Vraag naar heilshistorische prediking (1)

1990-05-11
  • Jaargang 34
  • nummer 10
In het paasnummer van ons blad stond onder de rubriek Kerknieuws een berichtje over mij dat niet door begrijpelijkheid uitmuntte. De oorzaak van de onduidelijkheid lag bij mijzelf. Ik was te laat met insturen, gaf het toen nog mondeling door en gegarandeerd, dan maak je fouten of je zegt te weinig. Waar ik de lezers van op de hoogte wilde brengen was het volgende. Vanwege Dordt-
College, een inrichting voor Hoger Onderwijs binnen de Christian Reformed Churches van Amerika en Canada in Sioux Centre (Iowa, USA), wordt jaarlijks in de paasweek een predikanten-konferentie gesponsord waarop een theologisch onderwerp van algemeen belang aan de orde wordt gesteld. Enkele jaren geleden bijvoorbeeld liet men daar de bekende professor dr. Heiko A. Obermann uit Tuscon (Arizona) optreden om over Calvijn te spreken - dezelfde lezing als waarmee hij hier in Amsterdam grote eer heeft ingelegd.
Dit jaar was het de bedoeling dat er over de prediking gesproken zou worden. Men had daarvoor de ook in ons land wel bekende prof.dr. Sidney Greidanus uitgenodigd die in Amsterdam aan de VU gepromoveerd is op het proefschrift 'Sola Scriptura: Problems and Principles in Preaching Historical Texts', Toronto 1970. Daarin behandelde hij de in de dertiger en veertiger jaren bij ons zo levendig gevoerde diskussie over de exemplarische en heilshistorische prediking aan welke laatste onverbrekelijk de namen van onze grote voorgangers Schilder, Holwerda, Van 't Veer, De Graaf, veenhof e.a. verbonden zijn. Het ging de broeders aan de overkant met het aan de orde stellen van de prediking inderdaad om die heilshistorische methode van verkondiging. Daarvan verwachten zij veel voor hun situatie die wat de prediking betreft zo sterk bepaald is door het Amerikaanse fundamentalisme en moralisme. Hèt fundamentalisme dat eigenlijk geen historie en het moralisme dat eigenlijk geen heil kent. Tegen beide vergroeiingen van de christelijke verkondiging lijkt de heilshistorische prediking inderdaad een afdoend verweer te bieden. Koncentratie dus op deze preekmethode die een bij uitstek Nederlands produkt is. Het was daarom dat de organisatoren van de konferentie naast dr. Greidanus ook mij hadden uitgenodigd.
Mij-ij? Ja, men kende mijn boeken en vele van mijn preken, sommigen van de organisatoren kenden mij ook persoonlijk, en men had begrepen dat ik uit die traditie van de heilshistorische prediking voortkwam en daarin verder werkte. Men had trouwens ook door dat ik er nu ook weer niet precies mee samenviel, zonder dat men goed kon aangeven waar hem dat in zat. Zowel naar mijn overeenkomst als naar mijn verschil met de genoemde preektraditie was men benieuwd. En zo ben ik dus met verlof van mijn kerkeraad in de paastijd in Amerika's Midwest geweest om daar mijn zegje over de prediking te doen. Ik moet zeggen dat ik het een verrijkende en stimulerende ervaring gevonden heb.

Geschiedenis
Wat heb ik daar nu naar voren gebracht?
Wel, ik heb het niet nodig gevonden de heilshistorische methode precies uit de doeken te doen.
Daarvoor stond hun voldoende informatie ter beschikking. Onder het adagium 'Reflexion has to go on', dat wil zeggen 'de bezinning moet verder gaan', heb ik een probleem aangepakt waar ik zelf altijd weer op stuit wanneer ik heilshistorisch probeer te preken. De moeilijkheid zit voor mij in het begrip 'historie'. Wat is eigenlijk geschiedenis in de bijbel?
Als je niet oppast dan SChepje met dat woord 'historie' een geweldige afstand tussen de gemeente en de Heilige Schrift. Geschiedenis associëren de mensen met het jaarnul, met iets volstrekt achterhaalds.
Natuurlijk, daar kan gemakzucht achter zitten en erger: soms stuit je wel op een geborneerde geest die zich eenvoudig niet kan voorstellen dat er in een tijd die de onze niet is en nota bene zelfs aan de onze vooraf gaat gebeurtenissen zouden hebben plaatsgevonden die voor ons twintigste eeuwse mensen beslissend zijn. Voor zo'n geest mag je zeker niet op zij gaan. Toch kun je hier niet alles mee afdoen. De Here God noemt Zich in zijn woord 'Hij die is en die was en die komen zal'. En deze naam waarin het heden ('is') aan het verleden ('was') en de toekomst ('komen zal') vooraf gaat verplicht ons er toe alles te doen om een heilloos eenzijdige associatie van God met het verleden te voorkomen.
Daar zijn we in de achter ons liggende tijd niet altijd op verdacht geweest, is mijn indruk. Mogelijk is dat de reden dat de heilshistorische prediking bij het kerkvolk toch niet zo bemind geworden is als je zou verwacht hebben. De mensen klagen niet helemaal ten onrechte over een zekere kilheid en afstandelijkheid.
De exemplarische prediking, de tegenpool van de heilshistorische, is direkter - al is het grote nadeel daarvan weer dat ze het historische besef van de mensen verzwakt. Zou er vanuit de bijbel, zo vraag ik mij af, niet iets over de geschiedenis te zeggen zijn waardoor de doorsnee kerkganger gaat inzien dat historie veel 'dichterbij' is dan hij denkt?
Wel, ik voor mij geloof dat de fout hierin zit dat wij de geschiedenis niet anders dan lineair vermogen te zien: een rechte lijn van A naar B, terwijl als ik het goed zie de bijbel dat lineaire, het regelrechte, met het cyklische, de draaibeweging, verbindt.
Meestal wordt tussen deze twee gekozen: het denken is öt lineair of cyklisch, maar ik denk dat je ze wat de bijbel betreft moet kombineren.
Dat levert als figuur een spiraal op. Maar dan zijn we er nog niet, want deze spiraal vertoont in de Schrift naar voren toe een konische toespitsing.

Bijbels voorbeeld
Laten we het niet te moeilijk maken en laat ik aan de hand van een bijbels voorbeeld proberen mijn bedoeling te verduidelijken. Neem de eerste scheppingsweek, ogenschijnlijk niet meer dan een tijds-coupure van zeven achtereenvolgende dagen, een rechte lijn van punt een naar punt zeven. Toch zit de eerste wereldweek veel kunstiger in elkaar.
Je kunt er twee triades van dagen in onderscheiden die samen worden afgesloten met de sabbat. Die twee drietallen van dagen, van de eerste tot en met de derde en van de vierde tot en met de zesde, korresponderen op elkaar, in dier voege dat op de vierde dag wordt afgemaakt wat op de eerste was begonnen, op de vijfde wat op de tweede van start was gegaan en op de zesde wat op de derde z'n aanvang had genomen.
In deze voortgang gaat het van het meer algemene naar het meer bijzondere.
Vertelt bijvoorbeeld de eerste dag van de schepping van het licht, dan laat de vierde dag de verbijzondering van het licht zien in dat van zon, maan en sterren, enzovoorts.
Er zlt dus in het verloop van de zeven dagen een cyklische beweging en we kunnen ons de twee triades voorstellen als twee achtereenvolgende cirkels. We zijn daarbij gerechtigd het eerste drietal dagen als een grotere cirkel voor te stellen waarbinnen het laatste drietal als een kleinere past, want het algemene is het kader voor het bijzondere.
En van deze beide cirkels vormt dan de sabbat het middelpunt. Een kon ische spiraal wordt zichtbaar, eindigend in een punt, en het middelpunt van de dagen is tegelijk het eindpunt van de week. Wat we hier dus vinden is dat de geschapen tijd niet alleen een einde maar ook een midden heeft. Er zit zo in de tijd iets ruimtelijks.
Mogen we nu niet verwachten dat wat we voor de eerste wereldweek aantreffen, tegelijk bepalend is voor de hele navolgende tijd? Voor de geschiedenis dus? Dat bijbels gezien de geschiedenis een beweging is naar het einde én naar het midden? Waardoor een voller geschiedenisbeeld ontstaat waarin heden, verleden en toekomst meer tesamen gebracht zijn dan gebruikelijk.
We gaan daar een volgende keer graag nog wat op door.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief