondmaalsgemeenschap hebben geleid,maar die daar hopelijk wel in uit zullen monden.
En dan zijn er 21 kerken, waar wel regelmatig de predikanten op elkaars kansel Gods Woord verkondigen en waar de avondmaalstafels voor de leden van de samenwerkende kerken openstaan. In meerdere van deze gemeenten is ook sprake van gezamenlijk verenigingsleven.
Ik kan het niet laten hier ook mijn vorige gemeente Emmeloord te noemen, die samen met de gemeente van Marknesse een bijzonder goede samenwerking heeft met de Chr. Geref. Kerk van de Noordoostpolder.
Ambtsdragers van beide kerken worden daar in een gemeenschappelijke dienst bevestigd en gaan bij een groot deel van de gezinnen gezamenlijk op huisbezoek.
En belijdeniscatechisanten leggen eveneens in een gezamenlijke dienst belijdenis af van hun gemeenschappelijk geloof.
Tenslotte moeten in dit verband uiteraard ook de drie gemeenten van Almere, Lelystad en Nieuwegein worden genoemd, waarin de beide kerken a.h.w. geheel geïntegreerd zijn. Ook al is er nog sprake van gescheiden kaartenbakken, in de praktijk vormt men daar één gemeente van Christus.
Kortom, afgezien van de 16 gemeenten die geen Chr. Geref. zusterkerk naast zich hebben, hebben 35 van de 72 kerken die gereageerd hebben kontakt, dat in de meeste gevallen goed tot zeer goed genoemd mag worden.
Een verdeeld huis
Nogmaals, in het licht van het bovenstaande is het besluit van de Synode van Groningen op z'n minst bevreemdend te noemen. Hoe kun je op landelijk niveau dé Nederlands Gereformeerde Kerken om zwaarwichtige redenen afwijzen, terwijl vele plaatselijke gemeenten die kerken juist gevonden hebben, nota bene uitgerekend daar waar de prediking konkreet wordt gehoord en kennelijk met wederzijdse instemming wordt aanvaard?
Nog gecompliceerder wordt het als je bedenkt dat binnen het Chr. Geref. kerkverband sommige kansels in de praktijk gesloten blijken te zijn voor bepaalde predikanten. Soms zijn er op één plaats twee Chr. Geref. Kerken, waarvan de predikanten niet op elkaars kansels worden uitgenodigd om het Woord te bedienen en waarvan de leden niet bij elkaar aan het avondmaal deelnemen. En dat heeft allemaal te maken met een verschil in denken en spreken ever precies dezelfde punten, die ook in de samenspreking met onze kerken zo'n grote rot spelen - de vragen rondom de toeëigening des hei Is, het werk van de Heilige Geest, de noodzaak van wedergeboorte en bekering e.d.
Toch blijkt het mogelijk te zijn dat men binnen het verband van de Chr. Geref. Kerken deze verschillen in elkaar draagt en verdraagt. Het blijkt geen breekpunt te zijn. Niet naar binnen!
Maar waarom dan wel naar buiten?
Wordt hier niet gemeten met twee maten? Beseft men wel voldoende, dat - zeker los van de ontstaansgeschiedenis - het unaniem uitgesproken oordeel van de Synode van Groningen, dat de geconstateerde verschillen "een belemmering vormen om op dit moment stappen te doen naar een vereniging van beide kerken", tegen de hierboven geschetste achtergrond wel vragen op moét roepen?
De Deputaten kregen van de synode de opdracht mee "zich nader te bezinnen op de vraag hoe ernstig de verschillen zijn ... ten einde de generale synode van 1992 te kunnen dienen met een gefundeerd antwoord op de vraag of en in hoeverre· de besproken zaken het voortgaan op de weg naar verdere eenheid blijvend belemmeren". Even aangenomen dat de Deputaten na diepgaande bezinning tot de konklusie zouden komen, dat men op deze weg inderdaad niet verder mag gaan, en dat de Synode van Apeldoorn deze konklusie zou overnemen, dan heeft dat ingrijpende konsekwenties.
Dan kan het niet anders of dan zijn daarmee alle kontakten op plaatselijk niveau veroordeeld en dan zal men daar haastig mee moeten stoppen. Maar dan zal men het ook binnen eigen kerkelijk huis moeten aandurven te zeggen, dat de onderlinge verschillen de fundamenten van de kerk raken, met alle gevolgen van dien.
Ik schrijf dit met enige aarzeling. Het kan immers worden uitgelegd als een poging tot stoken ineen verdeeld kerkgezin. Ik hoop dat men van mij wil aannemen, dat dat allerminst mijn bedoeling IS. Wat ik te berde breng wil niet anders zijn dan een bijdrage in een proces van bewustwording van waar men meè bezig is. Het kan en mag er niet om gaan broeders tegen elkaar uit te spelen. Maar de zaak van de Gereformeerde Gezindte in Nederland is er m.l. wel mee gediend als men binnen de Chr. Geref. Kerken in dezen eens wat meer duidelijkheid schept.