Over kerkorde en zending (1)

1992-07-31
  • Jaargang 36
  • nummer 16
Misschien dat u denkt: dit slaan we maar over. Want waar we ook in geïnteresseerd zijn, niet in de kerkorde. Als we zending even mogen vergelijken met een rivier, sterk stromend en bruisend, een lust voor het oog, dan roept een kerkorde toch eerder het beeld op van stilstaand water, een poel waar het leven bijna uit geweken is. Vergeleken bij de storm die de Geest in de zending ontketent, lijkt het wel alsof in de kerkorde er maar een zuchtje Geesteswind waait. Als een kerkorde al moet, laten we er dan zo weinig mogelijk ophef van maken. Als het goed gaat in de kerk, heb je de kerkorde eigenlijk niet nodig; als het fout gaat, ach, dan helpt ook de kerkorde je niet. Als het zo staat, waarom zou je je nog te druk maken over een kerkorde en dat nog wel in verband met zending? Dat is toch verloren tijd?

Toch is deze kijk op een kerkorde aanvechtbaar en zelfs onhoudbaar. De hele zaak van kerk, geloof en theologie komt in een kerkorde vanuit een eigen invalshoek ter sprake, die we niet om welke reden dan ook mogen verwaarlozen.
Ook binnen de zending hebben we met kerkorde en kerkrecht te maken, zeker nu, zoals in Natal het geval is, we jonge kerken zelfstandig zien worden. In het opbouwproces van de jonge kerken speelt de kerkorde nu eenmaal een onmisbare rol.
In een paar korte bijdragen wil ik in ons blad iets over het belang van de kerkorde binnen de zending schrijven. Beginnen we met na te gaan hoe het komt dat voor ons besef zending en kerkorde niet zo veel met elkaar te maken (behoren te?) hebben.

Kerkelijke traditie
Het is een moderne trend de betekenis van traditie voor ons leven, persoonlijk als ook gemeenschappelijk, te laag in te schatten. Het vak geschiedenis bij voorbeeld schijnt niet hoog te scoren op de middelbare scholen. Dat zal wel samenhangen met een ontwikkeling in onze westerse cultuur om meer het heden dan het verleden te verheerlijken.
Schreef jaren geleden Aldous Huxley al niet in zijn Brave New World dat geschiedenis als onzin zou worden beschouwd in de wereld van de toekomst? Het verleden, de geschiedenis, de traditie hebben het moeilijk in de moderne wereld. Is deze ontwikkeling in de kerk soms ook niet aanwijsbaar? Het lijkt er wel eens op dat iedere nieuwe generatie ook in de kerk het wiel opnieuw meent te moeten uitvinden. De oude antwoorden voldoen niet meer; de oude structuren functioneren niet meer; zoals het vroeger ging, kan vandaag niet meer. Dat geloofsbelijdenissen en kerkorden en kerkelijke formulieren uit een ver verleden dan het zwaar te verduren krijgen, ligt voor de hand. En dan hebben we het niet over de vorm alleen maar ook over de inhoud van de diverse documenten die uit het verleden ons werden overgeleverd.
Traditie als folklore zal het heden nog wel overleven, maar daarmee is ze als levend verleden wel op dood spoor gezet.
En natuurlijk, wie zal hier helemaal ongevoelig voor zijn? We leven nu eenmaal in deze tijd. En de vaderen waren toch niet volmaakt? Zijn hun geschriften soms feilloos en belijdenissen onfeilbaar? Niemand die dat nog gelooft! Bovendien, het is onmiskenbaar waar dat iedere tijd weer zijn eigen vragen en noden heeft waar op ingespeeld moet worden. Terwijl het Schriftonderzoek als maar verder gaat en ook echt met nieuwe inzichten komt en nieuwe vergezichten opent. De Geest werkt ook in onze tijd en dat geeft openheid en ruimte om nieuwe wegen in te slaan, nieuwe dingen uit te proberen, de oude zaken opnieuw onder woorden te brengen, ook als ons dat in conflict brengt met onze kerkelijke tradities in welke vorm ook - al wijs ik er terloops op dat zo'n conflict wel op kerkelijke manier moet worden opgevangen en verwerkt, maar daarover nu niet.
Maar de Geest begon niet pas in onze tijd te werken; in alle tijden en plaatsen hebben mensen verlicht door de Geest geleefd, gewerkt en ook geschreven. De kerk heeft in vroegere tijden niet minder dan nu het spoor van de Geest proberen na te volgen in gehoorzaamheid aan het Woord van God. De resultaten daarvan zijn onder meer neergelegd in belijdenissen, kerkelijke formulieren en ook kerkordelijke bepalingen.
Wie meent dit allemaal als achterhaald te kunnen afdoen, zou wel eens de Geest kunnen bedroeven. In de kerk vergoddelijken we de traditie niet, maar we onderkennen er wel de werking van de Geest met het Woord in. Van de traditie moeten we dus willen leren. We staan er niet kritiekloos tegenover maar ook niet kritikasterig. Gelovig erkennen we het werk van de Geest daarin, wat ons geestelijk verplicht om de traditie hoogst serieus te nemen. In de kerk lopen we niet aan de leiband van de hedendaagse cultuur in haar miskenning van de waarde en betekenis van de traditie. Ook kerkrechtelijke tradities hebben er recht op gehoord te worden.

Westerse traditie
Hebben we onze cultuur tegen in onze poging de kerkelijke tradities te waarderen, als het over zending gaat geldt dat helemaal.
Wie ervaring heeft opgedaan in zendingswerk in niet-westerse landen, die is zich diep bewust van de culturele kleur die onze kerkelijke tradities kenmerkt.
Kerkelijke belijdenissen en kerkenordeningen vertonen de kenmerken van de tijd waarin ze zijn opgesteld.
Dat geldt niet alleen voor de taalvorm maar ook voor de inhoud ervan; de vraagstellingen waarop wordt ingegaan, zijn die van een bepaalde tijd. En gelukkig maar; het is een teken van de gezondheid van het kerkelijke leven van destijds. Maar het zijn en blijven produkten van de westerse, europese wereld. Vanzelf dat juist vandaag dan de vraag opkomt: wat moeten we ermee in bij voorbeeld Afrika? Het evangelie komt hier in een westers gewaad, terwijl het toch een afrikaans gewaad nodig heeft, wil het bij de mensen overen aankomen. Vandaar de roep allerwegen om een Derde Wereld theologie, om kontekstualisatie van kerk en geloof, om afrikanisering van belijdenis, liturgie en kerkvrde. Moeten we de mensen in Afrika nu opschepen met die kerkelijke tradities uit het Westen? Dat is toch een nieuwe vorm van kerkelijk en cultureel kolonialisme. Laten we hen het evangelie geven en het verder zelf laten uitzoeken onder verlichting van de Geest.
En hebben wij zelf hier eigenlijk ook niet oren naar? Er is toch altijd gezegd dat de zending aan de zendingsgemeenten geeft wat hij heeft: de belijdenis en kerkorde waar hij zelf aan gebonden is, komen in prediking en onderricht terdege mee. Dat is in alle kerken en groepen het geval. Maar het zou toch het mooiste zijn als de jonge kerken zelf op een gegeven moment een belijdenis schreven in hun eigen taal, inspelend op hun eigen situatie, en een kerkenordening ontwierpen aangepast aan hun eigen behoeften. Dan zou het doel van zendingswerk pas echt gerealiseerd zijn. Een westerse kerk mag toch geen geestelijk kolonialisme uitoefenen? Een kerk in Afrika moet toch in eigen culturele vormen God loven en prijzen en in de eigen situatie haar Heer navolgen? Wie zou hier tegen zijn?!
Hoe zeer dit ook waar is, en ik er ook mee instem, toch moet ook nu een waarschuwend woord gesproken worden.
We hebben altijd gezegd dat een lokale kerk helemaal kerk is, maar niet de hele kerk. Zo is een lokale gemeente in Afrika helemaal kerk, maar ze is niet de hele kerk van Christus op aarde. Samen met kerken uit alle volken, naties en culturen is ze kerk. Haar kerk zijn in leerstellig en in kerkordelijk opzicht staat niet los van wat er elders in de wereld aan kerk zijn gegroeid is onder de werking van de Geest. Isolering van het wereldwijde werk van de Geest door zich te concentreren op de eigen situatie alleen, kan tot allerlei vreemde resultaten leiden, als gezien kan worden aan de zogenaamde Onafhankelijke Afrika Kerken, waarvan in Zuid-Afrika alleen er al meer dan 4000 zijn. Kortom, ook vanuit de westerse kerkelijke tradities kan er wijsheid geput worden die in Afrika hard nodig is. De Geest heeft toch ook in het Westen gewerkt, en zou daar dan niets voorhanden zijn dat in Afrika bruikbaar is voor de opbouw van het kerkelijke leven? .

Nederlands Gereformeerde Traditie
Hebben wij als Nederlands Gereformeerden een eigen traditie? We zijn nog geen dertig jaren oud! Maar toch is er op het punt van kerkrecht en kerkorde terdege een traditie werkzaam onder ons. Sommigen noemen het independentisme. Ik kies voor de term laagkerkelijk als typering van onze opstelling ter zake van kerkrecht en kerkorde. We zijn laag-gereformeerd in tegenstelling tot vrijgemaakten en christelijke gereformeerden die kerkrechtelijk hoog-gereformeerd genoemd zouden kunnen worden. Zoals in de inleiding op dit artikel al aangeduid, hebben wij als laaggereformeerden geen hoge dunk van kerkrecht en kerkorde als gevolg van de scheuringen en breuken die ons in de loop van enkele decades zijn overkomen: als het goed fout gaat in de kerk, houdt ook de kerkorde ons niet bij elkaar, leert onze ervaring. We regelen ons kerkelijk leven wel en dat zeker in het spoor van de gereformeerde traditie in een kerkenordening. Maar ons scepticisme maakt ons ontspannen in onze omgang met wat we aan kerkorde hebben. Waarbij komt onze nadruk op de plaatselijke kerk en haar belangen, wat bepaald grenzen stelt aan wat in een kerkorde gemeenschappelijk geregeld kan worden. Ons kleine getal geeft ons ook meer speelruimte in dit opzicht dan in een massaal kerkinstituut mogelijk zou zijn. Deze laag-gereformeerde kijk op kerkrecht en kerkorde heeft zeker voordelen, waarvan ook in een zendingssituatie geprofiteerd kan worden.
Het kan op zijn minst als een correctie dienen op veel hoogkerkelijkheid ook in Afrika. Maar ook nu maak ik een kritische aantekening! Wat in Nederlandse context goed werkt, hoeft het in die van Afrika nog niet te doen. De balans tussen plaatselijke gemeente en kerkverband, zoals die in Nederland functioneert, zou in Natal wel eens bijgesteld moeten worden ten gunste van het kerkverband. Onze in Nederland prijzenswaardige hantering van leerstellige verschillen van inzicht zou in een jonge kerk elders wel eens averechts kunnen werken.
Onze Nederlands gereformeerde traditie kan een jonge gemeente op het zendingsveld maar ten dele helpen. In het laatste artikel van deze serie kom ik hier nog op terug met een paar voorbeelden.
De Geest heeft ook in onze kerkelijke traditie, die natuurlijk ook heel wat ouder is dan 30 jaar, gewerkt. Maar de vruchten daarvan die in een zendingssituatie nuttig gebruikt zouden kunnen worden, worden niet in de eerste plaats op het veld van kerkrecht en kerkorde geoogst. Kenmerkend voor onze kerken is, zoals als vaker geconstateerd is, de grote aandacht voor de bijbel. Wat er aan theologie onder ons verschijnt, komt in de vorm van bijbelstudies op de markt. De meest spraakmakende theoloog in ons midden, drs H. de Jong, publiceert prekenbundels, schriftmeditaties en bijbelse theologie.
Op dit punt is het dat onze kerken veel te bieden hebben ook in Afrika of Azië.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief