Indntkken uit Zuid-Afrika (slot)

1990-04-27
  • Jaargang 34
  • nummer 9
Zending
Tijdens de reis die ik eind mei/begin juni vorig jaar naar Zuid-Afrika maakte, nam ik de gelegenheid waar, het zendingsterrein van Kampen te bezoeken, waar ds. Vonkeman (met de twee andere zendelingen Reitsema en Wielenga) al jaren werkt.
Het zendingsterrein ligt, zoals bekend, in de omgeving van Richmond (Natal), een 35 km zuidwestelijk van Pieter-Maritzburg.
Natal is de provincie met de meeste heidenen: En van die provincie is ons zendingsgebied het minst toegankelijk, vanwege de steile bergen en de gevaarlijke Umkomaas-rivier.
Er wonen ook niet zoveel mensen.
Maar wat hier gedurende zo'n dertig jaar tot stand is gebracht, moet onze bewondering hebben. Er werd wat groots verricht!
Je krijgt daar iets meer kijk op, wanneer je een bezoek brengt aan het zendingsveld en, zoals mij ten deel viel, meegaat het veld in, om iets van het eigenlijke werk te zien. Uit zendingsblad en zendingsavonden steek je natuurlijk heel wat op. Maar je blijft toch teveel nog aan de buitenkant.
Als je de kans krijgt even te ruiken aan het eigenlijke werk, ervaar je wat meer van de binnenkant van het zendingswerk.
Met de Zulu-helper-evangelist Albert Shange vertrokken we 's morgens om een uur of acht om ergens om 12 uur een kerkdienst mee te maken.
De tocht duurde zeker 95 km vanuit Richmond, (waar de fam. Vonkeman thans woont). De eerste 60 km ging wel.
Daarna draaiden we de rimboe in, eerst over door bulldozers gelijkgemaakte wegen, vol kuilen en stenen.
Af en toe stopte ons 'bakkie' om volgens gewoonte liftende Zulu's op te pikken, die we een eind verderop weer moesten afzetten. De laatste 8 km, vlakbij de Umkomaas, werden zo steil en gevaarlijk, dat de vierwielaandrijving moest worden aangezet: voorzichtig kantelden en wankelden we naar beneden over steeds lastiger wordend terrein totdat we de rivier bereikten.
Daar bevindt zich een winkel van Sinkei, met van alles te koop voor de bewoners van die streek. We reden ook een schooltje voorbij, waarvan het dak was weggestormd, zodat de juf de zwarte kindertjes vol enthousiasme les gaf in de open lucht.
Langzaam reden we langs de oever van de rivier, soms door een stuk droge, met stenen bezaaide, bedding, naar een paar hutteri. Op enige afstand riep de zendeling of er nog mensen meegingen naar de kerkdienst.
Enkele vrouwen maakten zich daarvoor klaar en na een lange wachttijd keerden we met een tweetal vrouwen in de schokkende laadbak terug. Onderweg stopten we nog een enkele keer: om nog meer zusters, met of zonder babies, op te laden.
We kwamen weer door de droge rivierbedding, gingen de oever langs, en tenslotte werd de Isuzu geparkeerd op het erf van een koopman, nadat daarvoor beleefd toestemming was gevraagd. Toen volgde nog een klim over een voetpad, zo'n 900 meter ver. De zusters klommen als berggeiten, een beetje te snel naar mijn oordeel. Hijgend en puffend bereikten we tenslotte een groep hutten, in een waarvan de dienst gehouden zou worden.
't Was inmiddels kwart voor 12 geworden.
't Werd 12 uur, half een, kwart voor een. Blijkbaar zou niemand meer komen. Shange stond op, gaf een psalm op uit het bundeltje dat er lag, (zo'n 76 psalmen naar ik meen, en 140 gezangen) en we zongen een stuk of drie liederen na elkaar. Niet enkele verzen van een psalm of lied, maar de hele psalm, het hele lied. (Op den duur kon ik niet meer.) De dienst begon: Ds. Vonkeman sprak votum en zegen in het Zulu.
Weer moesten we zingen. Toen volgde de schriftlezing, naar ik meen uit 1 Petr. 2. 't Ging in de preek in ieder geval, zo vertelde hij me later, over vreemdeling-zijn in deze wereld, 1 Petr. 2:11.
AI verstond ik geen woord van wat gezegd werd, wel kon je uit de manier van spreken opmaken, dat de zendeling erg beeldend, misschien zelfs wat dramatisch en overdreven, in de mooi klinkende Zulu-taal sprak.
Er kwam uit de aanwezige vrouwen, die op chinese matjes op de grond tegenover ons zaten, wel af en toe reactie: instemmend mompelen, geknor, gelach.
Dat laatste zal geweest zijn toen hij duidelijk maakte wat het betekent een vreemdeling te zijn.
Ik zal er uiteraard wat onnozel bij gezeten hebben. Voor we de hut binnengingen had ds. Vonkeman tot me gezegd: Doe nu precies wat ik je opdraag. Anders maak je misschien onbewust fouten. Dus... achter mij aan naar binnen, naar die kale houten bank tegen de ronde muur, achter de daar geplaatste houten tafel.
Een vreemdeling, moet hij gezegd hebben, weet niet hoe hij zich moet gedragen. Kijk, daar zit er een. Die heb ik meegebracht. Ik heb hem precies moeten zeggen, wat hij wel en niet moest doen. Anders zou hij wellicht fouten hebben gemaakt, zonder het te beseffen. Enz.
Na de preek werd er gezongen en gebeden. Toen nam Shange het woord en hield eveneens een toespraak.
Na het zingen van het lied dat hij had opgegeven, volgden zeker nog drie toespraken, met erop aansluitend zingen door drie zusters.
Tenslotte een gebed, door een van haar, eerbiedig neergeknield met de ell bogen op de grond.
Later bleek dat de spreker en spreekster datgene, wat hen getroffen had in de preek van de voorganger, nog eens extra hadden aangestreept.
In deze zin: hier vooral moet u aan denken, dit heeft mij zo aangesproken vanmorgen. Je zou kunnen zeggen, dat het gehoorde werd herkauwd.
Voordeel hiervan is, dat zo'n schriftgedeelte rotsvast bij de meeste mensen wordt ingehamerd.
Zo'n preek vergeten ze niet licht.
Al met al was het ondertussen drie uur geworden.
Na het uitspreken van de zegen door de zendeling ging de deur open en dienden meisjes een voortreffelijke rijstschotel op. De kip, die voor de dienst nog voor onze voeten had gelopen, was doorvoor gestraft met de dood. Ze diende nu om de hongerige maag van een vreemdeling te voeden. Het smaakte geweldig, heerlijk klaargemaakt met kerry ondermeer.
Wat kan het vreemd gaan in de wereld.
Dat je nu ook net daarvoor naar Zuid-Afrika kwam ... De kip wist echter niet dat het beslist geen opzet was geweest van mijn kant.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief