Tussen kerk en keuken
1990-03-02
Dieren- Jaargang 34
- nummer 5
Bij ons in huis ontbreken dieren.
Geen kat, geen hond en zelfs geen kanariepiet verlangt van ons verzorging.
Zo af en toe vindt Reinier dat hij recht heeft op een dier en vertelt ons dat een poes wel fijn zou zijn.
Toen van de zomer een aantal wespen onderdak in onze huiskamer had gezocht, merkte hij verrast op: "Houden wij soms wespen?" Op dat moment was ik er na aan toe om in vredesnaam toch maar een huisdier aan te schaffen, want ik vond mezelf ronduit een prutsmoeder.
Maar ik beheerste me. Met zo'n gevoel valt best te leven en als je eenmaal een dier hebt, ben je er zo vlug niet af. Die reserve was maar goed ook, want vorige week was er een programma op de teleyisie, waarbij een presentator de argeloze kijker inprentte: "Ook dieren moeten goed opgevoed worden".
Ik vroeg me bezorgd af, of mijn jongste broer en mijn schoonzusje zouden kijken. Die hebben op hun tot woonhuis verbouwde boerderij half Artis in de kost.
Paarden, een paar geiten, een bok, kippen, ganzen, een hond en twee katten!
Die moeten allemaal opgevoed worden volgens dat programma. En niet op z'n janboerenfluitjes ... Nee. Nog goed opgevoed ook!
Nu staat mijn schoonzusje voor niets.
Vorige week stapte mijn broer ietwat aan de late kant uit huis om naar zijn werk te gaan.
In de vijver dreef iets bruins. Mijn broer riep over zijn schouder: "Annemiek ... de haan is verdronken!" en stapte in de auto.
Mijn schoonzusje trok haar laarzen aan en viste het dier uit de vijver. Ze prevelde: "Ach ... stom dier dat je er bent," draaide hem om, liet er water uit lopen en klopte hem op zijn borst.
Ze vond het beest èr toch niet zo vreselijk dood uitzien en pakte de haarföhn. Na een half uurtje warme lucht en wat stevige massage waren de veren droog en liet de haan een voorzichtig kukelt je horen.
Nadat hij op de grond werd geplaatst, liep hij zo raar te tollen, dat ze zich bezorgd afvroeg of hij hersenletsel had opgelopen. Het zou wel jammer zijn, maar in dat geval moest mijn broer hem alsnog atrnaken, want met een gestoorde haan begin je niet veel. Gelukkig gedroeg hij zich een uur later weer normaal hanig.
Eerlijk is eerlijk. Ik moet zeggen dat de kinderen van mijn broer zich uiterst gelukkig voelen met hun veestapel en met het leven op het platteland.
Ze leven dicht bij de natuur en zien in veel dingen de Hand van de Schepper.
Toen hun jongste zoon een paar dagen geleden 's avonds wakker werd, vroeg hij dromerig: "Mam ...
vind je mij het liefste kleine jongetje van de wereld?"
"Absoluut!" zei mijn schoonzusje.
"Hoe kan het hé. Ik ben het liefste jongetje van de wereld. Jullie zijn de liefste papa en mama van de wereld ... We hebben de liefste poes van de wereld ....En ook nog de liefste kippen van de wereld ... De Here God dacht zeker: "Die horen bij elkaar", zei hij zuchtend van tevredenheid.
Mijn schoonzusje stopte hem stevig in. Ze was het hartgrondig met haar zoon eens.
Ik moet nog eens goed nadenken.
Misschien is een hond toch wel iets voor ons. Of kippen!