Twintig jaar christelijke hulpverlening (2)
1990-04-27
Sinds oktober 1981 werk ik als klinisch psycholoog bij de Stichting. Het 20-jarig bestaan van de Stichting biedt gelegenheid iets over mijn werk en de daaraan voorafgaande studie te vertellen.- Jaargang 34
- nummer 9
Mijn studie heb ik aan twee universiteiten gevolgd. Ik ben aan de Rijksuniversiteit te Utrecht begonnen en na mijn kandidaatsexamen ben ik naar de Vrije Universiteit in Amsterdam gegaan. Het doctoraal programma daar sprak mij meer aan omdat het, meer dan in Utrecht was toegesneden op een brede kennismaking met het vakgebied van de psychotherapie.
Tijdens de studie raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de verhouding tussen christelijk geloof en psychologie.
Daarom heb ik mij in 1975 aangesloten bij een groep christenpsychologen en -studenten en zijn we een studiekring over dit thema begonnen binnen het Christelijk Studiecentrum.
Het bestuderen van literatuur - vooral uit de V.S. - en de onderlinge discussie daarover hebben veel invloed gehad op mijn vorming als psycholoog. Zo ben ik gaan inzien dat het werkveld van de pastor en de psycholoog niet strikt van elkaar zijn te scheiden. Ze hebben elkaar nodig en vullen elkaar aan. Maar ook, en dat is net zo belangrijk, zijn het onderscheiden werkterreinen.
Met eigen uitgangspunten en werkmethodieken. Dat inzicht hielp mij bij het bepalen van mijn eigen plaats als christen-psycholoog binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Mijn keuze voor het werken bij de Stichting had veel te maken met wat ik hiervoor schreef: ik kon aan het werk als christen-psycholoog, met nadruk op beide.
Mijn werk bij de Stichting bestaat hoofdzakelijk uit gesprekstherapeutische hulpverlening, met als doel om de draagkracht van de cliënt te vergroten en - waar nodig - de draaglast te verminderen.
Omdat de vraag naar psychotherapeutische deskundigheid bij de Stichting in de loop der jaren steeds toenam, heb ik van 1985 tot 1988 een opleiding tot psychotherapeut gevolgd, met echtpaar- en gezinstherapie als hoofdrichting.
Bijzonder aan het werken bij de Stichting vind ik het directe contact met de (kerkelijke) achterban. Bij algemene instellingen, zoals een Riagg, kent men dat niet.
Het boeiende en stimulerende daarvan is dat wij, bijvoorbeeld wanneer we voorlichting geven op gemeentevergaderingen, op de hoogte blijven van de vragen en wensen die in de gemeente leven.
Wat ik 'op de werkvloer' erg stimulerend vind, is de lange reis die mensen er soms voor over hebben om bij de Stichting hulp te krijgen. Soms reist men wel 100 kilometer of meer om naar Houten of Zwolle te komen. Dat confronteert me telkens weer met het belang dat men hecht aan hulpverlening door christenen. Temeer daar ik merk dat de vraag daarnaar alsmaar toeneemt.
Er zitten natuurlijk ook moeilijke kanten aan het werken bij de Stichting. Wij werken voor een relatief kleine gemeenschap en dat vraagt van ons extra inspanning om de privacy en anonimiteit van cliënten te kunnen waarborgen.
Het belang van die anonimiteit in ons werk - ons beroepsgeheim - wordt naar mijn gevoel binnen de kerken niet altijd op de juiste waarde geschat.
"De kerkelijke gemeente werkt toch ook niet anoniem. Wij - ambtsdragers en gemeenteleden - moeten toch weten dat een gemeentelid bij jullie komt om zelf goede pastorale zorg te kunnen geven?" zegt men wel. En toch merken wij dat juist dat in 'stilte en verborgenheid' kunnen werken aan problemen, een voorwaarde is voor effectieve hulpverlening. En wanneer overleg met het pastoraat - de ambtsdragers - nodig is, dan kan dat alleen met toestemming van de betrokkene.
Vanuit de gemeente krijg ik vaak de vraag welke rol het geloofsleven in onze hulpverlening speelt.
Laat ik beginnen met te zeggen dat wij bij inhoudelijke geloofsvragen altijd verwijzen naar het gemeentelijke pastoraat. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het geloof nooit ter sprake komt. Meestal is het zo dat het geloof in de gesprekken aan de orde komt wanneer de geloofsbeleving van de cliënt te lijden heeft onder de psychische problematiek.
Gelukkig komt het omgekeerde ook en naar mijn ervaring zelfs vaker voor.
Namelijk dat het geloof juist kracht en motivatie geeft om aan de problemen te gaan werken.
Ik heb in vogelvlucht iets over mijn werk verteld. Dat kan ook niet anders binnen dit bestek. Toch hoop ik dat ik nu iets minder een onbekende voor u ben.
Misschien hebt u wel vragen. Dat zou een aanzet kunnen zijn om de kennismaking met ons voort te zetten.
Herman van Riessen is als klinisch psycholoog verbonden aan de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk. Dit artikel is het tweede in een serie van zes artikelen in het kader van het 20-jarig bestaan van de stichting. Aan de hand van het thema 'twintig jaar christelijke hulpverlening' worden zo de medewerkers alsmede het werk van de stichting aan u voorgesteld.
Herman van Riessen, Houten