Terloops
1990-04-27
Vloeken in vertalingen- Jaargang 34
- nummer 9
Enkele maanden geleden gaf de Bond tegen het Vloeken, in samenwerking met Buijten & Schipperheijn, het boekje 'You bloody fooi, hoe vertaal je dat?' uit. In dit boekje werden verwerkt de resultaten van een onderzoek naar de vraag, hoe in uit het engels vertaalde boeken vloeken worden weergegeven. Het resultaat was opmerkelijk. In de nederlandse vertalingen komen aanzienlijk meer vloeken voor dan in de oorspronkelijke tekst.
Twintig boeken werden bestudeerd; met de vertalingen ging het dus om veertig boeken. Het was voor de schrijver van het boekje, de leráar Niek Bakker, geen gemakkelijke bezigheid. Hij moest zichzelf vaak overwinnen bij het neerschrijven van de gebruikte vloekwoorden. Het bestuur van de Bond tegen het Vloeken had er ook de nodige moeite mee, maar besloot toch tot uitgave over te gaan. In een voorwoord is daarom de bedoeling van het boekje uitvoerig uiteengezet.
De voorzitter van het Onderzoek- en Publikatiefonds van de Bond, mr. E. Bos, merkt o.a. het volgende op: "Misbruik van Gods naam dient waar mogelijk voorkomen en bestreden te worden. Het was het bestuur van het Fonds dan ook liever geweest dat de resultaten van het onderzoek geen reden tot uitgave van dit boekje hadden gevormd. Nu de feiten helaas anders liggen, moest beschreven worden waar het om gaat. Slechts in één geval wenste de schrijver zijn aarzeling om vloeken te citeren terecht niet te overwinnen.
Het gaat om de afgekorte vloek gvd, die in de onderzochte romans praktisch altijd volledig geschreven wordt. Hij beperkte zich tot de in beschouwend schriftelijk taalgebruik ingeburgerde afkorting."
Je kunt je afvragen, waarom vertalers onnodig en onjuist bepaalde woorden vertalen in vloeken. Het hoeft niet. Eén van de twintig schrijvers bleek met-deze wijze van vertalen niet mee te doen. Het kan dus anders.
In een gesprek met het Algemeen Dagblad gaf de schrijver van het boekje het volgende voorbeeld: "Neem zo'n uitdrukking als where the divil. In de vertaling van rond de eeuwwisseling heet het nog 'voor de drommel', die van de jaren zestig rept van 'verduiveld' en Gerrit Komrij houdt het nu op 'verdomme'."
Uit het onderzoek blijkt, dat vertalers over het algemeen naar 'sterke' woorden zoeken. Het woordje 'shit', dat woede wil uitdrukken, wordt dan vertaald met een grove vloek, hetgeen vertaaltechnisch gezien gewoon fout is. De vertalers doen dit, de uitgevers pikken het en de kopers lezen het. Ethisch gezien is dit wel een heel slechte zaak. 't Is ook wat armetierig, want de nederlandse taal is rijk genoeg aan woorden.
Het bestuur van het Onderzoek- en Publikatiefonds noemt het schrijnend, dat auteurs in hun werk Gods naam misbruiken. Dat vertalers opzettelijk anders vertalen en zó tot vloekwoorden komen, is nog schrijnender.
En daarom is het goed, dat dit boekje verschenen is. Het boekje is toegezonden aan 300 vertalers van buitenlandse romans. Verder kregen 70 uitgevers het in handen, terwijl nog eens 650 exemplaren werden gezonden naar de secties Engels van scholen voor voortgezet onderwijs.