Een provinciestad in Bulgarije
1992-07-17
Hristo Michailov was een belangrijke revolutionair in de opstand van 1923. Hij klom op in de rangen van de Bulgaarse Communistische Partij en in de Tweede Wereldoorlog was hij een belangrijke legerleider. Nog steeds staat hij ongenaakbaar op zijn sokkel in het centrum van de stad, die naar hem is genoemd.- Jaargang 36
- nummer 15
't Is echter de vraag hoe lang dat nog het geval zal zijn. Zijn geboortehuis, dat tot museum werd ingericht, bleek op de vier achtereenvolgende dagen dat ik erheen ging volmaakt potdicht. De eerste grafitti zijn voorzichtig op de deuren verschenen. Zijn graf, tot voor kort een communistisch heiligdom, ligt er wat verwaarloosd bij. De lege tandpastadoos, die iemand er achteloos had neergegooid, bleef ook gewoon liggen, de hele week totdat ik in Michailovgrad verbleef. Er gaan stemmen op dat men de man gewoon ergens anders moet gaan begraven en dat ook te doen met zijn vrouw, Dora Karova Michailova, die in 1980 overleed en op een steenworpafstand van haar eigen, opvallende, grafteken heeft. Binnenkort is het communistische heiligdom verdwenen, verwachten insiders. Dan staat op dat plekje aan het einde van de Boulevard Dimitrov alleen de Bulgaars Orthodoxe Kerk in enige glorie overeind. Tekenend voor de situatie!
nieuwe nood en nieuwe kansen
Ook in de Bulgaarse provincie veranderen de dingen dus, zij het niet zo snel als in de hoofdstad. Deze hoek van Noordwest Bulgarije, op drie uur spoorafstand van Sofia, was altijd intens marxistisch! Nog steeds vindt men hier veel oude communisten, die uiterst ontevreden zijn over de huidige gang van zaken. Op zich is dat niet onbegrijpelijk, want economisch gaat het niet goed met Michailovgrad. Een paar grote fabrieken, uiteraard volgens goed-marxistisch gebruik centraal geleid, hebben hun poorten moeten sluiten of zijn qua productie en aantallen werknemers drastisch geslonken.
Het gevolg is dat er in de stad zeker 5.000 mensen, mannen en vrouwen, werkeloos zijn. En dat op een bevolking van 60.000 mensen ... Meer dan een vijfde van de beroepsbevolking, die hier beide seksen omvat. Er is dus nogal wat sociale nood, maar tegelijkertijd een duidelijke wending naar een meer kapitalistische markteconomie.
Er zijn inmiddels wat privebedrijven in Michailovgrad gekomen. "Ze floreren allemaal!", wordt me verteld. Over een poosje zal dat wel te zien zijn in het straatbeeld. Dan rijden de nieuwe zakenlieden in een westerse wagen, in plaats van in een van die eindeloos gedeukte en geblutste Lada's, Moska's, Zjigoeli's en Wartburgen. In de straten ontwaar ik trouwens al heel wat vrachtwagens uit West-Europa, vooral uit Oostenrijk. De oude firmanamen en adressen in Wenen en Salzburg staan nog op de auto's; ze hebben alleen nu een bulgaars nummerbord. Een kennis van me heeft uit de voormalige DDR een vrachtwagen gehaald, voor zijn eenmansbedrijfje. Hij deed er twintig dagen over om de terugreis te volbrengen! Dat kwam vooral doordat hij bij de diverse grenzen dagenlang moest wachten. Hij vindt 't niet zo erg, want met die vrachtwagen is hij zeer geholpen.
De straathandel in het stadscentrum ook te bloeien. Tientallenkraampjes, meestal een opklaptafeltjegroot, liggen vol met westerse dingen: haarlak, deodorant, koffie, chocola, cosmetica en drank. Het meeste is afkomstig uit buurland Turkije en is, naar Bulgaarse begrippen, stevig aan de prijs. Voor Westerlingen is daarentegen bijna alles belachelijk goedkoop. 't Is niet zo goedkoop om in Bulgarije te komen, maar 't is wel uiterst goedkoop om er te zijn! (Wat de prijzen betreft, voor veel mensen in Michailovgrad liggen deze producten voorlopig buiten hun bereik.
Als je werkloos raakt, zorgt de staat nog een half jaar voor een zekere uitkering, van ongeveer f 50.! Ook al heb je dan een echtegenoot(e) die nog werkt - het is hier verboden beide partners tegelijk te ontslaan - is toch veel van dat moois allen maar om naar te kijken. En als je na die zes maanden nog geen werk hebt, en die kans is heer groot, dan trek je je soms terug in je tweede huisje, op het platteland, waar je in elke geval je eigen groenten kunt verbouwen en waar het leven hoe dan ook goedkoper is ...)
ook nieuw
Behalve voor die buitenlandse spullen is er opmerkelijke aandacht voor boeken en vooral tijdschriften. Er staan altijd wel mensen te kijken of te bladeren. Die periodieken, kranten en bladen zijn niet uit het buitenland afkomstig.
Overigens is ook in de Bulgaarse publikaties het eerste, nog wat schuchtere, bloot op de omslag te zien. Het vermag mijn aan sterkere, westerse prikkels gewende ogen niet te schokken, maar dat neemt niet weg dat de eerste wankele schreden op weg naar zowel een boulevardpers als naar 'soft porno' lijken te worden gezet. Ik zie het met leedwezen aan. Dezelfde ontwikkeling bespeur ik, als ik in de grootste boekhandel in het centrum een boek van Bhagwan Sri Rajneesh zie liggen, die sinds zijn vroegtijdige dood (aan AIDS, zoals wel wordt beweerd?) Osho heet. 'Yoga, Meditatie en Sex' is de titel van het dunne boekje, dat voor twaalf leva (ongeveer een gulden) te koop is. "Waarom verkoopt u dit boekje eigenlijk?", wil ik weten van de verkoopster, die overigens niet de eigenaresse is. "Weet u dat die man in het Westen een omstreden sekte-leider was? Ik denk niet dat dit een erg goed boek is." Haar antwoord is zeer simpel en afdoende: "De mensen in Bulgarije willen ook wel eens over seks lezen!" Het antwoord verbijstert me! Als het boek van Bhagwan niet het woord 'seks' in de titel had, hoefde geen hond het te hebben. Maar nu, door dit ene woord liggen er vijfendertig exemplaren in een provinciestadje, in afwachting van een nieuw publiek om te corrumperen ... De kinderen van de duisternis hebben het voor de zoveelste keer goed aangepakt, denk ik, als in de winkel uitga.
nieuwe gemeenten
Ik ben overigens niet in Michailovgrad om te fulmineren tegen de goddeloosheden van Bhagwan, maar om lezingen en Bijbelstudies te geven in een gemeente, die nog maar pas is ontstaan en nu al zo'n honderd leden telt.
Ik verblijf bij de ongehuwde voorganger van die gemeente, Plamen, een jonge kerel van zo'n 34 jaar. Hij is niet bijzonder ontwikkeld te noemen, maar hij is vurig van geest. Ik ken maar weinig mensen die zo vol overgave kunnen bidden en spreken over de Heer! Tot twee maanden geleden was hij werkzaam in een van de fabrieken, waar ze eerst televisieschermen en monitoren maakten en vervolgens op de produktie van brandkasten overgingen!
Ook dat wilde niet erg lukken, in een nieuw bestel, waarin je als producent echt moet concurreren. Zo zijn ook in die fabriek honderden ontslagen gevallen en Plamen was een van hen. In zijn geval pakte het goed uit; hij had in zijn vrije tijd altijd al vele uren besteed aan het werk van verkondiging en evangelisatie en de vraag kwam of hij dat nu 'voltijds' en bezoldigd wilde gaan doen? Dat wilde hij graag, met het gevolg dat hij nu, met 'Brother Rumen', voor deze gemeente verantwoordelijk is. Ze werken hard, spreken over Christus waar ze maar kunnen, trekken erop uit in de wijdere omgeving van de stad en blijken daarbij alom bekend en redelijk gerespekteerd. Als ik met Plamen door het park naar het postkantoor loop, of wat door de voornaamste winkelstraat slenter, wordt hij door allerlei mensen gegroet die ik niet als gemeenteleden herken. Wanneer we langs het politiebureau komen, weet hij er van alles over te weten. "Ja, een paar jaar geleden, wij kwamen hier heel geregeld", zegt hij zijn ietwat gebroken Engels. "Voordat het Communisme wegging. We mochten niet bij elkaar komen voor dienst, maar dat deden we toch. Nu zijn ze veel vriendelijker. Nu huren we een ruimte van de gemeente voor dienst."
Zoals Plamens gemeente zijn er nu diverse in Michailovgrad. Twee jaar geleden was er maar een enkeling die voor zijn of haar geloof uitkwam, maar nu is dat veranderd. Toch, waar vroeger nauwelijks enige gemeente was en er nu wel zes zijn, is dat niet alleen reden tot blijdschap. In dit achterafstadje zijn diverse gemeenten ontstaan door een duidelijk konflikt, en dat had te maken met de geestesgaven. In die kleine en kwetsbare Christelijke gemeenschap is geen explosiever gespreksonderwerp te bedenken dan dat van de 'charismata'! Na elke Bijbelstudie of lezing krijg ik er geheid vragen over, wat ik ervan vind.
Eenvoudig en vroom
AI weet ik dus al gauw dat er in de Christelijke gemeenschap van Michailovgrad, en van Bulgarije in zijn geheel, de nodige verdeeldheid heerst (of is het juist on-nodige verdeeldheid?), toch ben ik na een week in de kring der gelovigen eigenlijk best onder de indruk. Zo anders dan bij ons in het Westen vaak het geval is, zijn de Bulgaarse Evangelische Christenen met een onverdeeld hart, lijkt het. De vele maatschappelijke en culturele afleidingen en verlokkingen die wij in ons deel van de wereld kennen lijken (voorlopig?) nog afwezig. Als er een Bijbelstudie wordt gehouden of een bidstond wordt belegd, komen de mensen bijeen, in een dan prompt overvolle flat of in een boerderij, als het om gelovigen op het platteland gaat. De overgave waarmee men daar bidt stemt eigenlijk tot een zekere jaloezie.
Wat een betrokkenheid Dan hebben we de spreekwoordelijke gastvrijheid van Oost-Europa nog niet genoemd. De voorbeelden zijn er in grote aantallen. In het boerendorpje Dolno Tserovene, een half uur naar het Noorden, vlak bij de Donau, die daar de grens met Roemenie vormt, werk ik, zonder honger, een vierde en vijfde maaltijd van die dag met enige moeite naar binnen. Het hoort tot je Christenplicht om zoveel voedsel te eten als je maar enigszins aan het gezicht kunt onttrekken. De gulheid en de hartelijkheid is overweldigend en de gedecideerde oma's en moeders van het Bulgaarse platteland zijn gedurende het hele proces met een waakzaam oog aanwezig. (Bij een maaltijd heb ik, aan een overigens heerlijk stuk vlees de grootste klodder vet die ik van mijn leven ooit heb gezien. Dat was de enige keer dat ik in Oost-Europa ooit heb 'geleden voor het Evangelie' ...)
geschakeerd
In een week krijg je wel een beeld van het leven in zo'n afgelegen hoek van Oost-Europa, in al zijn facetten. Van mensen en plaatsen. De hoge flats aan de rand van het eigenlijk heel aardige park, die allemaal 'Aurora' heten, met nummers van 1 tot 4. Zouden die onappetijtelijke woonkazernes echt de 'Dageraad' van het Communisme moeten symboliseren? Zo'n tegenstelling wil er bij mij niet in, ondanks alle gruwelen op het gebied van bouwstijl, die ik inmiddels in Oost-Europa heb meegemaakt.
(Het kan ook zo zijn dat ze zijn genoemd naar de slagkruiser die in de Oktoberrevolutie in Petersburg de kant van de Bolsjewieken koos, houd ik me voor.) De trots poserende stelletjes, die op zaterdagmorgen aan de lopende band in de echt worden verbonden; 't is een gaan en komen van bruidsstoeten, als ik voor het gemeentehuis een poosje blijf staan kijken. Ze verlaten de trouwzaal onder de klanken van Beethoven's 'Ode an die Freude', dat keer op keer oorverdovend ten gehore wordt gebracht. (Wie beweert er dat ze in Oost-Europa nergens geluidsapparatuur van een zeker volume hebben waarmee je een hele volksmassa kunt begeleiden?) De morgen dat ik sta te kijken richt geen huwend stel de schreden naar het Monument van de Revolutie; vroeger ging bijna ieder paar foto's laten maken aan de voeten van de grote revolutionaire held, die heel krijgshaftig met zijn vuurwapen zwaait. Maar dat is nu voorbij; al is het niet meer dan dertig stappen naar het monument van het roemruchte verleden, niemand die er nog gaat kijken. De grote vijvers, die nu leeg staan en de vele fonteinen die nu buiten dienst zijn. De mensen die meer dan vroeger iets van hun emoties gewoon op straat laten merken. Mensen die op bankjes zitten te genieten van hun spelende kindertjes. Het is lente en ook de politieke vorst lijkt uit de grond. Het leven, dat nooit zonder ontberingen is, is desondanks goed te noemen. Mensen hebben altijd weer een groot vermogen om zich vast te klampen aan die dingen waarvan je wel genieten kan.
Wat je bij blijft
De indrukken die ik na een week meeneem zijn vele en ze zijn ook, zoals steeds, heel gevarieerd. De diepste indruk maakte zeker het leven van de gemeente waarin ik verblijf. De hartelijkheid, de betrokkenheid op elkaar, de belangeloze en onbaatzuchtige zorg voor me, een tot dan toe onbekende buitenlander. Toen ik aankwam, werd ik door vijf mensen van het station opgehaald; als ik weer vertrek, zijn komen er zeker vijftien mensen opdagen. Dat is hartverwarmend! Als we elkaar ten afscheid groeten, heb ik die gemeente toch wel in mijn hart gesloten.
Ze willen herkenbaar zo dolgraag groeien, in aantal maar zeker ook in diepgang. Ze komen zeker twee dagen per week bij elkaar. Ze wekken elkaar op om over Christus te praten. Ze lopen veelal over van motivatie. Wat ze voorstaan is bekend en maakt ook op hun omgeving duidelijk indruk. Als het bericht gaat dat een partij bouwstenen voor hun kerkgebouw is aangekomen, (de bakstenen worden met de trein vervoerd en worden op het station gewoon gelost), neemt een aantal mensen de volgende dag vrij. Met elkaar gaat men die 7500 stenen weer laden (op die vrachtwagen die uit Duitsland is gekomen) en op het bouwterrein wordt het geheel weer gelost. Bijna een hele dag is men bezig om ze daar in een grote keurig aangelegde stapel onder een groot zeildoek te krijgen. Als ik met een camera toesnel, willen ze er allemaal op. Ik heb nog nooit zoveel foto's van een groep mensen gemaakt; het welbehagen om te worden gekiekt is nog volop aanwezig.
Maar ook, omgekeerd, als er met mijn toestel iets mis blijkt, gaat een van de gemeenteleden die tv-monteur is twee uur lang aan het werk om het zaakje uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten; hij maakt hem keurig en wil er geen cent voor hebben! Hij glimlacht een keer verlegen, als ik hem bedank en meer mag ook beslist niet!
Wat me bijblijft is een 'uitstraling' van die gemeente die ik bijna 'kinderlijk' zou willen noemen, maar zeker ook 'blijmoedig' en 'vol elan'. Ik ben geen reden hen ook maar een seconde te idealiseren, maar ben wel gewoon van die mensen gaan houden. Zoals zij zijn, zijn er in Oost-Europa zoveel gemeenten en individuele Christenen: mensen aan wie je je warmen kan. Als je ziet hoeveel zij in hun samenleving kunnen doen met ons westerse geld, dan denk ik: Ik hoop dat wij in ons land zullen doorgaan met steun aan Oost-Europa. Het is zeer te hopen dat allel ei gemeenten en individuele gelovigen hier, die dat nog niet hebben gedaan, nieuwe kontakten met gemeenten in die talloze steden en dorpen van Oost-Europa zullen aangaan. Wat kunnen we veel kwijt, aan geld en materiele steun en wezenlijke zorg. wat ontvangen we dan ook weer veel terug van de medegelovigen in het Oosten van ons continent: hartelijkheid, bereidheid om hun geloof en hun hele leven met ons te delen, wezenlijke broederen zusterschap. Het wordt weer vakantie. Voor veel lezers breekt, naar ik hoop, daarmee ook weer een tijd aan om de blik Oostwaarts te laten gaan.
Er zijn redelijk vergevorderde plannen om in de Bulgaarse hoofdstad Sofia een 'Christelijke Bibliotheek' te starten.
Als dat gebeurt, zou dat de eerste en dus enige bibliotheek yan zijn aard zijn in het hele land!
Aangezien ik heb aangeboden mee te helpen, en ik daarbij ook heel goed uw steun kan gebruiken, vraag ik u langs deze weg het volgende: Hebt u goede Christelijke (nieuwe of tweedehands) boeken die u voor dat doel wilt afstaan, in Engels, Frans of Duits, wilt u me dat dan melden? Ik zou het in zo'n geval erg op prijs stellen, als u een briefje stuurt met daarin de namen van de auteurs en de titels, en uiteraard uw eigen naam, adres en telefoonnummer.
Bij voorbaat mijn hartelijke dank!