Onvervulde verwachtingen rond Pasen

1990-04-13
  • Jaargang 34
  • nummer 8
In de Bijbel zien we rondom Pasen verwachtingen opkomen die niet worden vervuld. Gelukkig maar, want in het grote schaakspel met de tegenstander zijn het voortzettingen die tot verlies zouden lelden.

In de Bijbel zien we de grote strijd tussen God en zijn tegenstander, de satan. De tégenstander. Hij is niet machteloos maar hij doet steeds tégenzetten. Vaak wil hij mensen gebruiken als pionnen.
Een voorbeeld: Vlak voor de eerste lijdensaankondiging vraagt Jezus aan zijn discipelen hoe er over Hem gedacht wordt.
De antwoorden zijn niet gering. In die antwoorden komt niet voor dat Jezus een oplichter of een.charlatan gevonden wordt. Nee, er is veel achting en waardering. De één vindt dat Jezus de Elia is, die komen zou, anderen zien in Hem Johannes de Doper. Op z'n minst wordt Hij toch nog een groot profeet gevonden.
Heel typerend voor hoe de,satan mensen als pionnen gebruikt. Hij doet een kwaliteitsoffer. Hij geeft iets toe wat hem wel met moeite over de lippen komt - als dat nu maar wordt geslikt en als dat nu maar voldoende is. De antwoorden van de mensen klinken heel sympathiek maar ze zijn er wel naast. En dus mis.
Dan vraagt Jezus heel duidelijk aan zijn discipelen: En gif, wie zegt gij dat ik ben? Het antwoord komt van Petrus: Gij zijt de Messias. Daar gaat een huiver door de secondanten van zwart. Deze erkenning is dodelijk voor de zwarte stelling.
Voor Jezus is het een triomf en Hij gaat door met een volgende zet. Hij gaat spreken over het lijden. De aanval op zwart wordt over een andere vleugel voortgezet En onmiddellijk komt er een venijnige tegenzet van zwart. Petrus neemt Jezus ter zijde en hij zegt: Meester moet u eens goed luisteren - over lijden wil ik niks meer horen.
Met de beste bedoelingen wordt dat door Petrus gezegd, denkt u ook niet? Toch zegt Jezus: Ga weg, achter mij, Satan. Petrus heeft zich als pion van de tegenstander laten gebruiken.

Menselijke verwachting, menselijke hoop kan soms, als ze vervuld zou worden, verwoestend ziJn voor het Koninkrijk.
Bij de intocht in Jeruzalem zie je iets dergelijks.
Aan de éne kant is het een glorieuze intocht van Jezus in Jeruzalem die dan toch maar plaats vindt!
Het: Hosanna, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren, klinkt dan toch maar!
Aan de andere kant: Wat zijn de verwachtingen van de mensen die het roepen. Als Jezus nu eens ingegaan was op het volksverlangen! Als Hij nu eens doorgereden was naar de burcht Antonia om de sleutels van de stad op te eisen? Velen verlangden dat op dat moment. En wat hebben de discipelen gedacht bij deze intocht? Waren ze in verwarring omdat ze inmiddels overtuigd waren dat de Christus moest lijden en kunnen ze deze triomftocht niet plaatsen? Waarschijnlijk hebben de discipelen genoten van dit eerbetoon en zijn de gedachten aan lijden geheel op de achtergrond geraakt.
Kennelijk was de volkswil sterker dart-de wil van de leiders.

Als de goed bedoelde mensenverwachtingen eens waren vervuld!
Wat zien we rondom de arrestatie van Jezus? Heeft ook maar één van de discipelen in de gaten dat ze hun meester voor de laatste maal vergezellen als ze naar de hof van Getsemane gaan?
Ja, ééntje, maar die is er niet bij. Die heeft definitief voor het zwarte kamp gekozen en wordt gebruikt om schaak te geven.
De arrestatie van Jezus komt voor de discipelen als een volstrekt onverwachte zet, die hevige tegenstand oproept. Petrus wil zich gewapenderhand verzetten. Hij hoopt zo zijn meester te redden. Als het eens gelukt was het arrestatieteam op afstand te houden!

Als de verwachting van Petrus eens vervuld was!
Wat voor verwachtingen zijn er op de eerste Paasmorgen? Die zijn er nauwelijks.
Maar ze worden gaandeweg gewekt.
De enige verwachting die we 's morgens vroeg, op de eerste dag der week tegenkomen, is die van de vrouwen. Vrouwen die hopen dat zij hun geliefde dode op een behoorlijke manier kunnen verzorgen. En hun hoop onderweg is dat er een oplossing zal komen voor het probleem van de sluitsteen voor het graf.
Bescheiden verwachtingen, mag je wel zeggen.
Verwachtingen die blijk geven van trouwen toewijding. Dat ze op geen enkele manier de opstanding verwachten is geen kwestie van kwaadaardigheid.
Maar de horizon van hun verwachting is erg laag. Zelfs als ze het graf open aantreffen en Jezus daar niet is, komen ze niet op een idee. Ook de discipelen komen niet op een idee. Ze ontkennen het nog als het woord 'opstanding' al is gevallen.
In het Johannesevangelie lezen we dat Petrus en Johannes onverrichter zake naar huis gaan. Maria van Magdala blijft achter. Ze weent.
Eenzaam maar trouw heft ze de dodenklaagzang aan. Het enige wat ze nog kan doen. Maria wil haar dode meester terug. Ze krijgt meer dan ze verwacht. Ze wordt aangesproken door iemand, die vraagt wie die dodenzang geldt. Maria vat moed, verwachting schiet op: de tuinman - die weet misschien meer.
Maar dan noemt Hij haar bij haar naam. Ze hoort de stem van de goede herder. Zielsgelukkig wil ze hem vastgrijpen, vasthouden, hierhouden.
Ze ontvangt boven verwachting - niet haar dode - maar haar lévende meester terug. De horizon van haar verwachting verbreedt zich bovenmate. Toch blijft haar verwachten beneden peil. Ze hoopt, verwacht dat Jezus nu zal bfijven. Dat alles weer net zo als vroeger zal worden.
Als die verwachting eens vervuld was! Als Jezus niet was opgevaren.
Als de Geest van Pinksteren eens niet was gekomen!
Onze verwachtingen kunnen ver beneden de maat blijven. Maria van Magdala mag Jezus niet vastpakken, niet vasthouden, niet beneden houden al is dat het liefste wat ze wil. Er moet nog méér gebeuren.

Wat hebben de discipelen gewild, wat zijn hun verwachtingen geweest nà de verschijning van Jezus? Dat het niet helemaal meer zo als vroeger zou worden, dat hebben ze waarschijnlijk wel begrepen. Maar hoe het dan wèl verder zou gaan, hoe de toekomst zou zijn, wat was daar hun verwachting van?
Dat ze daarmee bezig geweest zijn blijkt uit Handelingen 1:6. Daar vragen zijn intieme vrienden: Heer, herstelt Gij in deze tijd het koningschap van Israël?
Wat ze daarmee bedoelen is niet precies duidelijk maar ze zitten met hun gedachten wèl op het verkeerde spoor.
Als Jezus ten hemel vaart is dat niet iets dat ze verwacht hebben. Ze staan weinig intelligent naar boven te staren en ze moeten door engelen bij hun positieven worden gebracht: Deze Jezus, die van u opgevaren is naar de hemel zal op dezelfde wijze wederkomen als gij Hem ten hemel hebt zien varen.

Hij zal wederkeren.
Dat brengt ons bij onze verwachting.
Wat verwachten wij van de toekomst.
Hoe hoog en hoe breed is onze verwachtingshorizon?
Soms hoor je vragen: Hoe zal dat dan zijn in de hemel? en: Eeuwig, is dat niet een beetje erg lang?
De discipelen probeerden Jezus in te passen in hun eigen denkwereld.
Binnen de grenzen van hun verwachtingspatroon.
Wij zijn nu misschien wel een stuk slimmer maar we zouden er ook rekening mee moeten houden dat Gods toekomst wel eens niet zou kunnen passen binnen onze verwachtingskaders.
Die zijn misschien te bekrompen, misschien verkeerd georiënteerd.
Laten we open blijven in het verwachten.
Waarschijnlijk staat ons een verrass.
ing te wachten.
Wat geen oor gehoord heeft en geen oog gezien en wat in geen mensenhart is opgekomen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief