Persschouw

1990-03-30
  • Jaargang 34
  • nummer 7
Veluwse vonken
Wanneer zouden we in de kerknieuwsrubriek van onze kranten nu eens normale berichten kunnen lezen over de gang van het gemeentelijke leven?
Tot dusver worden we geconfronteerd met wantoestanden, scheuringen, splitsingen, onenigheden. Het bijzondere en bizarre is nieuws, ook in de kerk.
Als er in een kerkverband spanningen zijn of als een deel van de gemeente met een dominee overhoop ligt, dan zijn de kerkjournalisten er als de kippen bij. Rustig aan de arbeid word je opgeschrikt door de telefoon: Kunt u even zeggen hoe u daarover denkt? Kunt u vertellen hoe het nu verder moet? Men wil niet onbeleefd zijn en voelt iets van de irritatie die politici moeten hebben wanneer hun onbeschaamde vragen worden gesteld.
Het is nu eenmaal zo dat we in deze wereld via de media geporteerd zijn voor het abnormale, want dat is normaal.
Maar het normale van een gemeente en het gemeentelijke werk?
Een dominee, die zondag aan zondag op de preekstoel staat en die zijn preek houdt misschien met veel pijn of ook met veel vreugde en die onder het preken merkt: de gemeente luistert. Ziet hij het goed dat die kerkganger instemmend knikt?
Verbeeldt hij het zich dat een andere kerkganger een glimlach op het gelaat krijgt bij de boodschap van het bevrijdende evangelie?
In de consistorie na de preek zijn er soms wijze broeders, die een bemoedigende en stimulerende, van geestelijk inzicht getuigende, opmerking maken. Opmerkingen, die de prediker moed geven om verder te gaan. Ze raakten juist die zaak, die hij zo moei/ijk kon verwoorden en waarover hij zo lang had gewikt en gewogen. Maar dat komt niet in de krant en dat bepaalt toch meer het ambtelijke en gemeentelijke leven dan een ruzie hier en een conflict daar.
En dan de gestage arbeid van de ouderlingen, die series huisbezoeken hebben af te leggen. Moeilijk werk vaak om de mensen te bereiken, werkelijk contact te maken en het hart te raken zodat geestelijke leiding wordt gegeven. En toch gezegend die eenvoudige broeder, die dat mag doen en het wordt Gode zij dank nog gedaan. En tot zijn vreugde zag hij de volgende keer de bezochte broeder en zuster aan het Avondmaal. Maar wie merkt het op?
En dan het ziekenbezoek. De pastor in het ziekenhuis. Hij treft het. Een rustige kamer op een goed uitgezocht uur - geen bezoekuur, geen verzorging door verpleegsters. Hij bezoekt zijn gemeentelid en heeft tegelijk gelegenheid ook een woord te richten tot de andere patiënten.
Als hij met zorg Gods Woord uitkiest en leest en niemand bezwaar heeft dat hij voor allen bidt, dan wordt er eeuwigheidswerk gedaan in die minuten. Laten we dwars door miezerige kleinheid heen oog hebben voor Gods werk in Zijn kerk.

Dit stuk is van de hand van ds. J.H. Velema, emeritus-predikant van de christelijke gereformeerde kerken, wonend te Nunspeet. 'Veluwse Vonken' is de hem toevertrouwde rubriek in het reformatorisch opinieblad KOERS. Het is goed, dat deze dingen naar voren worden gebracht.
We vergapen ons aan het spectaculaire.
Wat de pers naar buiten brengt aan kerkelijke konflikten en allerlei schandalen bevredigt en prikkelt het publiek. Dat is dan uiteraard onderwerp van gesprek. Er wordt vaak ook op de kansels aandacht aan besteed.
Maar wanneer een dominee één en ander releveert betreffende de vruchten van zijn werk, die hij plukken mag, en iets vertelt van de reakties op zijn prediking niet alleen in eigen gemeente, maar ook elders in het land, wordt hij gauw versleten voor een man, die nogal zelfingenomen is. Hij doet het toch zo goed!
Daar kunnen zijn kollega's een puntje aan zuigen. Terwijl die dienaar van het evangelie met al zijn zonden en tekorten alleen maar bedoelde te laten merken hoe hijzèlf onder de indruk gekomen is van de indringende werkzaamheid van de Heilige Geest, die harten ombuigt en dáár troost brengt waar mensenwoorden falen.O zeker, de zonde van de hoogmoed ligt op de loer!
Daar niet van. Maar toch: Gods werk gaat door en dàt bemoedigt de heraut van de grote Koning enorm. Hij kan weer verder op de weg, die zijn Zender hem wijst, en gaat zo niet ten onder aan de kritiek, die hij moet inkasseren en ook niet aan de ongehoorzaamheid aan het Woord, die hij moet konstateren!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief