Post uit Rwanda
1990-04-27
Vuilnis- Jaargang 34
- nummer 9
Ik heb een glas gebroken. Jammer hé! Ik zou snel eventjes afdrogen en - pats - daar lag het in allemaal splintertjes. Wat nu? Opruimen natuurlijk.
Voorzichtig al die scherfjes met stoffer en blik opvegen want anders heeft straks iemand zo'n scherp stukje glas in z'n voet. Ondertussen bedenk ik wat ik zal doen met het glas. Weggooien, vinden jullie zeker. Ja, maar waar? In de glasbak? Die bestaan niet in Afrika.
In de vuilnisbak? Die hebben we niet en jullie hoeven er ook niet een op te sturen hoor, want we zouden er niks aan hebben. Er komt nooit een vuilniswagen dus die bak zou alleen maar voller en voller worden en nooit eens worden leeggehaald. Ik zal je vertellen wat wij doen met alles wat we weg willen gooien.
In de keuken staat een grote bak met een deksel. Die is voor de schillen en het afval van de groente, koffie uit de filter gaat er ook in en theeblaadjes.
Elke middag gooien we die bak leeg op een heuveltje in de tuin. De composthoop is dat. De schillen bederven daar snel en na een tijdje is het compost. Dat is goed voor de tuin. Als je het door de aarde spit groeien de bloemen en groenten beter. Maar niet al ons afval kan op de composthoop. We hebben ook prullebakken en daar gaan andere dingen in. Dingen die geen compost kunnen worden maar wel kunnen verbranden. Als er een beetje wind staat maakt Dick een vuurtje achter in de tuin. Het stinkt meestal als de boel brandt maar met een beetje wind waait dat snel over.
Er zijn ook dingen die niet bederven en ook niet verbranden. Blikjes bij voorbeeld. Alle margarine zit in blik en we maken melk van melkpoeder uit grote blikken. Als de blikken leeg zijn was ik ze af en zet ze weg. Van tijd tot tijd komt er een oude man. Hij is helemaal donkergrijs. Zijn haar is grijs en zijn hoofd en armen en benen zijn grijs, zijn kleren zijn grijs en de grote zak die hij op zijn kromme rug draagt is ook al grijs. HIj lacht altijd en groet iedereen. Overal haalt hij lege blikjes op. En als je wat te geven hebt zegt hij wel tien keer 'Murakoze', 'Dank je wel' betekent dat. Lege flessen wil hij ook graag hebben maar die bewaar ik voor een andere oude man, en lege flessen hebben we niet zo vaak. De blikjes kan de meneer verkopen op de markt. Er worden daar olielampjes van gemaakt.
Op die manier kan ik een heleboel kwijt, maar niet dat gebroken glas.
Want dat hoort nergens bij en de dekseltjes die ik van de boterblikjes draai ook niet. Onze buren hebben een oplossing bedacht. Ze maakten een gat in de heg en duwden hun rommel daardoor. Waar denk je dat dat terecht kwam? Juist, bij ons in de tuin. Een keer kwam er zelfs een leeg plastic potje aanvliegen 6ver de heg. Nou ja, dat kan toch niet! De meeste mensen maken een gat in hun tuin. Bij de huizen van de studenten zijn een paar diepe gaten.
Wel tien meter diep. Eerst woonden we vlak bij zo'n gat. Het was verstopt tussen de bosjes dus het duurde even voor we ervan wisten. Eng, vond ik het. "Valt er nooit iemand in?" voeg ik aan onze buurman.
"Jawel, er viel eens een hond inzei hij - Het was een gemene hond.
We hebben hem laten zitten. Het gat is zo diep, we hoorden hem bijna niet. En een keer viel er een kind in." Nee toch!" riep ik verschrikt.
'Ja', zei hij, "maar dat hebben we eruit gehaald natuurlijk. Het had helemaal niets gebroken maar het was wel vreselijk geschrokken."
Nou, dat snap ik. Ik heb het gat aan Jonathan en Matthijs en Gersom laten zien en gezegd dat ze er niet in de buurt moesten komen. In onze eigen tuin hebben we niet zo'n diep gat gemaakt, maar nu hebben we ook niets om dat glas in te gooien.
Misschien moeten we maar een ondiep gat maken ergens bij de heg waar we niet planten. Eerst doe ik de scherven wel even in een blikje.
Lastig hé, zondêr vuilnisbak. Weten jullie eigenlijk wel waar de rommel uit jullie vuilnisbak heengaat? Moet je eens vragen. In Nederland is het ook niet zo eenvoudig.