Twintig jaar christelijke hulpverlening

1990-04-13
  • Jaargang 34
  • nummer 8
De Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk is het tWintigste jaar van haar bestaan ingegaan onder het motto 'twintig jaar christelijke hulpverlening'.
Natuurlijk betekent dat niet dat de Stichting pretendeert dat christelijke hulpverlening pas in 1970 begonnen is. Christelijke hulpverlening is er al zo lang er christenen zijn, georganiseerde christelijke hulpverlening al zo lang er diakenen zijn en professionele christelijke hulpverlening bestaat tenminste al sinds de dagen van het Reveil.
De Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk is twintig jaar bezig met christelijke hulpverlening. Dát wil het motto zeggen. Meer niet. Minder trouwens ook niet. De Stichting liep in de rij van instellingen voor geestelijke gezondheidszorg bepaald niet achteraan!
In gemeentevergaderingen waar de Stichting wordt uitgenodigd om informatie te geven over het werk dat door haar wordt gedaan, wordt soms wel gevraagd wat het christelijke is in de hulpverlening die de Stichting biedt, wat het verschil is tussen het werk dat door de medewerkers van de Stichting wordt gedaan en dat wat andere professionele hulpverleners doen.
Er is ooit een boek verschenen over de hulpverlening, met de titel 'Helpen als ambacht'. Dat wekt de suggestie dat helpen een vak is als elk ander vak.
Je haalt je diploma en dan ben je bevoegd om het vak uit te oefenen. Misschien is te merken aan de manier waarop je hulp verleent dat je christenhulpverlener bent, maar essentieel voor het werk is het niet.
De medewerkers van de Stichting zijn gewone hulpverleners. Ze hebben een opleiding als alle hulpverleners. En ze gebruiken methoden die alle hulpverleners gebruiken. Specifiek christelijke methoden bestaan er niet in de hulpverlening.
Wat is dan nog het 'eigene' van de christelijke hulpverlening?
In de hulpverlening is het gebruikelijk hulpvragers cliënten te noemen. Dat klinkt wat kil, wat afstandelijk. Een 'klant' bedien je. En danis hijweer weg.
Dat is een nadeel van het gebruik van het woord cliënt in de hulpverlening.
Het heeft echter ook een voordeel. 'Klanten' hebben inspraak, ze kiezen zelf, beslissen zelf of en hoe ze gebruik maken van de hun aangeboden diensten.
Dat is het 'eigene' van helpen. Helpen is geen techniek. Helpen bestaat niet uit het toepassen van een paar technische vaardigheden. Helpen is geen behandelen. Helpen is de kunst de ander "te helpen zichzelf te helpen". Hulp verlenen is sámen op weg gaan, z6 lang tot de één zonder de ander verder kan.
In dat 'eigene' van de hulpverlening komt het 'eigene' van de christelijke hulpverlening tot uiting. Je gaat, als je problemen hebt in je huwelijk, je gezin of in je persoonlijk leven, niet zomaar samen op weg met ieder ander.
Een christen wil eigenlijk alleen maar samen op weg gaan met dé Ander. In elk geval kán hij alleen samen,op weg met 'een' ander, in wie hij 'de' Andere herkent. Van der Stouw illustreert dit treffend met een chassidisch verhaal dat is ontstaan rond de verklaring van Jesaja 21 vs 12: wachter, wat is er van de nacht? In de verklaring wordt bij de nacht dan gedacht aan de tijd van verdrukking, terwijl de morgen staat voor het heil, de verlossing met de komst van de messias.
In dit verband vraagt een rabbi dan aan zijn leerlingen hoe je een het kunt bepalen, waarin de nacht eindigt en de dag begint met het morgengloren.
Een leerling probeert het met: als je van verre een hond van een schaap kunt onderscheiden.
Nee, zei de rabbi.
Een andere leerling vraagt: is het dan, wanneer je een wijnstok van een vijgeboom kunt onderscheiden?
Nee, zei de rabbi weer.
Als de leerlingen hem dan om het antwoord vragen, zegt de rabbi: het is dan, wanneer je het gelaat van een mens kunt waarnemen, en je genoeg licht hebt om in hem je broeder te herkennen. Tot dán is het donker, en de nacht nog bij ons 1.
Dat is het 'eigene' van christelijke hulpverlening: dat je, als hulpverlener, in het gelaat van je broeder of zuster Hem herkent, die zei: wat ge aan één van mijn minste broeders hebt gedaan, dat hebt ge aan Mij gedaan; en dat je, als hulpvrager, in het gelaat van je broeder, je zuster, Hem herkent, die is gekomen als één die dient. Tot dán is het donker.

G. van der Stouw, Grondslagen van hulpverlening, blz. 41 v. n.a.v. Pinchaz Lapide, Hij leerde in hun synagogen, blz. 86

Dit artikel van de hand van de voorzitter van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk is het eerste artikel in een serie van zes artikelen in het kader van het 20-jarig bestaan van de stichting. Aan de hand van het thema 'twintig jaar christelijke hulpverlening' worden zo de medewerkers alsmede het werk van de stichting aan u voorgesteld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief