De pedekte opvoeder
1990-04-27
Ik moest me melden bij de rector. De leraar vond dat ik het in de klas te bont had gemaakt. Zoiets gebeurde niet vaak, want ik was een brave Hendrik. Maar je moet het toch eens in je leven meemaken. De reaktie van de rector was: "Foei, en dat voor een zoon van een dominee!"- Jaargang 34
- nummer 9
Het glazen huis
Kennelijk bestaan er bepaalde ideeën over de kwaliteiten van opvoeders.
Van kinderen van dominees wordt verwacht dat ze zich goed gedragen. Het gezin van de dominee wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Een bundel vraaggesprekken met kinderen van predikanten heeft dan ook de titel 'Het glazen huis' meegekregen. Natuurlijk geldt deze kwetsbare positie ook voor enkele andere beroepen. Overigens zijn de ruiten van het glazen huis van de dominee in onze tijd misschien wat meer beslagen.
Perfekte opvoeders?
In veel gezinnen komt het leeuwinnedeel van de opvoeding op de schouders van de moeders terecht.
Veel gezinnen draaien goed dankzij de voortdurende inzet van de moeders.
Dat geldt ook voor de geloofsopvoeding.
Wanneer een moeder veel gelezen heeft over opvoeding, voedt ze dan beter op? Kun je zeggen dat iemand die van de opvoeding zijn beroep heeft gemaakt (bv. onderwijzers, groepsleiders, pedagogen) beter opvoedt dan andere mensen? Is het in principe mogelijk om perfekt op te voeden?
Niet met poppen spelen
In een gezin groeide een kleuter op.
Een meisje dat voor haar verjaardag een pop vroeg. Die kreeg ze niet. In het huis waren geen poppen. Haar moeder had in haar studie opvoedkunde geleerd dat de rolpatronen in de samenleving hun wortels hebben in de opvoeding. Haar dochter mocht dus niet met poppen spelen. Dat was rolbevestigend. Als haar dochter met poppen zou spelen zou ze niet hoog kunnen klimmen op de maatschappelijke ladder ..
Voordeel of vooroordeel?
Met het voorgaande voorbeeld kan worden aangegeven wat eigenlijk iedereen al weet: veel kennis is geen garantie voor een goede opvoeding.
Sterker nog: wanneer die kennis vooraf gaat aan het luisteren naar het kind is de kennis verworden tot een oordeel vooraf: een vooroordeel.
Vooroordelen belemmeren altijd de gezonde kijk op de opvoeding.
Gewone dingen
Wanneer de Here Jezus het dochtertje van Jaïrus uit de dood heeft opgewekt, vervolgt de tekst met: "en Hij beval dat men haar te eten zou geven" (Lucas 8 vers 55). Jezus heeft oog voor heel gewone dingen.
In de opvoeding gaat het ook om die heel gewone dingen. Krijgt het kind voldoende slaap, is de opvoeder wel genoeg uitgerust, krijgt het kind genoeg beweging, grijpt de opvoeder niet te hoog, heeft het kind een eigen plekje in het gezin, krijgt het kind de tijd, is er voldoende afwisseling in de voeding?
Heel gewone dingen, intuïtief aangevoeld door alledaagse opvoeders.
Technisch perfekt
Een theoloog die niet gevoed wordt door de persoonlijke relatie tot God maakt de prediking dood. Een bioloog die wel stampers en meeldraden ontdekt maar de schoonheid van de bloem over het hoofd ziet maakt de biologie dood.
Een soortgelijke parallel kan getrokken worden naar de opvoeding.
Opvoeden zonder relatie met tot kind als levende werkelijkheid is een dode techniek. Misschien technisch (bijna) perfekt, maar zonder warmte.
Boekenwijsheid
Ouders zijn bij de opvoeding vaak onzeker en kwetsbaar. Zo onzeker dat allerlei boeken zekerheid moeten biederi. Ze gaan op zoek naar een perfekte opvoeding. Dat is begrijpelijk, want ouders willen het graag goed doen. Het is al een hele winst wanneer moeder én vader sámen zoeken naar een goede manier van opvoeding. Samen praten over de kinderen, samen plezier en verdriet hebben.
Het kan verstandig zijn om advies in te winnen bij anderen: een buurvrouw, de onderwijzer, een maatschappelijk werker, oma, een psycholoog.
Of om je op te geven voor een toerustingskursus voor opvoeders.
Ook een boek lezen over opvoeding kan helpen om te komen tot een beter verstaan, tot een adekwater antwoord. Maar die boeken mogen niet in de plaats komen van het samen erop uit trekken, samen eten, samen praten, samen bidden. En het is helemaal niet goed wanneer alleen doorzakkende planken vol boekenwijsheid gaan bepalen hoe de opvoeding plaats moet vinden.
Een afgeleide verantwoordelijkheid
De opvoeder op zoek naar de perfekte opvoeding en het perfekte kind.
Wanneer we zo opvoeden zijn we krampachtg bezig. We worden heel bang voor fouten. Maar opvoeders maken fouten. Dat geldt voor alle opvoeders, of de boekenplank doorbuigt van de adviezen of niet.
Een christen weet dat hij als opvoeder een afgeleide verantwoordelijkheid heeft. Leven uit dat geloof kan ons helpen tegen de krampachtigheid die zo vaak op de loer ligt.
Perfekt opvoeden bestaat niet. Sterker nog: we hoeven er zelfs niet naar te streven. Waar ik wel een pleidooi voor wil voeren is het gewone, alledaagse opvoeden. Een beetje speels, lakoniek soms. Het zijn vaak de gewone dingen die het doen. En God vult onze gebrekkige opvoedingsmiddelen aan.