Boekbespreking
1990-04-13
Paasfeest- Jaargang 34
- nummer 8
Vroegchristelijke preken uit de paastijd, uitgegeven door Kok, Kampen; 96 bladz., f 19,50
"Het paasfeest is van de christelijke feesten die wij vandaag vieren eeuwenlang het enige feest geweest dat men kende. Kerst, Hemelvaart, Pinksteren, alle drie ontstaan ze pas vanaf het einde van de vierde eeuw.
Het paasfeest daarentegen viert men vanaf het prille begi,n van het christendom, Van zondag tot zondag, de opstandingsdag van de Heer. (...) Aanvankelijk herdacht men op Pasen zowel Christus' geboorte als zijn lijden, opstanding en hemelvaart, maar vanaf de vierde eeuw gaat zich de paascyclus ontwikkelen, waarin alleen het lijden en de opstanding een rol spelen." (9) De oude kerk onderhield dus geen 'kerkelijk jaar'.
"De christelijke gemeente in Jeruzalem viert de herinnering van het lijden, sterven en opstaan van Christus op de plaatsen waar zich dat heeft voltrokken. En niet alleen op de plaatsen, maar ook op de dagen en uren". (9).
Deze en nog veel meer historische gegevens verstrekken ons de samenstellers van het boek (dr. C. Datema, drs. R.F. Regtuit en drs. J.M. Tevel, alle verbonden aan de VU te Amsterdam) als een soort introductie bij de vertaling van negen preken van voorgangers van gemeenten in de 4e, Se en 6e eeuw.
Die voorgangers zijn bisschop in de Grieks-orthodoxe kerk en zij droegen de boodschap 'Christus is opgestaan!' op zodanige wijze uit dat wij ons er mee verbonden gevoelen. We lezen er uit af hoe de Here Christus, vanuit zijn hemelse troon, zijn gemeenten leidde en leidt en wat we uit die oudheid voor ons hebben getuigt van Zijn bestuur. We mogen dat bewonderen.
In die eerste eeuwen is er veel strijd in de kerk geweest: Joden, die de christenen vervolgden, heidenen die hun schouders ophaalden over 'die secte' (dwaasheid en ergernis); maar ook intern de gemeenten was er mis-leiding en wel toegespitst op het dogma van de twee naturen van de Heiland en op dat van het Godzijn van de Heilige Geest.
Het is ook uit die periode dat de Geloofsbelijdenis van Nicea tot stand kwam, evenals die van Athanasius (resp. 381 en ca. 500), belijdenissen, die in ons kerkboek een plaats hebben en af en toe in onze samenkomsten worden uitgesproken.
Eén band bindt ons met die oude kerk samen.
Uit die periode zijn vrij veel preken bewaard gebleven, d.w.z. ze zijn eerst in verzamelbanden opgenomen, overgeschreven en daarna uitgegeven, Een negental, tot nu toe niet in het Nederlands vertaald, is thans aangeboden.
De door de bisschoppen uitgesproken preken doen zien wat soort (wereldse) opleiding zij volqden. Die werd afgesloten met de graad 'rhetor'.
Hierna is een deel van zo'n preek weergegeven. Daaruit blijkt ook hoezeer de voorganger trachtte de gemeenteleden de weg in de Schriften te wijzen.
Een boek als dit is in de eerste plaats voor vakgenoten, voor hen die zich in het oud-Grieks en/of in de oude kerk/dogmengeschiedenis verdiepen. Dat wil echter niet zeggen dat waar belangstelling en geduld meespreken, het lezen ervan té moeilijk zou zijn.
Citaten uit een paaspreek van Gregorlus van Nyssa (335 - ca. 395)
.....Iaten we dan nadenken over de profetie die zegt: 'Dit is de dag die de Heer gemaakt heeft', waarop geen sprake is van zwaar werk dat amper resultaat heeft, maar van vreugde en blijdschap en vrolijkheid omdat het Woord aldus spreekt: 'Laten we juichen en blij zijn op deze dag'. Wat een mooi bevel, wat een zoet voorschrift! Wie verzet zich tegen het gehoorzamen aan een dergelijk bevel? Wie vindt zelfs het geringste uitstel van het bevel niet een verlies? Blijdschap is de taak en vreugde is de opdracht, waardoor het oordeel over de zonde ongedaan gemaakt wordt en verdriet verandert in vreugde. Dit is de uitspraak van de wijsheid: 'Op de dag van blijdschap vergeet men het kwaad'. Deze dag doet die eerste veroordeling van ons vergeten, of liever ze doet haar verdwijnen niet slechts vergeten, want zij wast elke herinnering aan onze veroordeling volledig uit.
Toen ging de geboorte gepaard met pijn, nu is de geboorte zonder barensweeën; toen werden we als vlees uit vlees geboren, nu is het: geest geboren uit geest; toen werden we als zonen van mensen geboren nu als kinderen van God; toen werden we vanuit de hemel naar de aarde verwijderd, nu heeft hij die in de hemel woont ook ons hemelingen gemaakt; toen heerste de dood vanwege de zonde, nu komt daarentegen door het leven de gerechtigheid weer aan de macht (...) Opnieuw ligt de vrucht des levens ter genieting voor het grijpen: opnieuw bevloeit de bron van het paradijs, die zich in vieren splitst in de stromen van de evangeliën heel het gezicht der kerk, zodat ook de voren van onze zielen die de zaaier van het woord openlegde met de ploeg van zijn onderricht, doordrenkt zijn en de vruchten van de deugd volop aanwezig zijn.
Wat moeten wij in zulke omstandigheden doen? Wat anders dan de bergen, de heuvels, waarover de profeten spreken, na te doen met hun gehuppel? 'Want de bergen', zo staat er geschreven, 'huppelden als rammen en de heuvels als jonge lammeren'. Vooruit dus, laten we juichen over de Heer die de macht van de vijand vernietigd heeft en die het grote zegeteken van het kruis voor ons heeft opgericht door de val van de tegenstander (...) laten wij dan zeggen: 'de Heer is een groot God, een groot Koning over de gehele aarde', die de krans van het jaar zijner goedheid gezegend heeft en ons tot dit geestelijk dansfeest bijeen heeft gebracht, in Christus Jezus onze Heer, aan wie toekomt de heerlijkheid tot in eeuwigheid.
Amen."
Uit ..Paasfeest", blz. 60 e.v.
------------------------------------------------------------
O. Mooiweer
Leven uit Gods beloften
Drs. M. van Campen: ..LEVEN UIT GODS BELOFTEN" - Een centraal thema bij Johannes Calvijn - Uitgeverij de Groot-Goudriaan - Kampen - 183 pag. f 27,50.
Leven uit Gods rijke beloften blijft het centrale thema van de gereformeerde theologie. Dat heeft alles te maken met de inhoud van Gods Woord en de existentiële beleving van het geloof. Zijn Gods beloften universeel? Of moet je het werkelijke adres van die beloften beperken tot de uitverkorenen? Hoe kom je in dat kader klaar met het leerstuk van de verkiezing en van de verwerping?
Het is opvallend, dat Calvijn het woord belofte 360 keer noemt in de laatste uitgave van zijn Institutie (1559). Het begrip promissio (belofte) valt te betitelen als het merg van diens theologie. Het is de verdienste van Drs. van Campen, Ned. Herv. predikant te Woerden, dat hij zich in het bijzonder heeft beziggehouden met dit belangwekkende onderwerp en de resultaten van zijn studie heeft neergelegd in dit kostelijke boekwerk.
We zullen de lust tot veel citeren dienen te bedwingen. Maar enkele dingen moeten wij noemen. Het geloof wordt uit de beloften geboren.
Het hecht zich aan de beloften. Met de gerichtheid op de beloften van Gods Verbond staat en valt voor Calvijn de geloofszekerheid. God doet ons geloof groeien door de herhaling van zijn beloften. Alles wat de beloften ons toezeggen wordt ons slechts geschonken in Christus. De gemeenschap met Cristus kan beschouwd worden als het eigenlijke middelpunt van de theologie van de man van Genève. Terecht stelt m.i. de auteur, dat het niet juist is wanneer men zegt, dat de uitverkiezing per slot van rekening toch de allesbeheersende scopus, de doelstelling van zijn theologie is.
Voorts schakelt Calvijn de ervaring niet uit, maar noemt hij haar toegift, omdat het primaat van de belofte gehandhaafd blijft. De belofte is de sleutel van het gebed. Bidden is God aanspreken over zijn beloften. De belofte bepaalt ook de grens van het gebed. Calvijns eigen gebeden waren vaak gericht op de dag, dat de belofte van God volkomen vervuld zou zijn. Hij was hartstochtelijk bezig met de toekomst van Christus.
Iemand heeft gemeend Calvijns theologie te kunnen karakteriseren als: Eschatologie van de hoop. Zonder de hulp van de hoop kan het geloof niet staande blijven. Maar evenmin kan de hoop zonder het geloof. Als pastor heeft de reformator van Genève vooral in zijn prediking de mensen steeds weer gewezen op Christus als de spiegel van de uitverkiezing. Daardoor ging hij de reflectie over de eigen subjectiviteit tegen. De Heilige Geest is door Calvijn getekend als een inwendig leraar (doctor internus) door wiens werkzaamheid de belofte der zaligheid in onze harten doordringt.
Prachtige opmerkingen worden door van Campen gemaakt naar aanleiding van de funktie van de sacramenten als verzegeling van de beloften.
Wèl is daar altijd de oproep tot geloof en bekering. Ook is heel interessant wat de schrijver te berde brengt in het kader van de positiebepaling van Israël. Het valt op, dat Calvijn zich in dat verband niet te buiten is gegaan aan allerlei boude uitspraken. Calvijn heeft verder de kosmische dimensie van de beloften niet uit het oog verloren. Aan het slot van zijn boek gaat van Campen nader in op bepaalde aspecten van de Nadere Reformatie en vergelijkt hij op ettelijke punten de theologie van Woelderink met die van Calvijn.
Dit alles is zeer leerzaam en instruerend en stimulerend tot een diepere bezinning. Wat onze kritiek betreft het volgende: Ik had een kritische kanttekening van de auteur verwacht bij de visie van Calvijn, dat er naast de algemene beloften ook bijzondere beloften zijn, die betrekking hebben op bepaalde situaties in het leven der gelovigen. Ik vind nl. dit onderscheid en de uitwerking daarvan door de Zwitserse reformator nogal verwarrend. Verder is het jammer, dat Drs. van Campen niet nader aandacht heeft besteed aan wat Calvijn heeft geponeerd aangaande de zogeheten onsterfelijkheid der ziel.
Tot slot menen wij, dat niet voldoende uit de verf is gekomen, dat bij Calvijn de belofte een sterk aksent kreeg als verkondiging van het evangelie van Christus, die vraagt om gelovige aanvaarding.
Maar als we het geheel overzien kunnen wij alleen maar dankbaar zijn voor wat onze hervormde kollega in dit fijne boek heeft aangereikt en wensen wij het veel lezers en lezeressen toe! Hartelijk aanbevolen!