De kerk als opvoedingsgemeenschap
2008-01-18
Hoe leert een Fries in Noord-Brabant Fries te spreken? Het is inmiddels een klassiek voorbeeld. Maar het spreekt nog steeds tot de verbeelding als het over geloofsopvoeding gaat.- Jaargang 52
- nummer 2
Prof. dr. Wim ter Horst gebruikte deze vergelijking om te laten zien dat de christelijke opvoeding tegenwoordig niet meer ‘vanzelf’ gaat. Vroeger groeiden kinderen in (het grootste deel van) Friesland op in een omgeving die Fries met elkaar sprak. Het Fries leren spreken ging min of meer vanzelf. Zo ging het ook met de geloofsopvoeding. In grote delen van Nederland was het vanzelfsprekend: je ouders gingen naar de kerk en jij dus ook, nét als de buren en de kinderen uit de klas.
Op enkele plaatsen en streken na is dat beeld in Nederland verleden tijd.
En in de ons omringende landen bestaat een christelijk opvoedingskader al veel langer niet meer. Ter Horst noemt daarbij onder andere als oorzaken: het gezag is niet meer vanzelfsprekend, het besef van de eigen groep is tanende, en de eigen cultuur staat (mede als gevolg van de invloed van de media) onder grote druk. Het betekent dat kinderen niet meer in hun eigen omgeving leren te geloven.
Soms kijken ze zelfs met verbazing naar opvattingen die één generatie geleden in christelijk Nederland volstrekt vanzelfsprekend waren.
Doelbewust
Daarom lijkt de geloofsopvoeding tegenwoordig op de situatie van Friese kinderen die in Brabant opgroeien. Niemand in de omgeving spreekt Fries. Geen enkele klasgenoot kent bûter, brea en griene tsiis. Als de ouders tóch willen dat hun kinderen Fries leren spreken, dan zullen ze daar doelbewust in moeten investeren. Zo gaat het ook met de geloofsopvoeding.
Het gaat niet meer vanzelf. Het is niet meer automatisch zo, dat als de ouders thuis geen aandacht besteden aan de verhalen uit de Bijbel, de kinderen het dan wel bij de buren of op school horen. Je moet je dus als ouders actief inzetten. Doe je dat niet, dan zal het geloof voor de kinderen weliswaar nog een beetje de nestgeur van vroeger vertegenwoordigen (‘och ja, zo ging dat toen’), maar niet meer dan dat.
Daarbij moet ik denken aan mijn eigen situatie als een in Brabant geboren Fries. De Friese taal klinkt me als muziek in de oren, het is de taal die mijn ouders thuis tegen elkaar spraken. Maar ik heb deze taal nooit actief leren spreken. Behalve thuis hoorde ik de taal nergens. Ik heb er dus ook nooit mee geoefend.
Gemeenschap van opvoeders
Eén van de belangrijkste middelen die prof. Ter Horst ziet bij de geloofsopvoeding, zijn de opvoedingsgemeenschappen.
Opvoeden doe je niet alleen. Vroeger niet en nu zeker niet. Opvoeding hoort plaats te vinden in gemeenschap met anderen.
Het is opvallend hoeveel ouders tegenwoordig zoeken naar houvast. Ze lezen het ene opvoedingsblad na het andere. Opvoedprogramma’s op televisie zijn ‘in’. Het gaat dus niet meer vanzelf.
De kerkelijke gemeente heeft een goede structuur om ouders daarbij te helpen. Daar komen ouders die dezelfde normen hebben (al verschilt de uitwerking). Er is kennis aanwezig, er zijn oudere en jongere gemeenteleden, de leden zijn gewend om elkaar te ontmoeten. Daarom is het jammer dat er van die mogelijkheid nog zo weinig gebruik wordt gemaakt.
Veel vragen
Wat vragen ouders? In onze kerkelijke gemeente werd een oriëntatie-avond gehouden voor ouders van baby’s en peuters. Het bleek dat de vragen legio waren. Ik noem er enkele: Waarom komt mijn kind zo moeilijk in slaap? Wat zijn goede boeken om voor te lezen? Hoe verdeel je gezin en werk? Hoe trek je als ouders één lijn?
Wat kan ik doen als mijn peuter zo ontzettend dwars is? Wat is een goede Bijbel voor peuters? Hoe stel ik grenzen? Welke televisieprogramma’s zijn geschikt voor peuters? Hoe verdeel ik mijn aandacht? Hoe ga ik om met de welvaart om mij heen: moet mijn kind ook zoveel speelgoed? Hoe speel je met kinderen? Hoe ziet mijn zondag er met het gezin uit?
Opvallend is het brede scala aan vragen.
Een deel is praktisch en alledaags, een ander deel vraagt naar de praktijk van de geloofsopvoeding, maar er zijn ook vragen rond zingeving.
Maar het is zelfs zo dat een groot deel van deze vragen ook bij ouders van buiten de kerk leeft. Er is wat voor te zeggen om deze bijeenkomsten ook voor andere ouders open te stellen… Wat een mogelijkheden biedt de structuur van de christelijke gemeente!
Opvoeden doe je niet alleen. De structuur ligt al klaar om het sámen te doen! Er zijn genoeg onderwerpen om het hele nieuwe jaar te vullen. En dat is ook de wens van de jonge ouders in de gemeente.
Peuters of pubers?
Nu zullen er mensen zijn die vinden dat het juist bij pubers er op aan komt. Dán zitten de ouders met de handen in het haar. De kleuter gaat nog wel mee naar de kerk. Hij zegt nee, maar doet uiteindelijk ja. Maar die puber blijft gewoon op zijn bed liggen, hij zegt nee en hij doet nee. Het is waar: pubers laten duidelijk zien en horen wat ze willen.
Tegelijkertijd moeten we niet bij voor-baat zeggen dat de puberteit ‘de’ problematische leeftijd is. Het is ook een boeiende, inspirerende en zeer oorspronkelijke leeftijd. De ene puber geeft daar op een andere manier invulling aan dan de ander.
Toch zijn er goede redenen om met de gesprekken tussen ouders veel vroeger te beginnen. Ook in gesprekken tussen ouders onderling geldt: jong geleerd, oud gedaan. Naarmate het meer gewoon is om elkaar te bevragen en te steunen, zal dat gesprek ook later gemakkelijker verlopen. Bovendien wordt het emotionele fundament van het kind al in de eerste drie jaar gelegd. Ook daarom hebben ouders elkaar nodig om in een veilige sfeer met elkaar ervaringen uit te kunnen wisselen.
Pedagogisch reveil
Nadenken over opvoeding binnen de kerkelijke gemeente… Vroeger lazen ouders de artikelen van prof. dr. Jan Waterink. Of de inhoud écht doordrong betwijfel ik wel eens. Helaas is tegelijk met de erosie van de samenleving ook de aandacht voor de opvoeding binnen de kerken verwaterd.
Het is hoog tijd voor een pedagogisch reveil binnen de kerken. Te lang is er gedacht dat ieder gezin het zelf maar uit moest zoeken. Het moet weer gewoon worden om met elkaar te spreken over opvoeding. En in kerkelijke gemeenten waar weinig kinderen of jongeren zijn, is het zaak om de handen ineen te slaan met ouders van andere kerken. Want opvoeden doe je samen.
Henk Algra is orthopedagoog. Hij is lid van de CGK/NGK-federatie van Alkmaar.