Koninklijk geweten

1990-05-11
  • Jaargang 34
  • nummer 10
Koning Boudewijn van België weigerde de nieuwe abortuswet te ondertekenen, waartoe zijn regering besloten had. Hij werd even geschorst als koning - men had toen zijn bekrachtiging niet meer nodig.
Vervolgens werd de wet aanvaardgeacht en gepubliceerd. Dat was dat. Daarna werd de koning in zijn functie hersteld.
Nu zijn twee standpunten mogelijk gebleken: dat van de grondwet onzer zuiderburen - en dat van een koninklijk geweten. De koning weigerde namelijk mee te werken aan de moord op honderdduizenden ongeboren mensjes. De koning (en in feite zijn volk) kozen daarmee voor het laatste standpunt - de regering en de staatsjuristen kozen voor het eerste.

Werkte de koning tegen?
De koning scheen correct te handelen: hij had tijdig zijn premier Martens per brief op de ·hoogte gesteld van zijn overwegende gewetensbezwaren.
Daarmee bewees hij zijn volk en regering te respecterenmaar Gode meer te gehoorzamen dan mensen. De regering had kunnen zoeken naar een betere oplossing, indien voorhanden; ze had ook rekening kunnen houden met de gegronde bezwaren van haar staatshoofd - die waarlijk niet met enige anti-abortus-partij mocht worden vereenzelvigd! Al had ze maar de zaak uitgesteld om met de tijd wijsheid te verkrijgen.

Niets daarvan. De koning werd tijdelijk doodverklaard en werd twee dagen later opnieuw tot koning uitgeroepen.
Le roi est mort, vive le roi! De juridisch-denkenden zeiden, met het Afrikaanse vers: Wat reg is moet bestaan, al sou die ganse wereld ook daaronder moet vergaan.

Bij het volk leeft geen enkel verwijt tegen Boudewijn. Vlamingen en Walen wensten hem gelijkelijk terug; mensen pro en contra abortus riepen hem om 't hardst terug. Bij de stemming tot herstel van Boudewijn's koningschap waren circa 200 kamerleden voor, niemand tegen en circa 90 onthoudingen. Die laatsten mogen we aanzien voor mensen, die zichzelf geen klap in 't gezicht wilden geven vanwege hun dwaasheid van eergisteren.

Koninklijk geweten?
Het is niet aan ons een oordeel over koning Boudewijn te geven. Maar ons interesseren wel de vragen: bestaat er een koninklijk geweten?
En... mag dat functioneren?

Het antwoord op de eerste vraag is al gegeven: Boudewijn protesteerde, dus heeft een geweten. Maar mocht het? Of behoort een vorst blindelings te bekrachtigen en dus verantwoording te nemen voor wat zijn ministers eisen?

Dat laatste is niet te sterk gezegd.
Volgens een grondwetspecialist mag de koning niet weigeren, wanneer regering en parlement hebben besloten.
Zijn privé-geweten moet ondergeschikt blijven aan zijn functie of het landsbelang. Een andere professor zegt zelfs bestraffend: dat Boudewijn zich als een roomskatholiek vorst heeft ontmaskerd, wat hij surrealistisch acht. Een europeesdenkend minister gaat nog verder: hij ziet aanleiding het koningschap te beëindigen en een republiek uit te roepen. Terwijl de scherpste stem van een europees-denkende vrouw komt: de koning weigerde het volk te dienen. (Ai, dat zegt ene, die geschapen is om het leven te beschermen.) Op straat echter spreekt het volk ten gunste van zijn koning: als de koning geen standpunt mag innemen in zo'n belangrijke kwestie, heeft het koningschap geen zin meer. En dat het koningschap gewenst is blijkt, niet alleen in de stemming van de volksvertegenwoordiging, maar ook bij het volk zelf: zeventig procent der Belgen wilde zijn koning direct terughebben, slechts 9% wenst een republiek. En velen zien in Boudewijn de enige, die het land bijelkaar kan houden.
Nog eens: mag de koning zijn geweten laten spreken? De grondwetspecialisten zeggen: neen. Het volk zegt: jazeker! De juristen zien een precedent en verplaatsen hun blik van nu naar de toekomst. Het volk is realistisch en gunt zijn koning zijn gelijk. Want waarom zou een koning achtergesteld moeten worden bij bezwaarde dienstplichtigen of bij bezwaarde verpleegsters? En wat moeten we aan met een rechtspraak 'in naam des konings'?

Wat zegt de grondwet?
Heel belangrijk is, dat de Belgische grondwet te hulp werd geroepen - maar tegelijk in ernstige mate geschonden.
Er was een noodsituatie en de ministers hebben zich, zittend te paard, met een paardesprong uit het moeras gewerkt. Ten koste van de grondwet. Vandaar dat algemeen de wens naar voren komt, de grondwet aan te passen bij dit geval en de koninklijke bekrachtiging overbodig te maken. Voorbeeld van nakaartende wetgeving.

De grondwet van België voorziet namelijk in twee gevallen: a) dat de koning niet in staat is te regeren en b) dat de koning dood zou zijn. In het eerste geval zouden een voogdij en een regentschap moeten worden ingesteld (art. 82), hetgeen niet gebeurd is. En pas wanneer de koning dood zou zijn mogen de ministers (art. 79) zijn macht overnemen. Maar de koning was niet dood en bij zijn volle verstand.

De grondwetspecialisten zitten hier dan ook terdege mee. Voor of tegen abortus, ze hebben de grondwet geschonden voor een noodoplossing.
En achteraf moet recht gemaakt worden wat krom is.

Afnemend vorstengezag
Er is een tijd geweest dat absolute monarchen regeerden; niet de beste tijd, zoals Samuël al had voorspeld, uitzonderingen daargelaten. Via verlichte despoten kwam het tot een raadplegen van de edelen; later van de volksvertegenwoordiging. Maar die volksvertegenwoordiging kreeg steeds meer zeggenschap, ten koste van de koninklijke macht, werd een volksregering. Het lijkt er dan ook vaak op, dat een vorst regeert niet bij de gratie Gods maar bij de gratie van zijn ministers, resp. de volksvertegenwoordiging.
Dat zit ingebouwd in de huidige democratie; afgeleid van de woorden demos = volk, en cratein = regeren.
In dit geval zegt een minister: "de koning had zijn ministers behoren te volgen". Ziet u de knechten te paard? Ziet u de koning te voet?
Want minister betekent nog altijd dienaar, knecht. Een bijkomende vraag is: welke waarde heeft een koninklijke bekrachtiging nog, wanneer die kan worden afgeëist?

Erfelijk presidentschap
Al wel 30 jaar geleden sprak G. Puchinger over een erfelijk presidentschap.
Een eufemistische term voor een koning, wiens gezag is uitgehold tot een klucht. Want slechts weinig presidenten zijn in staat, met hulp van hun regeringspartij, een koninklijk beleid te voeren. De meeste schijnen meer zorg te hebben voor hun herverkiezing dan voor 's lands welzijn. In Zweden is het zo ver dat de koning slechts een ceremoniële functie heeft en dat is heel wat minder dan een president of eerste minister.

Voor Nederland liggen de zaken nog even anders. In art. 35 van onze grondwet staat dat niet de ministerraad (als in België) de koninklijke verantwoordelijkheid in noodgeval-, len overneemt - maar de verenigde kamers. Terwijl het koninklijk gezag alsdan afzonderlijk wordt uitgeoefend door de Raad van State.

Tenslotte
We moeten nooit de misdaden vergeten uit de Tweede Wereldoorlog, die gepleegd werden onder de machtsleus 'Befehl ist Befehl!'. Daar zou het juristenstandpunt dicht bij komen, wanneer de koning zijn geweten niet mag doen spreken in een zaak, waarmee honderdduizenden mensenlevens gemoeid zijn. Het wil ons voorkomen dat het onmenselijk is, een regerend vorst monddood te maken en ondergeschikt aan een regeringsmeerderheid, die hij "niet in het kwade wenst te volgen".
Men spreekt nu van een geschokt koningschap. We vrezen dat de democratie zelf wankelt, die toegeeft aan onwettige pressiegroepen en stakingen. En hierin zien we de toenemende macht van de komende Mens der Wetteloosheid, die we aangekondigd weten. Al deze dingen moeten geschieden. Maar wie gelooft in Hem, die wereld en wetteloosheid in principe overwonnen heeft, die heft zijn hoofd op en kijkt uit. Met blijde moed. Het vrederijk is komende!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief