Informatieboekje 1992
1992-07-17
In april verscheen het 'Informatieboekje 1992 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken'. Als de serie in mijn boekenkast kompleet is, is dit het 18e jaarboekje dat in onze kerken verscheen.- Jaargang 36
- nummer 15
Groot en klein
Het belangrijkste deel van het Informatieboekje is uiteraard de alfabetische lijst van de kerken: een naslagwerk voor ieder meelevend gemeentelid. Hier klopt het hart van onze kerken.
We lezen over grote en kleine gemeenten. Een groot aantal activiteiten wordt genoemd. Tientallen namen van mensen die zich inzetten in die gemeenten. Misschien hebben we de neiging om te denken dat het ledental van veel gemeenten alleen maar achteruit is gegaan. Er zijn inderdaad plaatsen waar het aantal leden sinds de eerste jaarboekjes sterk is gedaald. Er zijn ook enkele gemeenten opgeheven. In andere plaatsen blijkt echter (wanneer je de oudere jaarboekjes naast het Informatieboekje van 1992 legt) sprake te zijn van forse groei. Natuurlijk zegt het ledental niet alles.
Zijn die leden ook levende stenen? Een grote gemeente kan een lauwe gemeente zijn. Men kan het ook teveel van zichzelf verwachten. Een kleine gemeente kan een moedeloze gemeente zijn. Het verloop van het ledental kan ook van invloed zijn op de sfeer binnen de gemeente. Des te meer stemt het tot dankbaarheid als we horen van klein geworden gemeenten, waar broeders en zusters juist elkaar en de gemeente trouw blijven omdat ze elkaar zo hard nodig hebben. Soms is zo'n kleine gemeente zelfs een heel levende en open gemeenschap.
Statistiek
Het statistisch overzicht over 1991 gaf aanleiding tot misverstanden. Doordat in 1990 bij de gecombineerde gemeente in Nieuwegein de christelijke gereformeerden mee waren geteld en in 1991 niet, leek er in de regio Utrecht sprake te zijn van een forse achteruitgang in ledental. Dit was dus onjuist. Daardoor slaat de balans na correctie nog nét de andere kant uit: er is in 1991 sprake geweest van een geringe groei (met 13 leden). In de pers werd deze correctie wel gemeld; voor het Handboek 1992 van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken kwam de aanvulling kennelijk te laat; dr. W.G. de Vries meldt alleen de achteruitgang in ledental. Statistische overzichten zijn zelden 'waterdicht'. Dat blijkt o.a. uit het kerkelijk grensverkeer. Er zijn volgens het Informatieboekje 31 vrijgemaakt-gereformeerden lid geworden van de Nederlands Gereformeerde kerken.
Het vrijgemaakt-gereformeerde Handboek meldt er 8 meer: 39 'onttrokkenen' (naar de NGK). Naar de (vrijgemaakt)-Gereformeerde kerken vertrokken 36 Nederlands Gereformeerden (Informatieboekje); het Handboek meldt er 11 meer: 47 'toegelatenen' . Ook in het grensverkeer met de Christelijke Gereformeerde kerken zien we deze verschillen. Het Informatieboekje meldt 70 leden die vanuit de CGK overgingen naar de NGK; het Jaarboek van de Christelijke Gereformeerde kerken noemt 102 leden die over gingen naar onze kerken. Zijn er 32 leden zoek geraakt? Omgekeerd: 63 leden uit onze kerken zijn volgens het Informatieboekje christelijk gereformeerd geworden; het Jaarboek meldt 81 leden die uit de NGK over zijn gekomen.
Kerkelijke spreiding
Op bladzijde 128 van het Informatieboekje vinden we een tekening van de hand van de heer A. van Schijndel uit Den Helder: de landkaart van Nederland met de plaatsen waar een Nederlands Gereformeerde kerk te vinden is. Een tekening die eigenlijk even bijgewerkt zou moeten worden (sinds deze tekening werd gemaakt in 1989 zijn er 2 'predikplaatsen' opgeheven).
Op deze kaart zien we dat onze kerken vrij streekgebonden zijn. Dit kan van invloed zijn op de ontwikkeling van het ledental. De neiging om zich na verhuizing aan te sluiten bij een 'naburig' kerkgenootschap is in sommige streken niet denkbeeldig. Zo meldt het christelijke gereformeerde Jaarboek dat de helft van de uit de NGK overgekomen leden in het noorden van ons land wonen. Inderdaad een bijna witte vlek op de kaart van onze kerken.
Hierbij moet helaas ook worden opgemerkt dat in sommige gezinnen de plaats van het kerkgebouw nauwelijks meespeelt in de keuze van de woonplaats. Wie ver van het kerkgebouw gaat wonen, zal extra inzet moeten tonen om bij de kerkelijke gemeenschap betrokken te blijven; het vraagt ook om extra aandacht van de broeders en de zusters. Die inzet blijkt niet iedereen op te kunnen brengen.
Naar geen kak
We noemden het kerkelijke grensverkeer. Veel meer verontrustend is al jaren het aantal onttrekkingen. In 1991 onttrokken zich 168 leden, terwijl er ook nog eens 16 leden van de ledenlijst werden geschrapt (zij zouden m.i.
in de grafiek op blz. 152 ook mee moeten worden geteld). Hoewel het er bij de aantallen niet bij wordt genoemd, moeten we aannemen dat deze mensen zich niet meer bij een kerk hebben aangesloten. Het is een heel verdrietige zaak als gedoopte mensen de weg naar de kerk (en vaak ook de weg naar God) kwijt zijn geraakt. Ook in onze 'genabuurde' kerken is dit een punt van grote zorg (de Christelijke Gereformeerde kerken verloren op die manier 472 leden; de vrijgemaakt-
Gereformeerde kerken 343 leden aan 'geen kerk' of 'onbekend'). Hoewel we met dankbaarheid mogen zien dat er ook leden werden toegelaten is het aantal onttrekkingen in de kerken helaas veel groter dan de 'winst door evangelisatie' .
Jaaroverzicht
Sinds 1986 is Ds. K.H. de Groot uit Bunschoten de redacteur van het Informatieboekje. Dat betekent dat hij verantwoordelijk is voor de inhoud van het Jaaroverzicht. Dat overzicht bepaalt ook een beetje het 'gezicht' van de kerken, want de kerkelijke pers haast zich ieder jaar weer om uit de inhoud van zo'n overzicht te kunnen citeren. Daar wordt immers min ofmeer de balans van het afgelopen jaar opgemaakt? Het zal duidelijk zijn dat het schrijven van zo'n verslag dan ook geen gemakkelijke taak is.
Wat mij vooral opviel in het Jaaroverzicht is, dat de toon zo in mineur is.
Ds. de Groot spreekt van een toenemend individualisme en van geestelijke agressie binnen de kerken. Hij noemt de hoge eisen die aan predikanten worden gesteld en brengt het grote aantal vacatures in relatie tot het geringe aantal uitgebrachte beroepen naar voren (opvallend is dat Ds. H. van der Schaaf in het christelijke gereformeerde Jaarboek 1992 hier ook naar verwijst). Er kunnen ook nog wel andere zorgen aan worden toegevoegd, zoals moeiten om de ambten te vervuilen, de invloed van de moderne levensstijl enz., enz. Wie alléén over moeiten en zorgen leest, zal zich bijna af gaan vragen waarom de Nederlands Gereformeerde kerken nog bestaan, waarom mensen nog lid zijn van deze kerken. Toch is er ook een andere kant, en die mag ook belicht worden. Is het niet een wonder dat God zulke goede dingen doet in onze kerken? Dat er jongeren van harte 'ja' zeggen tegen God, dat het gemeenteleven bloeit, dat mensen zondag-aan-zondag mogen horen over het perspectief in hun leven? Doordat de eindredacteur van het Informatieboekje zich (en niet ten onrechte) zorgen maakt over sommige ontwikkelingen binnen onze kerken, lijkt de dankbaarheid teveel naar de achtergrond te zijn geschoven. Dat is jammer; we missen op die manier toch een wezenlijk onderdeel van ons leven als christelijke gemeente(n).
Opleiding
In zijn Jaaroverzicht wijdt Ds. K.H. de Groot ook enkele woorden aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie. Nadat hij op blz. 155 al had gewezen op de noodzaak van een eigen opleiding, schrijft hij op blz. 162: "Het Seminarie heeft blijkbaar een plaats verworven binnen onze kerken ... Het is' wel merkwaardig dat de landelijke vergadering aan deze feitelijke situatie helemaal voorbij ging". Vervolgens vraagt ds. de Groot zich af of we niet op een vreemde manier bezig zijn als de TSB (theologische studiebegeleiding) mede gaat functioneren als een (praktische) postdoctorale opleiding.
Als de studenten allemaal dezelfde (eigen) opleiding zouden volgen, zou de TSB immers niet nodig zijn? Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, wijst de context in het jaaroverzicht toch in de richting van een pleidooi voor het Seminarie. In dit verband noem ik een zinsnede van Ds. G. van den Brink in het jaaroverzicht 1984 ten aanzien van het Seminarie: "De redacteur van het Informatie- , l boekje zou buiten zijn boekje gaan, als hij zijn invloed zou aanwenden voor het promoten van een opleiding die niet door alle kerken is gesticht, daarentegen slechts door een gering aantal kerken wordt gedragen" (blz. 144, Jaarboekje 1985).Om misverstanden te voorkomen: het gaat mij hier niet om de betekenis van het Seminarie als zodanig; het hééft zich een plaats verworven binnen de kerken. Maar is een Jaaroverzicht wel de plaats waar déze discussie gevoerd moet worden?
Andere kerken
Uitvoerig gaat ds. de Groot in op de verhouding tot de Christelijke Gereformeerde kerken en de (vrijgemaakt-) Gereformeerde kerken. Het lijkt wel of de 'pas-op-de-plaats' ten aanzien van de kontakten met onze christelijke gereformeerde broeders en zusters heeft geleid tot een opnieuw omiien naar de vrijgemaakt-Gereformeerde broeders en zusters. Overigens geven sommige veranderingen binnen deze kerken ook wel aanleiding tot meer optimisme dan voorheen. Ds. de Groot heeft zelfs een hartelijke conceptbrief opgesteld als antwoord op een eventuele brief van vrijgemaakte zijde.
Helaas doet een deel van het jaaroverzicht van dr. W.G. de Vries in het Handboek 1992 toch weer veel hoop de bodem in slaan. Gelukkig vallen er (zoals al genoemd) binnen de vrijgemaakt-Gereformeerde kerken ook andere (milde) geluiden te beluisteren. Wie weet wat er in de toekomst - met Gods genade - mogelijk is.
Verplichte lectuur
Wie een beetje thuis wil zijn in onze kerken, doet er goed aan zich het Informatieboekje 1992 aan te schaffen.
Waar kan ik een prekenserie bestellen, kan onze dochter in Utrecht 'vertrouwd' onderdak krijgen, is er in Krommenie een jeugdvereniging, wie is de zendeling van Leerdam in het Nqutu-district, wat is het adres van de STAGG, wie zitten er in de 'kommissie openstelling diakenambt voor de zusters in de gemeente', wat is het adres van de scriba in Nieuwegein, hoe laat begint de kerk in de buurt van onze camping, is daar crèche? Handig toch, zo'n boekje? Eigenlijk is het verplichte lectuur, voor weinig geld.
Naar aanleiding van: lnforrnatieboekje 1992 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken. Redactie: Ds. K.H. de Groot.Uitgave: Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 216 pagina's. Prijs: f 15,30.