De Dienst
1990-03-30
Met bovenstaande woorden heeft de Heer Jezus op een bepaalde manier heel Zijn leven en ook het geheel van Zijn lijden en sterven, heel Zijn werk als Verlosser, als Heiland voor ons onder woorden gebracht. Maar het is maar de vraag of wij wel helemaal ten volle beseffen, wat die woorden te zeggen hebben voor ons én voor iedereen, voor de gemeente van Christus én voor de wereld. Is het ook onder ons, in ons persoonlijk leven en in ons leven als gemeente enigszins zo, dat het beantwoordt aan het Heil, dat de Heer Jezus gebracht heeft? Of vormen wij, met ons gedrag en onze houding, vaak een sta-in-de-weg voor het doorkomen van de heilsboodschap, die iedereen moet kunnen zien en horen en gaan geloven, nl. dat de Heer Jezus Zelf het heil voor de wereld is?- Jaargang 34
- nummer 7
Wie is de eerste
De discipelen aan de Paasmaaltijd hadden in hun voorbereidingstijd op het apostelschap (zo is hun tijd met Jezus toch wel te omschrijven) toch al heel wat van Jezus kunnen leren en ze hebben ook wel heel wat geleerd, maar op het punt van rangen en standen toonden ze, dat ze er nog niet veel van begrepen hadden: Over de vraag, wie van hen de belangrijkste was, hadden ze al eens eerder geredetwist. Toen had Jezus hun een kind ten voorbeeld gesteld (Luk. 9:46-50). En nu vertelt Lukas, dat ze opnieuw onenigheid hadden over de vraag, "wie van hen als de eerste.
moest geiden". En wij mogen (en moeten ook) ons de vraag stellen of dat nou echt een vraag is, die alleen toen maar door de discipelen aan de Paasmaaltijd gesteld werd. Is dit niet veeleer een vraag, die, beïnvloed door natuurlijk, gewoon werelds denken, steeds weer binnendringt in de gemeente van Christus, dus ook vandaag nog, en in ons eigen leven, in ons eigen doen en laten en in ons beoordelen van allerlei situaties?
De Heer Jezus maakte aan Zijn discipelen (en maakt ook aan ons) duidelijk, dat deze overweging gewoon een manier van werelds denken is.
Zo gaat het toe in de nationale en de internationale wereld: In het groot en in het klein, in bedrijven, bij overheden en soms ook in kerken(!) en b.v. ook in de reclame-wereld om maar een heel duidelijk concreet voorbeeld te noemen. Het lijkt daarbij vaak alsof alles gedaan wordt om het de ander beter te doen krijgen, om de ander te helpen en te dienen.
Alles is 'service', om dat moderne woord voor dienst(verlening) maar te gebruiken.
Jezus zegt: "De koningen der volken voeren heerschappij over hen en hun machthebbers worden 'weldoeners' genoemd. Nu is het tegenwoordig wel zo, dat het"aantal regerende vorsten minder is dan ± een eeuw geleden, maar andere koningen zijn in hun plaats gekomen: geldmagnaten, captains of industry, modekoningen, sport-helden en vooral ook: muziek (of wat daar voor door gaat)-koningen, figuren in elk geval, die op bepaalde terreinen de toon aangeven, de 'eersten' zijn oftewel de helden zijn van een bepaalde groep. 'Weldoeners' lieten zich de romeinse en syrische vorsten in Jezus' dagen wel noemen, als ze feesten en partijen aanrichtten, waarop het volk zich aan van alles en nog wat tegoed kon doen (daarmee probeerden ze de volksgunst te winnen; een soort stemmentrekkerij dus!) Zo deden de machthebbers. Nu is macht op zichzelf, macht zonder recht en zonder liefde bijzonder gevaarlijk, vreesaanjagend en vernietigend.
Daarvan waren en zijn staaltjes genoeg te zien bij allerlei dictaturen in oost en west. En steeds' weet allerlei naamloze en oncontroleerbare macht in de wereld zich te vermommen, te camoufleren in de schone schijn van het weldoende', het weldadige, of de bescherming van de een of andere hoge waarde!
Anders
Jezus geeft hier onder het voorteken van Zijn lijden een gemeente-regel, een regel, die het geheim is van alle werkelijke leiding in de gemeente.
Een mens kan zich hier niet toe opwerken; nee, het wordt hem geschonken, als hij dienaar is, als hij ondergeschikt wil zijn aan allen, ter beschikking voor allen. Zo iemand was b.v. de apostel Paulus, zoals mag blijken uit 1 Kor. 4:9, en zo waren ook vele zendelingen en bijbelvertalers, die gingen wonen onder de volken aan wie ze gingen verkondigen, van hen wilden leren, hoe hun taal was b.v. of wat hun gewoonten waren, hoe ze leefden, waarover ze blij of bedroefd waren enz. Daarin maakten ze zichzelf ondergeschikt, en daardoor kwamen ze niet alleen naast de ontvangers van de blijde boodschap te staan, maar zo vonden ze vooral ook erkenning voor Gods boodschap van heil, kregen ze ook werkelijk gezag, autoriteit en leiding.
Jezus vertelt dan, om ineens als bij verrassing bij de woorden van de tekst uit te komen, in vragende vorm een gelijkenis: "Wie is de eerste, die aanligt of die dient?" Nu kent het grieks, de taal, waarin het Nieuwe Testament geschreven is, meerdere woorden voor 'dienen'. Het hier gebruikte woord (Iett. diaken zijn) is het gewone woord voor: 'aan tafel bedienen, kellnerdienst verrichten'.
De vragen in Jezus' gelijkenis zijn eigenlijk geen echte vragen. Maar het zijn vragen, waarop de meest vanzelfsprekende antwoorden te geven zijn. En zo'n vanzelfsprekend antwoord laat Jezus dan ook maar vast horen, als wilde Hij iedereen maar liever voor zijn met het antwoord.
Nogal logisch, dat een aanzienlijk heer de meerdere is van zijn tafeldienaar. Maar tegenover het wonder van Gods genadig heilshandelen, tegenover het geheim van het Kruis, is dit vanzelfsprekende antwoord verkeerd, totaal fout.
Gods weg
Geheel anders dan wereldse machthebbers gaat God Zijn weg in de wereld: God ontledigt Zichzelf om de mens. God gaat in de wereld de weg van nederigheid: "Maar Ik ben in uw midden als dienaar". Jezus Christus zegt dit en doet ook, wat Hij zegt. Hij zegt: "Ik doe het vuilste werk, borden-, vaat-, voetenwassen; Ik was u van de zonden, Ik trek het slavenkleed aan, draag het slavenlot en sterf de slavendood. En Ik maak u de maaltijd klaar, Ik bedien u aan tafel met brood en met wijn. "Ik ben in uw midden als dienaar", dat is de som van heel Zijn werk als Heiland voor ons. Hij, de Zoon van God, maakt Zichzelf ondergeschikt aan ons lot en leven, stelt zichzelf beschikbaar om onze verloren zaak op te knappen, om ons uit de misère te halen. God gaat staan in de hoek waar de slagen vallen. Deze dienst van God aan ons is het Heil van de wereld. Deze dienst der verzoening heeft uiteindelijk alle macht en is wel-doend, weldadig voor alle mensen, die in Hem geloven en op Hem vertrouwen. De dienst-doende is alleen de machthebber en weldoener.
Het door Hem bewerkte Heil wil ons hart en ons leven doordringen met Zijn kracht opdat wij Hem zouden loven en prijzen en als ge-heiligden leven.