Ingezonden
1990-03-16
F. Sawyer, Tegucigalpa, Honduras - Jaargang 34
- nummer 6
Rijken en armen?
Het artikel van D.W.L. Milo in OPBOUW, 16 februari (1990), is op z'n minst uitdagend. De titel wekt belangstelling op: 'Rijken en armen'.
Na een citaat van de kerstrede van de Koningin over het oplossen van 'de grote problemen van honger en armoede', vraagt br. Milo hoe we ooit die oplossing bereiken zullen.
Ja, dat lijkt een uiterst belangrijke vraag - vooral voor de armen, en misschien voor de rijken meer dan we doorgaans beseffen.
Maar al lezende ontdekte ik dat het artikel zich meer bezig houdt met de rijken dan met de armen. Deze laatsten verdwijnen bijna - en daarmee ook hun rechten (1).
Al in de tweede alinea vraagt br. Milo: "Kunnen de armen rechten doen gelden zonder tot diefstal te vervallen?" Deze wat mysterieuze vraag wordt helaas niet beantwoord; evenmin leren we iets over die rechten".
Wel leren we dat het niet verkeerd is rijk te zijn. Het hangt er blijkbaar van af hoe je rijk wordt en wat je ermee doet.
Dat vind ik geruststellend. Immers, het is moeilijk te beseffen dat wij tot de rijken horen, terwijl al die beelden van krottenwijken op ons afkomen.
Want daar had de Vorstin het toch over? "Wij weten dat de wereld nooit vrede zal kennen, als de grote problemen van honger en armoede niet worden opgelost." Het gaat dus over de schrijnende tegenstellingen, waar je ook als rijke steeds minder vrede mee kunt hebben. Maar het artikel van br. Milo lezende komt er een zekere rust over je heen.
Op een moment schrijft br. Milo: "Hij zelf, Godzelf, immers maakt de rijken en de armen." Dan denk ik: als God hun aller maker is, pleit dat juist voor de rechten van de armen, de rechten van de rechtelozen, ook economisch bekeken. Of bedoelt br. Milo dat God een mens rijk of arm maakt? Als hij het zo opvat, hoe verhoudt zich dat dan tot zijn uitspraak in de 4e alinea, waar hij zegt dat sommigen altijd rijk zullen worden "door talenten, kennis, vaardigheid en werklust” (3)?
Hoe dan ook,de armoede komt niet alleen door het gebrek aan deze blijkbaar individueel opgevatte kwaliteiten, maar ook door andere oorzaken: je zult maar in zo'n krottenwijk geboren worden. En wat helpt je werklust, als de lonen op 5 of 10 gulden per dag gesteld zijn?
In zijn titel heeft br. Milo rijken en armen even samengebracht, om ze dan weer heel snel in twee werelden te verdelen. Wel heeft hij het gelukkig over de naastenliefde als slotwoord.
Maar ik vrees dat zelfs dat heel gemakkelijk verkeerd over komt. Immers, zei Abraham Kuyper niet al een eeuw geleden dat hulp voor de armen niet van de barmhartigheid van de rijken moet afhangen?
Echte hulp komt alleen door meer rechtvaardige strukturen op te bouwen.
Of: de armoede moet geen filantropische kwestie zijn, maar een sociale (economisch-politieke) kwestie, zei Kuyper. Bij br. Milo lijkt het net andersom".
Ook heeft br. Milo het over 'vrijwillige' en niet 'gedwongen' verandering.
AI klinkt dat mooi, moet ik denken aan hoe veel moeite het kost voor de arme landen om iets stapjeswijze te bereiken, bij hun aandringen op het niveau van de Verenigde Naties om een Nieuwe Internationale Economische Orde. En hoe veel kritiek we mogen hebben op het 'conciliair proces' van de Wereldraad van Kerken, er valt misschien veel van te leren.
Ik kom tot de volgende punten:
1) De grote problemen van honger en armoede op wereldniveau moeten we niet van ons afschuiven.
De woorden van de Koningin, die br. Milo aanhaalt, verdienen net wat andere aandacht dan ze kregen in zijn artikel. De theologie moet niet dienen om economische problemen te verbergen".
2) Het gaat niet alleen om de twee werelden van de rijken en de armen, maar steeds meer om de verhoudingen tussen die twee in een dichter op elkaar groeiende wereld.
3) De Bijbel zegt veel over de verhouding tussen rijk en arm. Als rijken zullen we moeten oppassen voor selektieve tekstkeuze, gebruik en uitleg (6).
4) Rijk en arm op wereldniveau is meer dan een kwestie van individuele instelling: het gaat ook om economische rechtsverhouding.
5) De verzoening van rijken en armen met God en met elkaar is niet hetzelfde als een verzoening met het onrecht van de honger en de krottenwijken.
Het artikel van br. Milo, ondanks wat goede punten, kan ons in zekere zin gerust stellen. Maar ik lig er van wakker".
Noten
1) Welke rechten hebben armen of rijken eigenlijk? Inderdaad wordt in Psalm 146 het 'recht der armen, der verdrukten' genoemd. Maar dan zeer bepaald t.a.v. armen, die rechtvaardig zijn, die Gods wil doen. Daarentegen schuilt in goddeloosheid de reden van Gods toorn. Zo en niet anders is het witzwart schema van de Schrift. Daar kan een mens van wakker liggen!
2) Die vraag is niet mysterieus maar retorisch gesteld. Zodra de rechteloze (rijk of arm) zich rechten aanmatigt, is hij op de verkeerde weg. De arme moet toezien dat hij niet gaat stelen "en zich aan de naam van zijn God vergrijpe", Spr. 30:9. De rijke moet toezien, "dat hij de Heere niet verloochene".
. .
3). Talenten, kennis, vaardigheid en werklust zijn duidelijk gaven Gods - en geen goddeloze trucs. Het woord talent wijst al op geleende en toevertrouwde goederen, zie Matt. 25.
4) Ik stem geheel in met de geachte schrijver, dat de bestrijding van de wereldarmoede een politiekeconomische zaak is. De vraag is 'slechts': hoe komen de rijke volken zo ver, dat ze met zeker genoegen de arme volken helpen? Met renteloze en gecontroleerde (!) leningen, vooral met daadwerkelijke hulp en voorlichting - zonder filantropie, zonder dwang, zonder condities en zonder neerbuigendheid? Daartoe moeten "de harten der vorsten geneigd worden als omgelegde waterbeken" , Spr. 21:1. Denk aan het wonder-Gorbatsjov, een Godswonder.
5) De theologie kan hier weinig aan doen lijkt me - Gods Woord kan er echter alles aan doen, psalm 119:105.
6) Inderdaad. Maar wie de Schrift - biddend en zonder politieke vooringenomenheid - raadpleegt, wordt wijs.
Zelfs een dwaas kan dan niet dwalen, Jes. 35:8.
7) Wakkerliggende mensen doen goed met die nachtelijke uren te gebruiken: om de wereldnood aan de Heere voor te leggen. Hij alleen kan vrede op aarde geven en beloofde dit te zullen doen. Dit was de zin van mijn artikel.
D.w.L. M.