Persschouw

1990-04-27
  • Jaargang 34
  • nummer 9
Iets over K. Schilder (I)
Er wordt dit jaar veel aandacht besteed aan het leven en werk van Klaas Schilder in verband met het feit, dat hij een eeuw geleden in Kampen geboren werd (19 december 1890). AI:!i theoloog en pubticiet heeft Prot.Dr, K. Schilder een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland. In Amsterdam werd 6 april jl. een historisch symposium gehouden terwijl in Kampen op 12 december a.s. via een symposium het theologische werk van K. Schilder nader zal worden belicht. Verschillende publicaties gaan hiermee gepaard.
Wij willen in de rubriek: Persschouw eveneens één en ander memoreren, dat betrekking heeft op het veelbewogen leven en de intense arbeid van deze geniale denker, die in zijn theologiseren nooit het kindschap van God verloochende en die op 23 maart 1952 door zijn Zender werd thuisgehaald.
In: 'Kerk' - wekelijks magazine met informatie uit de christelijke wereld - 1ejaargang, no 4,6 april 1990 schreef Niek Scheps het volgende artikel:

1944
Op een zondagmiddag in augustus 1944 zat ik in de Lutherse Kerk in Den Haag. Enkele dagen tevoren hadden veel gereformeerden in deze kerk de Acte van Vrijmaking of Wederkeer getekend. Nu zaten er weer honderden mensen. Er had in nog geen enkele kerk in Groot-Den Haag een vrijmaking plaatsgehad. De ambten waren dus nog niet ingesteld.
Daarom hielden deze bezwaarden, zoals ze genoemd werden, in de Lutherse Kerk een nietambtelijke samenkomst, waarin een van de broeders een stichtelijk woord sprak. Die broeder was prof.dr. K. Schilder.
Zaten er veel of weinig mensen in die kerk? Je kunt zeggen dat het er maar weinig waren. De Gereformeerde Kerken van Groot-Den Haag telden voor de Vrijmaking enkele tienduizenden leden. Dan is een aantal van enige honderden niet zo bijzonder groot. Maar je kunt evengoed beweren dat het er wel veel waren. Het was bezettingstijd. Velen durfden zich niet op straat te wagen.
Wie wel de moed had, moest naar de kerk lopen of fietsen. Toch waren er honderden mensen uit alle delen van de stad naar deze kerk gekomen.
Dat was betrekkelijk veel en zeker meer dan velen hadden verwacht.
Juist in die tijd hoorde ik een voorspelling dat het met 'die actie van Schilder' nooit wat werd. Met mijn vader was ik naar een vergadering van de gereformeerde synode geweest.
Op het station in Utrecht stonden we te wachten op de trein naar Den Haag. Er stonden ook een dominee en een ouderling uit Den Haag op het perron. Ze waren overtuigde aanhangers van de synode.
De ouderling voorspelde dat Schilder de mensen niet mee zou krijgen.
Een enkeling uit Bunschoten-Spakenburg, Assen of Delfshaven zou misschien met Schilder meegaan, maar daar zou het wel bij blijven.
We leven nu meer dan vijfenveertig jaar later. De vrijgemaakte kerken zijn op twee na de grootste protestantse kerkgemeenschap. Ze hebben een eigen theologische universiteit, die op haar jaarlijkse hoogtijdagen duizenden belangstellenden trekt.
Bovendien heeft de vrijmaking consequenties gehad voor de arbeid op andere levensterreinen. Er werd een eigen politieke partij opgericht, er bestaan allerlei vrijgemaakte organisaties.
En op de dag waarop dit nummer van KERK verschijnt, wordt er een symposium over de betekenis van Schilder gehouden.
Je moet altijd voorzichtig zijn met voorspellingen. Vaak heb je meer te doen met een wens die de vader van de gedachte is. Meerderheden willen graag dat minderheden klein zijn en klein blijven. En de vrijgemaakten vormen een minderheid. Voor de velen die in 1944 achter de synode stonden, was het een schrikbeeld dat Schilder veel aanhangers zou hebben. Die Haagse ouderling moest er ook niet aan denken. Er mochten niet veel vrijgemaakten zijn en dus wàren er ook niet veel vrijgemaakten.
De vrijgemaakten waren echter wel een minderheid, maar een veel grotere minderheid dan velen dachten.
In dit jaar waarin het een eeuw geleden is dat Schilder werd geboren, wordt er over zijn invloed veel geschreven en gesproken. Ik moet dan nog wel eens denken aan dat gesprek op het station in Utrecht en aan die samenkomst in de Lutherse Kerk in Den Haag.
Verder bevatte hetzelfde nummer van bovengenoemd blad het verslag van een uitgebreid interview, dat gehouden werd met de hervormde predikant Drs. J.J.C. Dee uit EIlecom.
Ds. Dee hoopt nog dit jaar een proefschrift over het leven en werk van K. Schilder in de jaren 1890-1934 te voltooien en aan de (vrijgemaakt) gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen te promoveren. Wij knipten uit dit interessante verslag het volgende:

Ononderbroken
Wie was Schilder nu eigenlijk? En hoe ontwikkelde hij zich; was de Schilder van 1948 nog dezelfde als die van bij voorbeeld 1928?
Drs. Dee: "Het is onzin om te zeggen dat de Schilder van na de Vrijmaking een andere was dan die van voor 1944.Wie zijn rede 'Een oecumenische taak' uit 1951 leest ziet, dat zijn kerkbegrip toen exact gelijk is aan dat uit zijn rede bij de herdenking van de Afscheiding in 1934. Natuurlijk legde hij na de oorlog andere accenten. Zijn polemieken waren sterk tegen de synodaalgereformeerden gericht, er was immers net een kerkstrijd achter de rug. Maar dezelfde oecumenische breedheid, die in Schilders werk van voor de oorlog te zien was, vinden we terug in bij voorbeeld zijn - helaas onvoltooide - commentaar op de Heidelbergse Catechismus en in zijn boeken als 'Christus in Zijn lijden' en 'Christus en cultuur'. Er is bij Schilder sprake van een ononderbroken lijn, waarbij de Vrijmaking beslist geen breekpunt was. Wel zien we dat Schilder zich in zijn latere leven niet zo veel meer met literatuur heeft beziggehouden als hij eerst deed. Maar dat had waarschijnlijk een meer praktische reden.
Als jong beginnend predikant zal hij daarvoor meer tijd gehad hebben dan later tijdens zijn hoogleraarschap en zijn functie als redacteur van De Reformatie."
Schilder was volgens Dee een van de belangrijkste theologen uit de eerste helft van deze eeuw. "Het eerste waarvoor hij steeds gestreden heeft, was waarachtigheid. Hij wilde eerlijk zijn, oprecht, en hij wilde geen mensen ontzien terwille van hun positie. Zo vond hij het onwaarachtig als gereformeerden andere gelovigen afwezen omdat ze die 'te licht' vonden, maar wel met hen konden samenwerken in de Nederlandse Calvinistenbond. Dat zei hij al voor de oorlog.
Een tweede belangrijk punt was dat hij Gods Woord normatief wilde stellen voor het hele leven. De bijbel was niet alleen iets voor de zondag, nee het hele leven moest daarnaar gericht worden.
Het laatste, waarop ik zou willen wijzen is dat hij levensecht was. Wie hem leest, merkt dat een gelovig hart klopte met liefde voor de openbaring van God en voor de kerk. Hij was niet uitsluitend een rationalist, uit een boek als 'Christus in Zijn lijden' laat hij zijn persoonlijk geloof sterk meespreken. Zijn houding blijkt goed uit de versregels van Gezelle, waarmee hij zijn eerste intreepreek op 21 juni 1914 besloot: o Christi kruis doorprent mij diep, met het bewustzijn mijner roeping."

D.V. komen wij in het eerstvolgende nummer van ons blad hierop terug.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief