Boekbespreking
1990-03-30
M. de Jonge, Voorburg - Jaargang 34
- nummer 7
Kijken inde spiegel
Ype Schaaf - Kijken in de spiegel Uitg. Kok Kampen - 99 bladz., prijs f 14,90
Met dit boekje krijgen we negen verhalen in handen 'over de mens': zijn afkomst, mogelijkheden, doen en laten, ervaringen, zijn toekomst en zijn vragen. Verhalen, reeds eerder gepubliceerd in dagbladen van de regionale pers. Bij elk van deze negen is de door de schrijver gevraagde reactie van lezers gevoegd.
Uit wat deze gaven moet blijken wat er onder de mensen leeft.
Je kunt ook zeggen dat de verhalen gaan over ..de zingeving van het bestaan" (98). Ze laten "niet zien hoe het moest en hadden ook niet de toon van: zo is het en niet anders"
(98). De stukken waren bestemd voor "mondige mensen" en daarom kon de vraag te reageren ook gesteld worden (98).
In de antwoorden brachten velen hun levensvragen naar voren, sommigen als een getuigenis, anderen als zoekers, maar niemand deed het "met dl! pretentie van: ik heb alleen de waarheid in pacht" (98).
Dat is dan ook duidelijk het karakter van dit boekje: een discussie vanuit je eigen 'mening'. Niet het zoeken van de waarheid, nog minder van de Waarheid, maar elkaar in de wederzijdse opvattingen trachten te verstaan.
Het is niet nodig, eigenlijk onmogelijk, in een bespreking de inhoud van het geschrift enigszins volledig weer te geven. Een keus uit de negen onderwerpen is echter illustratief voor het geheel. De schrijver vraagt aandacht voor de mens. Niet voor de mensheid of voor de mensen, maar voor het individu, de enkeling diezegt hij - "uniek is", niet specifiek voor de christen of de boeddhist, maar voor dat unieke mengsel van komaf (13).
Die mens komt ergens vandaan, heeft zijn wortels in ouders en families; in geschiedenis en op plaatsen (23). Hij is onderweg; gaat een toekomst tegemoet.
Voor velen is die toekomst er een zonder God en geloof (88); voor anderen een afhankelijk-zijn van veel goden als bijv. wetenschap en techniek, welvaart. De godsdienst, die je nog tegenkomt mag je echter niet meten naar de ons uit het christendom bekende maten (88). Het geloof van de mens is voor hem de waarheid van zijn leven. Daarom: stel je in bescheidenheid daartegen op (90).
Schaaf tekent mens en wereld duidelijk.
Maar het is geen christelijke, bijbelse tekening. Wel herken je soms tussen de regels door enige verbondenheid met z'n christelijke komaf, zo bijv. in de uitspraak dat de Here Jezus zei "Ik ben de weg" (89).
Dit is echter niet de draad, die door het hele boek heenloopt.
Als u op dit punt gekomen de conclusie trekt dat de spiegels die de schrijver ons voorhoudt, wel heel erg beslagen zijn en geen helder beeld kunnen geven, stem ik daar van harte mee in. Maar wat denkt U dan van de reacties van de lezers op de 9 stukken? Die zijn n6g minder duidelijk, of beter gezegd ze zijn niet weer te geven omdat ze sterk individueel en gekleurd zijn en lopen van een christelijk getuigenis over schepping, zondeval en verlossing tot aan het zuiverste evolutionisme, gepaard aan zelfverlossing. Reacties van de autonome mens, die van een afhankelijkheid van de HERE niet weten wil en zegt: we zullen er zelf wel iets van maken, mouwen opgestroopt!
Ik zal u niet vermoeien met het weergeven van die reacties. Er blijkt heel duidelijk de armoe van de mens uit, die in zichzelf de oplossing van de zingeving van het bestaan uitdoktert en het moet hebben van "beschouwingen".
Door de tijden heen wisselen die, weggevaagd·als het doctrinair socialisme uit Oost-Europa. De (denk)afgoden voeren hem de duisternis in, hij ziet geen hand voor ogen.
Als je je over "wat leeft er onder de mensen" wilt oriënteren dan geeft dit boekje informatie, beeld van het leven, zoals dat in universiteit en ook op de gewone scholen tot uitdrukking kan komen, zoals je dat op kantoor of in de werkplaats ontmoet, zoals je kinderen ermee geconfronteerd worden.
Maar is het nodig je van al die beschouwingen op de hoogte te stellen?
Het boekje is bedoeld "om mensen te helpen en te stimuleren om in de spiegel te kijken en antwoorden te zoeken op de vraag naar de zin van hun bestaan en bezig zijn" (5), maar het laat de spiegel, die ons onze zonde en ellende toont en de weg naar de verlossing doet zien, liggen.
Er is hulp, licht voor hen, die de HERE zoeken en Zijn Woord kennen.
Bij dat licht hebben we verder geen (beslagen) spiegels nodig.
--------------------------------------------------
D.W.L. Milo, Nunspeet
'Een mens te zijn op aarde'.
Drs. W. Janse, Kok-Voorhoeve, Kampen, 1989 f 13,90.
De schrijver bundelde 16 korte bij beloverdenkingen, welke deels in 'Opbouw' geplaatst, deels voor de NCRV zijn uitgesproken. Hij volgde schijnbaar onwillekeurig de opstelling in Lied 172 (W. Barnard):
Een mens te zijn op aarde
....is leven van genade
....is leven van de woorden
....is net als Jezus worden
....die naar het leven leidt.
De 16 artikelen beslaan 63 bladzijden, geen 4 pagina's elk. In onze haastige tijd een juiste dosering.
Maar overdenkingen, om jezelf met 1 per dag op te tracteren! Of om stuk voor stuk in een bijbelkring te behandelen.
De thema's zijn deels overbekend, deels verrassend nieuw. Bijvoorbeeld over koning Uzzia die, toen de priester wat laat arriveerde,
zelf het reukoffer maar aanstak. Hij ging niet 'te ver' - maar matigde zich een greep naar het messiasschap aan, wilde vooruitgrijpen
naar de Priester-Koning en werd verstoten om zijn 'grensoverschrijdende godsdienstigheid' .
Of Jozef, vertrouweling van Potifar, in verleiding gebracht door Potifar's vrouw. Hij kwam in het gevang "niet om zijn kuisheid, maar om zijn gehoorzaamheid tegenover God". Hij wachtte liever op Gods tijd dan zelf naar zijn rechtmatige toekomst te grijpen. - Of Ismael en Jochanan die, na de moord op de Babelse landvoogd Gedalja, het restant van Israël naar Egypte brachten: omdat ze Gods beloften voor Israël als hun recht opeisten en dit recht in eigen hand namen. "Hier blijkt hoezeer een beroep op de bijbel kan ingaan tegen de God van de bijbel".
De lijn in deze stukken is: wil de mens mens zijn, dan moet hij God God laten. Om onderkoning op aarde te zijn moeten we niet omhooggrijpen, vooruitgrijpen of teruggrijpenwe moeten wachten op de Heere.
De taal is vlekkeloos, de inhoud weldadig, de uitvoering aantrekkelijk.
Heerlijk dat wij zo overvloedig licht uit Gods Woord ontvangenzelfs een dwaas kan niet dwalen.
(Jes. 35:8)
--------------------------------------------------
H. Algra, Den Helder
Incest - wat gaat óns dat aan?
In de media werd in de afgelopen tijd veel aandacht besteed aan het thema 'incest'. Soms op onevenwichtige wijze met de daarmee samenhangende voorbarige conclusies.
Het gevaar van zo'n publiciteitsgolf is dat men de ware proporties uit het oog verliest.
Dr. J. Hoek uit Veenendaal heeft een gemakkelijk leesbaar boekje over dit onderwerp geschreven. Met het oog op het pastoraat in de christelijke gemeente zet hij hierin een aantal gegevens op een rijtje. De auteur wijst erop dat in feministische kring vaak een onjuist beeld van de bijbelse boodschap wordt geschetst.
De ingewortelde ongelijkheid van man en vrouw zou - volgens het feminisme - de onderdrukking van de vrouw (en daarmee samenhangend ook incest) in de hand werken .
Aan de andere kant merkt de Veenendaalse predikant op dat ook in christelijke kring incest-situaties voorkomen. Hij is van mening dat predikanten die denken dat het onderwerp voor hun pastorale praktijk niet van belang is met een blinde vlek leven en dus ook niet in staat zijn om in voorkomende gevallen op de juiste wijze te reageren. Deze opmerking geldt naar mijn mening ook anderen die geroepen zijn tot pastoraat in de christelijke gemeente.
Ontkennen dat incest voorkomt maakt de hulpverlening (en daarmee de verwerking voor het slachtoffer van de soms gruwelijke ervaringen) bijna onmogelijk. Toch moeten we er ook voor waken om persé op de stoel van de hulpverlener te willen gaan zitten; de problemen rond incest zijn vaak zó complex dat ondersteuning van anderen noodzakelijk zal zijn.
In de bijbel houdt het gezag van de opvoeder altijd verband met de relatie tot God. Ouders hebben dus een afgeleide
verantwoordelijkheid.
Helaas wordt het vijfde gebod door sommige ouders misbruikt: kinderen zouden hun ouders in al/es gehoorzaam moeten zijn. Wanneer opvoeders deze houding aannemen, kunnen de grenzen ook op seksueel gebied overschreden worden. Op die manier wordt het gezin voor kinderen de plaats waar zij voor hun leven vernield worden (Prof. J. Douma).
Evenals Scholte (Opbouw, 26 mei 1989) wijst Dr. Hoek erop dat de verwerking van deze ervaringen vele jaren kost. Een oproep om elkaar te vergeven zonder dat de dader maar enig berouw heeft getoond is wel het slechtste advies dat men een incest-slachtoffer kan geven.
Een apart hoofdstuk wordt besteed aan de vraag welk gedrag bij kinderen zou kunnen wijzen op seksueel misbruik. Deze signalen zullen meestal slechts herkend worden door mensen die deze kinderen goed kennen. De behandeling van slachtoffers van incest komt kort aan de orde. Tevens vindt men adressen van enkele (o.a. christelijke) organisaties die hulp kunnen bieden wanneer er sprake is (geweest) van seksueel misbruik.
Het boekje wekt af en toe de indruk dat het wat te snel in elkaar is gezet.
Toch ben ik blij dat het op de boekenmarkt verschenen is. Incest gaat ook ons als christenen aan. Aan een visie vanuit christelijk perspektief was dan ook dringend behoefte.
Dr. J. Hoek: Incest - Wat gaat 6ns dat aan? Boekencentrum, 's-Gravenhage, 70 pagina's, f 15,90.