Vol van Gods Geest
1992-07-31
Enthousiasme- Jaargang 36
- nummer 16
Geef een kind van twaalf eeri nieuwe fiets op z'n verjaardag en je weet precies wat enthousiasme is. Z'n gezicht is één en al glunder en hij kan z'n ogen er niet van afhouden. Iedereen moet het kado bewonderen en hij kan aan niets anders denken dan aan die fiets. Hij is er niet alleen mee verguld maar ook van vervuld. Heel z'n doen en laten wordt door dat ene bepaald. Dat is dus enthousiasme. Heerlijk als je dat mee mag maken. Mensen die niet meer enthousiast zijn te maken zijn blijkbaar op geen enkele manier in beweging te brengen.
In een paar vooropmerkingen in Opbouw laatst heb ik geschreven dat het woord 'enthousiasme' van oorsprong een Grieks woord is. Er zit het woord Theos (God) in. Volgens de 'dikke Van Dale' betekent 'enthousiasme' daarom letterlijk: het bezield zijn door een god. Vol van God, zou je kunnen zeggen. Vervuld van het grote kado dat Hij in Christus aan ons geeft.
Bijbel
In die zin komen we het in de bijbel ook tegen, al komt het woord 'enthousiasme' zelf daarin niet voor. God is boven onsdan denken we aan de liefde en zorg van onze hemelse Vader. God is met ons - dan denken we aan Gods Zoon die niet zonder reden de Immanuël genoemd wordt en met ons en voor ons is, doordat Hij Eén van ons is geworden.
Tenslotte: God is ook in ons. En dat betekent dat God door Zijn Geest woning wil maken in ons hart. Het werk van de Geest is bij uitstek het vervullen van mensen met God. Niet voor niets spreekt de Schrift herhaaldelijk van de vervulling met of het vol zijn van de Heilige Geest. Door die Geest mogen we vol worden van God. Enthousiast!
Gebonden aan Christus
Dat vol zijn van God hangt er niet maar een beetje bij. Het is niet een extraatje dat voor het geheel van Gods heil niet absoluut nodig is. Integendeel: het werk van de Geest is onmisbaar en net zo noodzakelijk als het werk van Christus.
AI moet ik er nu meteen bij zeggen dat die twee nimmer gescheiden mogen worden. Het werk van de Geest is niet iets dat los van Christus geschiedt. De bijbel is daar duidelijk over: de Geest is de Geest van Christus.
Christus werkt in en door de Geest. De Geest is de Trooster, de Paracleet, die de plaats van Christus inneemt en zijn werk voortzet. En in en door die Geest deelt Jezus het heil uit dat Hij verworven heeft, schenkt Hij vernieuwing aan mensen die Hem volgen en geloven en rust Hij mensen toe tot hun christen-zijn in kerk en wereld. Op deze manier geeft Jezus zelf leiding aan de kerk en aan zijn volk in het algemeen en aan de gelovigen in het bijzonder.
Het werk van de Geest - wedergeboorte
Het is onmogelijk om alles te zeggen van wat met name het NT als het werk van de Geest tekent. Dat is in het kader van de toespraak van vandaag ook niet nodig. Wel dit: De Geest is het die de wedergeboorte werkt in ons leven. De bijbel spreekt daar nadrukkelijk over, zij het - juist ook vanwege het verborgen karakter vari dit werk - naar verhouding niet erg vaak. Maar duidelijk is: de Geest schenkt leven.
Vernieuwing
Een tweede dat opvalt is dat de Geest levens vernieuwt. Hij geeft niet alleen leven maar vernieuwt ook het leven. Hij is het die het uit Christus neemt en het ons doorgeeft, zodat wij langzaam maar zeker vernieuwd worden naar het beeld van Hem die onze God en Heiland is. Die vernieuwing is een levenslang proces, waarbij de oude mens afsterft en de nieuwe mens ontstaat. Die vernieuwing is gegeven met het heilswerk van Christus bij zijn kruis en opstanding maar voltrekt zich in ons leven door de inwerking van de Geest. Dat vernieuwingswerk gaat niet automatisch.
We zullen zelf het oude moeten afleggen en het nieuwe moeten aandoen.
We zullen open moeten staan voor de doorwerking van de Geest. We zullen Hem niet mogen weerstaan en bedroeven en mogen uitblussen. Daarentegen krijgen we de opdracht mee om vervuld te worden met die Geest en die vervulling ook te zoeken in gebed en omgang met het Woord. Die vernieuwing is een opdracht die vooral ligt in het gebod om vruchten voort te brengen, die aan de bekering beantwoorden en die dan ook de vrucht van de Geest wordt genoemd, maar die vernieuwing is - het woord vrucht zegt al genoeghelemaal te danken aan zijn kracht en werkzaamheid.
De bijbel spreekt zelfs van een doop met de H. Geest. Niet als een extra en aparte ervaring die gepaard gaat met een bijzondere werking en openbaar-wording van de Geest - vaak het spreken in tongen -, maar wel als een steeds verder gaande maar niet te stuiten doorwerking van de Geest, waarbij we als het ware gedrenkt worden in Christus.
Dat zal altijd gepaard gaan met een diep inzicht in de liefde en het heilswerk van Christus.
Toerusting
Het derde dat met name in het NT naar voren komt is het toerustende werk van de Geest. De Geest is ons gegeven om ons te leiden in alle waarheid en zodoende onze kennis en ons inzicht te vermeerderen en tegelijk ons te helpen om op adequate wijze christen te zijn. En met adequaat bedoel ik dan: afgestemd op de wil van God in het concrete alledaagse leven.
Daarom is ook sprake van de leiding van de Geest waarbij de Geest te verstaan geeft om een bepaalde weg wel of niet te gaan en een bepaalde beslissing wel of niette nemen. Bij de vervulling van ons dienstwerk voor het Koninkrijk Gods is daarom ook de kracht van de Geest onmisbaar. Het valt dan ook op in het NT hoe nadrukkelijk over kracht wordt gesproken in verband met de H. Geest. . Niet dat de H. Geest een kracht is velen zeggen of denken dat - maar wel dat de Geest kracht geeft.
Kracht voor het staan in de dienst van Jezus Christus.
Missionair
Die dienst van Christus heeft in het NT een sterk missionaire inslag. Er is een nauw verband tussen de Geest en het vrijmoedig spreken van het evangelie aan het adres van hen die Hem niet kennen. Het is juist de Geest die aanzet tot en woorden geeft voor de verkondiging van het evangelie. Gedreven door de Geest hebben mensen zoals b.V. Petrus op de eerste pinksterdag bewogen en sterk appellerend gesproken over het heilswerk van Christus.
En het blijkt verder in het boek Handelingen dat diezelfde Geest gekoppeld is aan het getuigen. Trouwens Christus had het vlak voor zijn Hemelvaart al eens voor altijd aan elkaar gekoppeld: "Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt en gij zult mijn getuigen zijn".
Gaven van de Geest
Die kracht van de Geest zal zich hier en daar en telkens weer openbaren in de charismata. Die charismata of gaven van de Geest hebben alles te maken met de op- en uitbouw van de gemeente.
De gaven hebben geen betekenis op zichzelf. Ze zijn gericht op de voortgang van Christus' werk hier op aarde.
Overal waar die gaven verzelfstandigd worden en zo een specifieke aandacht krijgen is sprake van een onevenwichtige, vaak opgeschroefde en sterk subjectivistische aandacht voor het bijzondere werk van de Geest.
Daar zullen de gaven van de Geest als nieuwe wetten worden opgelegd en tegen elkaar uitgespeeld en onbijbelse aksenten krijgen. Om die reden zullen we alles wat zich op die manier als werk en kracht van de Geest aandient nuchter en kritisch moeten bekijken.
Onmisbaar
Tegelijk zullen we ons moeten realiseren dat het toerustende werk van de Geest met name in de gaven van de Geest met het oog op de voortgang van Christus' werk onmisbaar is.
We doen ons zelf geweldig tekort en we koesteren een schuldige armoede als we uit angst voor Pinksterinvloeden en gevaren van geestdrijverij hier niet open voor staan. Juist in het uiterst cruciale moment van de geschiedenis waarin wij leven en juist met het oog op de oprukkende machten van vervreemding, verwereldlijking en kerkverlating en juist ook met het oog op de apathie van velen in onze samenleving en de grenzeloze vervlakking en verveling van de verwende westerse mens zullen we ons niet de luxe kunnen permitteren zonder die kracht en gaven van de Geest verder te gaan.
We hebben het nodig dat de Geest ons geheel doortrekt, mobiliseert en toerust met gaven die dienen tot op- en uitbouw van de gemeente. We hebben het nodig dat we weer zó vol worden van God, dat de vonken van zijn liefde er bij ons van alle kanten afspringen. We hebben het nodig dat een nieuw reveil zich van ons meester maakt en een frisse wind gaat waaien door onze kerken. We hebben het nodig dat we weer zoveel enthousiasme hebben dat het vele werk binnen en buiten de gemeente met grote toewijding en ijver wordt opgepakt.
Droom
Soms zeg ik met Martin Luther King: Ik heb een droom. Ik heb een droom waarin de kerk weer een gemeenschap is van liefde en dienst. Waarin jonge mensen zullen profeteren en gezichten zien. Waarin ouden dromen dromen. Waarin er eenheid is en saamhorigheid. Waarin de kerk weer zoveel aantrekkigskracht heeft dat velen aansluiting zoeken.
Waarin alle geroddel zal verstommen en alle achterbaksheid verdwenen zal zijn. Waarin farizeïsme ondenkbaar is en schijnheiligheid tot een onmogelijkheid geworden. Ik heb een droom waarin kerken hun Heiland volgen in zelfverloochening en gerechtigheid. Waarin gemeenten vol zijn van de lof en de verheerlijking van de Heer. Waarin kerkdiensten samenkomsten zijn die vol zijn van verwondering en aanbidding.
Kortom, waarin kerken die van oorsprong zoveel in huis hebben - zoals de onze - die rijkdom omzetten in blijdschap en enthousiasme. Menselijk gesproken kan de kerk in onze turbulente en versnelde tijd alleen maar overleven door die kracht en doorwerking van de Geest. Een kerk, die hier niet of nauwelijks aandacht voor heeft, doet zichzelf te kort en zal verstarren en verstrakken tot een organisatie waar het leven uit is.
Geen wonder dat in een tijd, waarin de kerk zo in diskussie is, de vragen naar de gave en de gaven van de Geest ook steeds aan de orde komen. En de bijbel is er duidelijk over: de Heilige Geest is onmisbaar voor het goed funktioneren van de gemeente van Christus.
Enthousiastelingen gevraagd
Immers, je zou ze wel per advertentie willen oproepen de enthousiastelingen, wie de kerk, de gemeenschap en de open uitbouw van de kerk ter harte gaan. Zo'n 'enthousiasteling' is Petrus bij voorbeetd in Hand.2 als hij zijn Pinksterpreek houdt. Zijn geest en die van zijn collega-discipelen werd gedreven door de Heilige Geest. Het vuur op hun hoofd is teken van het vuur in hun hart. En waar het hart vol van is, daarvan spreekt de mond. Enthousiasme is immers merkbaar ...
Ik breng nog even dat joch in herinnering dat glunderend aan iedereen vertelt wat hij op z'n verjaardag heeft gekregen.
Hij is er zó vol van, dat hij z'n mond er niet over kan houden en iedereen laat merken hoe blij hij is.
Naiëf? Niks voor ons? Overdreven? Zeker, als je geen oog hebt voor de omvang van Gods geschenk aan ons.
Maar u maakt mij niet wijs dat Gods onmetelijke liefde in Christus door toedoen van de Geest niet tot een dergelijk enthousiasme kan brengen. Alsjeblieft, laten bange en stugge mensen bezield worden door de Geest van God!
Laten aarzelende en liever zwijgende mensen veranderd worden in vurige en toegewijde christenen!
In de kerk moet ruimte zijn voor het enthousiasme van de Geest. Op dit punt hebben we best wel het een en ander in te halen.
Want vergeet niet: enthousiasme werkt aanstekelijk. Dat vuurtje slaat over van de één op de ander.
Bovendien: deze door de Geest bewerkte bezieling is tot eer van Hem, die een volkomen Verlosser is, onze Here en Heiland Jezus Christus!