Ex Libris

1990-03-16
  • Jaargang 34
  • nummer 6
Toen Anton Koolhaas het boekenweekgeschenk van 1962 had geschreven (Een schot inde lucht) en hoorde dat het in een oplage van 190.000 exemplaren zou verschijnen, was hij daarvan zo onder de indruk dat hij vroeg of hij die stapels eens mocht zien, als ze van de drukker kwamen. Jammer genoeg is het er niet van gekomen, vertelde hij later.
Het bewijst wel -dat het voor een auteur iets bijzonders is, als hij gevraagd wordt het geschenk te schrijven.
Die e'er is nu te beurt gevallen aan F. Springer. Hij heeft al zeven boeken op zijn naam staan; de bekendste daarvan zijn de romans Bougainville uit 1981 en Quissama uit 1985.

We zijn nu toe aan het vijfenvijftigste boekenweekgeschenk. De oplage is meer dan twee keer zo groot als in 1962: 505.000. Dat moeten nog eens stapels zijn! En van een boekje dat in zulke hoeveelheden onder ons volk wordt verspreid, mag je toch wel iets verwachten, te meer omdat het een cadeau is van onze cultuurverspreiders bij uitstek: de boekhandelaren.
Elk jaar weer wordt met spanning naar dit geschenk uitgekeken.
De echte boekenliefhebbers haasten zich naar de winkels, ze willen het beslist niet missen, al zal het alleen maar zijn om hun verzameling te completeren. En elk blad dat zichzelf een béétje respecteert, schrijft er wel iets over. Wat dat betreft, vergaat het dit cadeau heel anders als het gegeven paard dat je niet in de bek mag kijken. Een vriendelijke relatie heeft mij het boekje toegespeeld opdat ik er tijdig in Opbouw aandacht aan kon besteden; zo is het te verklaren dat ons blad deze keer niet achteraan hoeft te lopen. Een verheugend feit! 'Sterremeer' heet het nleuwe geschenk.
Met een zekere gretigheid heb ik het gelezen. Zou het deze keer iets bijzonders zijn? lets van een kwaliteit als 'De Nacht der Girondijnen' , dat meesterwerkje uit 1957? Jaren achtereen heb ik nu al een gevoel van teleurstelling gehad.
Wat zou 1990 opleveren? Tijdens het lezen kwam langzaam datzelfde gevoel van teleurstelling weer boven.
'Sterremeer' is geen opwekkende lectuur. Het is in feite een triest boekje over tragische mislukkingen.
Ik kan me haast niet voorstellen dat veel mensen het met interesse en genoegen zullen lezen.
En dan te bedenken dat er ruim 500.000 exemplaren van gedrukt zijn!
Zou ik me dan vergissen? Springer is toch een erkend schrijver; het is geen wonder dat hij uitgenodigd is het geschenk te leveren. Want zo gaat dat tegenwoordig. Eigenlijk was het v66r 1962 toch leuker: toen konden allerlei schrijvers iets inzenden en daaruit werd dan een keuze gemaakt; het publiek mocht proberen dernaam van de schrijver te raden.
Ik heb me wel eens afgevraagd: als er nu maar één schrijver uitgenodigd wordt, is er dan geen grotere kans op een soort gelegenheidswerk?

Nu eerst maar even iets over de inhoud. De hoofdpersoon is de 'dichter' Sterremeer. Hij heeft wel zijn momenten van artistieke bevlogenheid, maar weet er niet goed mee om te gaan, hij vijlt en polijst zijn werk waardoor het kwasi-poëtische rimram wordt. Van meer gehalte is zijn vrouw, Robbie. Zij wil een wetenschappelijk werk schrijven, maar zij slaagt er niet in orde aan te brengen in de geweldige massa stof die zij heeft verzameld. Toch is er niet alleen die tegenstelling tussen hen beiden, er is ook een parallel: ook zij heeft duidelijke artistieke kwaliteiten die in de pogingen tot ordening verloren raken. Zij is een tragischer figuur dan haar man; zij doorziet dat hij mislukt is, maar in feite is haar eigen falen de diepste oorzaak die tot het droevige einde leidt: een poging tot zelfdoding die tot gevolg heeft dat zij voor de rest van haar leven lichamelijk en geestelijk een wrak is.
Er zit een bekend motief in dit boekje, een soort spiegeleftect. Robbie heeft zich verdiept in het leven van de Duitse dichter Stieglitz, een derderangs schrijver zonder enige betekenis, een leeg vat, maar overtuigd van eigen genialiteit. Zijn vrouw, Charlotte is rijk, zij bewondert hem mateloos, maar komt langzamerhand tot het juiste inzicht: wat haar man presteert, is waardeloos.
Tenslotte offert zij zich op, zij pleegt zelfmoord om haar man daardoor zo te schokken dat hij tot werkelijke kunst zal komen. Juist dit gedeelte in het wetenschappelijk materiaal van Robbie steekt ver uit boven het andere, de beschrijving is meeslepend, hartstochtelijk. En het spiegeleffect is duidelijk: Robbie vereenzelvigt zich met Charlotte, want Sterremeer is net zo'n prullerig dichter als Stieglitz. En net als Charlotte wil Robbie een eind aan het leven maken.
Is het om 66k haar man tot een groot kunstwerk te inspireren? Of is het zuivere wanhoop? Zij eindigt als een wrak, geestelijk niet meer te bereiken. Sterremeer ziet in dat hij in de kunst niets presteert en na verloop van tijd aanvaardt hij dat.
Een legaat van zijn schoonvader maakt het hem mogelijk zich als boekhandelaar te vestigen, dicht bij de kliniek waar zijn vrouw verpleegd wordt. Het laatste dat we van hem horen, is dat hij met zijn auto over de kop is geslagen en op slag dood was. Het slot van het boekje is: Robbie staart nog altijd, door de allerbeste zorgen omgeven, met lege ogen naar het park, de zwanen, de vroege sneeuw. Soms lijkt ze opeens, hoofd schuin en wenkbrauwen gefronst, te luisteren naar muziek die niemand anders horen kan.
Heard me'odles are sweet, but those unheard are sweeter.

Die Engelse regels zijn een citaat uit het werk van de dichter Keats. We hebben dat ook in het begin van het boekje gelezen. De ik-figuur zit in een wachtlokaal van de militaire keuringsdienst. Daar is ook iemand die in een boek zit te lezen en met wie de ik in gesprek raakt. Het is Sterremeer en hij leest die beide regels voor. Later ontmoeten ze elkaar nog verscheidene keren, telkens wel erg toevallig. En tenslotte volgt na heel veel jaren, in Amerika het droevige slot. Het is me allemaal te veel geconstrueerd, het is niet écht. Die romantische Engelse dichtregels aan het begin en aan het einde doen er ook geen goed aan.

Nee, het boekje stelt me teleur. Ook bij nauwkeurige hérlezing heb ik maar weinig verrassends gevonden.
De beschrijving van die militaire keuring is cliché-achtig. Dat geldt ook voor de manier waarop Sterremeer kans ziet uit militaire dienst ontslagen te worden. Het doet denken aan Frank van Wezels roemruchte jaren door A.M. de Jong. En dan de moeder van Sterremeer: zij wil maar het liefst dat hij bij de Postcheque- en Girodienst gaat werken in plaats van in een boekwinkel, want dat geeft meer vastheid.
Ook al zo'n cliché: de artistieke jonge dichter contra de burgerlijkheid die 'vastheid' wil!
Zo is er wel meer. We lezen een paar beschrijvingen van literaire bijeenkomsten, in feite helemaal zonder inhoud. Wat hebben we daar nou aan? Er is sprake van een kindermeisje.

Ze heeft helemaal geen functie in het geheel. De kinderen zeggen dat ze 'vies en stout' is; we krijgen daar geen enkele verklaring voor.
Maar het ergste vind ik de gemakkelijke, doorzichtige parallel tussen het studiemateriaal van Robbie en haar eigen leven: Stieglitz = Sterremeer, Charlotte wordt Robbie. Nee, z6 krijg je geen literatuur van niveau!

Tenslotte: Wat is nou het 'thema', de grondgedachte? Zoiets als: zoek het maar niet in de kunst, wees maar gewoon een burger, liefst wel wat geslaagd in het leven?

Het is een triest, uitzichtloos boekje.
Het biedt niet alleen geen nieuws, het biedt ook geen perspectief. Hier hebben echt geen ruim 500.000 lezers op zitten wachten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief