Pastorale notitie
1990-04-27
Dominee Buskes- Jaargang 34
- nummer 9
Op 9 maart van dit jaar was het tien jaar geleden dat dominee Buskes overleed. 'Dominee' Buskes schrijf ik voluit om zo duidelijk uit te laten komen dat hij dat voor heel Nederland geweest is. Hij zal wel een voornaam hebben, maar die heb ik nooit horen gebruiken.
Ik ken geen ander, die zozeer de dominee van bijna het gehele Nederlandse volk was. Hij was ongekend populair. Dat woord heeft tenminste twee betekenissen: geliefd door het volk en verstaanbaar voor het volk. Buskes was het in beide betekenissen van het woord. Sinds hij er niet meer is, is het zeker in de Nederlandse kerkelijke pers een stuk kil/er geworden. Er ging warmte ván hem uit, zelfs als hij iemand of iets bestreed.
Want zijn populariteit heeft hij niet verworven door iedereen naar de mond te praten. Dwalingen heeft hij hartstochtelijk bestreden en daarin had hij iets onweerlegbaars, als ik dat zo mag uitdrukken. Toen dr. Wiersinga met zijn alternatieve verzoeningsleer velen in verwarring bracht bestreed Buskes hem in preken en artikelen gewoon met een regel uit een gezang: "Welk een Vriend is deze Jezus, die in onze plaats wil staan ".
En wie begreep dat je dwalingen niet kunt weerleggen met een gezang regel werd door hem verder geholpen door boeken als 'God en mens als concurrenten' en 'Het humanisme van God' die van grote waarde zijn gebleven.
Ik heb Buskes nooit van nabij leren kennen, maar ik heb een vriend, die hem overal naliep en dat heeft hem geestelijk geen windeieren opgeleverd.
Ik heb hem eens gevraagd naar het geheim van Buskes. Hij zei: "Die man zit naast je in de kerk".
Ik weet ook wel dat een dominee ook op de preekstoel staat maar gezegend de prediker bij wie je dat vergeet en die je naast je voelt zitten.
Toen Buskes afscheid nam van zijn gemeente in de Amsterdamse Westerkerk preekte hij over Hebreeën 13:8 "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid".
Mijn vriend kende hele stukken uit het hoofd en had van de dienst een grammofoonplaat. Ik leende die van hem en was zo onder de indruk van de preek dat ik die terstond naar ds. Visee bracht. Ook een beetje uit nieuwsgierigheid hoe deze dat zou vinden. Visee werd er zo door gegrepen dat hij de plaat terstond naar prof. Veenhof bracht en toen deze mij de preek terug gaf zei hij: "Machtig".
Zelf vond ik dat er homiletisch wel het een en ander viel af te dingen en ik vroeg aan Veenhof of hij dat ook vond, maar hij zei: "Ach jij, met je homiletiek".
Daar heb je iets van het geheim van Buskes: het evangelie is in al zijn spreken zo sterk aanwezig geweest dat de bezwaren, die een kritisch homileet als Veenhof stellig wel had, eenvoudig wegsmolten.
Ik hoor iemand denken: je vergeet dat Buskes politiek erg links was en onder invloed stond van Karl Barth en dat is niet zo best.
Ik vergeet dat niet en kom er in een volgend stukje op terug.