Tussen kerk en keuken
1990-03-16
Organisten- Jaargang 34
- nummer 6
Vorige week werd het vertrek van onze jongste organist aangekondigd.
"Met attestatie vertrokken naar de Kerk van ..."
Dat is een zin waar ik een hekel aan heb, want het liefst zou ik iedereen in een pandje vlak bij de kerk installeren.
Is de vertrekkende ook nog een goede organist dan vind ik het nog 'jammerder' (uitdrukking van Reinier, onze jongste).
Nu zaten en zitten wij zeer royaal in de goede organisten. Drie stuks!
We houden er dus twee over, en dat is voor goede org·anisten heel veel.
Wat zeg ik: Veel? Het is gewoon LUXE!
Eigenlijk is het gewoon hebberig van me om hem ook nog te willen houden.
Met die wetenschap in het achterhoofd, kan ik de gemeente waar hij naar toe gaat, zonder reserve gelukwensen met zijn komst.
Toen zijn vertrek werd aangekondigd, vroeg ik bezorgd, terwijl ik de tekst opzocht, aan mijn man: "Zeg ..
hoe is dat eigenlijk. Geven we die jongen nu iets, een bloemetje of een boekenbon, voor het spelen dat hij gedaan heeft?
Een predikant krijgt bij vertrek een afscheidsfeest met toebehoren. (Hoe groter het verdriet waarmee men hem laat vertrekken, des te uitbundiger het feest. Heel tegenstrijdig!) Maar een organist die vertrekt, doet dat met stille trom. Het blijft muzikaal.
Dat wel!
Mijn man legde zijn hand op de bladzij die ik moest hebben en zei: "Ik weet het niet. Volgens mij valt dat onder het gewone 'Ambt der gelovigen' en gebruik van talenten. Hoe ging dat ook weer bij je vader?"
Mijn vader is nl. van af zijn twaalfde jaar organist in de kerk geweest.
Hij speelde met bijzonder veel plezier en dat was merkbaar aan het tempo waarmee hij speelde.
Stevig!
Hij was bakker van beroep. De zaterdag was voor hem een dag waarop lang en hard gewerkt werd.
Op zondagmiddag, na het warme eten, verdween hij altijd naar boven om het gebrek aan slaap weg te werken. In het algemeen werd hij dan weer fris wakker, maar af en toe kwam hij naar beneden met een humeur, dat zeer afwijkend was van zijn normale gemoedstoestand.
Gewoonlijk werden wij opgewekt om naar de kerk te gaan met een zachtmoedig: "Kinderen ... zorgen jullie er voor dat jullie op tijd zijn?". Op zo'n speciale zondag klonk het kort: " 't Is tijd!".
En wij waren op tijd.
Hij ook. Met een bars gezicht zat hij achter het orgel en legde de zweep er over heen.
Het effect was werkelijk onthutsend.
Wij moesten. bliksemsnel inzetten om hem bij te houden en redelijk gelijk aan de finish te komen. De ' ouderen in de gemeente hadden een paar moeilijke momenten, maar ook de jongeren moesten alle zeilen bijzetten. Happend naar adem zongen we het laatste couplet: "Jeruzalem.
- ..Hier geeft de Heer Zijn Zegen."
Na zo'n eerste psalm was vaders stemming weer een heel stuk zonniger, want niets vrolijkte hem zo op, als in de kerk zitten en orgel, of piano spelen.
Hij deed het letterlijk en met overgave PRO DEO.
Of hij ooit een boekenbon heeft gekregen.
Ik weet het niet.Ikkan het hem helaas niet meer vragen. Het is ook onbelangrijk. Tussen twee haakjes.
Krijgen ouderlingen ... en diakenen, na jaren trouwe dienst...
Nee he? Ook Niet.