Van wie is het probleem?

1990-04-27
  • Jaargang 34
  • nummer 9
Over een oudercursus
Als ouders wil je zo graag iets van je eigen (gevonden) waarden op je kinderen overdragen. En als dat dan ook nog geloofswaarden zijn voel je je helemaàl verantwoordelijk voor de noodzaak, dat je kinderen die gaan overnemen. Vroeger of later echter, kom je erachter dat dit niet vanzelf gaat.
Is er sprake van de behoefte van waardenoverdracht, en stuit dat in de praktijk op moeilijkheden, dan is het belangrijk om eens na te gaan bij wie 'het probleem' ligt, of van wie 'het probleem' is, van de ouder of van het kind.
Als we daarachter zijn, zal ons dat helpen bij het bepalen van onze houding en ons gedrag ten opzichte van onze kinderen.
Om wat meer zicht te krijgen op het verloop van processen in de opvoeding, kun je in ons land diverse cursussen volgen.
Eén daarvan is de cursus voor ouders, die gegeven wordt door de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk van de Nederlands Gereformeerde Kerken.
In onze plaats werd zo'n oudercursus gehouden en de reaktie van de ongeveer vijftien mensen, die aan deze cursus deelgenomen hebben, was van positief tot zeer positief; zodat een verslag hiervan dienstig kan zijn voor andere ouders.

Motieven
Bij inventarisatie, aan het begin van de cursus, kwam een flink aantal motieven tot deelname naar voren: b.v. een jonge moeder (van een baby van vijf maanden) vraagt zich af: "Hoe gaat dat straks allemaal in de opvoeding?"; of een predikant vraagt zich af: "Hoe zit dat toch met die catechisanten?"; een vader stelt vast: "Bij ons gaat het goed maar misschien kan het nog beter!"; terwijl een andere vader zich vertwijfeld afvraagt: "Hoe kan ik een betere vader worden?!"; moeders van grotere en kleinere kinderen worden bezig gehouden door de vraag: "Hoe kan ik eerder begane fouten in de opvoeding voorkomen bij de kleintjes!
en ook ... hoe kun je scheefgroei weer recht trekken?"; een echtpaar wil antwoord op de vraag: "Hoe krijgen wij in ons drukke, onrustige gezin wat regelmaàt en de rust voor geloofsopvoeding thuis ... en een goede zondagsbesteding?"; terwijl een ander echtpaar worstelt met de vraag: "Hoe pakken we het aan in ons grote gezin, waarbij ook een kind hoort met gedragsafwijking?".
Ook kwam de vraag naar voren: "Wij zitten in de opvoeding niet op één lijn, ...hoe nu verder?"
Bij al deze vragen en problemen de wil voegend om de kinderen "in de vreze des Heren" op te voeden en te begeleiden ... ziedaar de behoefte aan een oudercursus.
Reeds in het begin van de cursus werden wij erop gewezen dat ons kind nièt is ... "een verlengstuk van jezelf, waarvan je dus kunt verwachten dat het beantwoordt aan je eigen bekende verlangens, wensen en eisen .... maar dat het is: "een wezenlijk ander individu", dat ook nog eens opgroeit in "totaal andere omstandigheden."
Ziezo, daar zit je dan, met het aangename gevoel dat je problemen tot werkbare proporties zijn teruggedrongen.
Daaroverheen kregen wij de volgende informatie aangereikt: "Als in je opvoeding 60% goed is (of goed gegaan is), kun je deze als een goede, geslaagde opvoeding beschouwen!"
U kunt zich voorstellen dat wij de cursus met frisse moed begonnen!
En ook het verdere verloop heeft ons alles behalve teleurgesteld!

Aktief luisteren
Als je, bij een kind, niet van de gedachte uitgaat: "hij of zij zal wel zus of zo zijn" ...maar nieuwsgierig bent naar wiè hij is, opent dit veel perspectief voor de (vertrouwens)relatie tussen ouder en kind. Om er achter te komen wiè je kind is kun je bepaalde bekwaamheden aanleren bijvoorbeeld het 'aktief luisteren', het luisteren naar de achterliggende gedachte en ook het ingaan op wat je hoort en niet op wat je wilt horen.
Dat aktief luisteren meestal niet behoort tot onze meest opvallende eigenschappen, daar kwamen we al spoedig achter, zodat we blij waren met enige oefening daarin.
In een groepje van drie, waarin de één een opvoedingsverhaal uit de praktijk vertelt, de ander aktief luistert en een derde het geheel beoordeelt, leer je veel sneller wat aktief luisteren is, dan wanneer je het in een artikel leest of in een lezing hoort uiteenzetten!
Wat leer je snel als je opneemt door de doè methode!!! Volgens sommige deskundigen wel vijf maal zo snel!
(vijf zintuigen?). Dit geldt in nog sterkere mate voor het meedoen aan een rollenspel. Stél: u voert een toneelstukje op, zomaar à I'improviste, samen met een medecursist. U speelt de rol van uw opstandige puber. (U heeft inmiddels geleerd, dat moeilijk gedrag van een puber noodzakelijk is vanwege het pijnlijke proces van losmaking van de ouders, dat voor een tiener nodig is om zelfstandig te worden). U begrijpt hem vijf maal sneller en beter wanneer u even in z'n huid kruipt, dan wanneer u er een psychologisch boek op naslaat of er een lezing over aanhoort. Of je nu de rol speelt van je eigenzinnige kleuter, je zwart/ wit oordelende, slordige schoolkind, of je adolescent, die anders denkt en doet dan jij, je zult je kind niet alleen beter gaan begrijpen, maar ook duidelijker gaan zien waar en bij wie het probleem ligt en dat dan, met behulp van de opgedane kennis, te lijf kunnen gaan.

Geloofsopvoeding
Als je, als kind van God, bezig bent met de opvoeding van kinderen, wordt die opvoeding vanzelf geloofsopvoeding.
(Deut. 6:7). Als gelovige ouders bezig zijnde met vaardigheden in de opvoeding, vroegen wij ons toch, zo nu en dan, af hoè we het specifieke van het geloof moeten overdragen. Door van elkaar (en van onszelf) te mogen horen, wat ons eigen geloofsleven gestimuleerd heeft, welke ervaring(en) ervoor gezorgd heeft/hebben, dat wijzelf aktief gingen geloven werden wij ons ervan bewust, wat voor ons eigen geloof belangrijk is geweest.
Dat gaf soms een andere, verhelderende visie op de manier van het doorgeven van geloofswaarden. Dat gaf steun bij het doorgeven van geloofswaarden.

Tenslotte
Samenvattend kan gesteld worden dat deze, modern opgezette, cursus informatie bood met daarbij de gelegenheid het geleerde (gedrag) te oefenen d.m.v. groepjes, rollenspel, vragenrondes. Ook het ervaringen uitwisselen was opbouwend en leerzaam.
De cursus bleek een waardevolle gelegenheid te zijn om ons te helpen, te stimuleren en een verdiept inzicht te geven in ons leven als ouder en in onze ouder/kind-relatie.
Omdat we bij elkaar waren als gelovigen konden we tegen elkaar zeqgen: "Ouders, wees een kind van God, dan zal de Here God uw ouderschap zegenen!" (Ps. 112).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief